In Haren liep een beoogd verjaardagsfeest volledig uit de hand
Haren, nooit had ik ervan gehoord. Een rustig dorpje waar de middenklasse vredig existeert, om het deftig uit te drukken.
In de loop van vrijdag hoorde ik op de radio verschillende personen beweren dat er niks aan de hand was. De burgemeester stelde zich aan omdat hij reclame wilde maken voor zijn gemeente. Een paar uur later bleek dat dat niet het geval was.
Barbaren
Een horde barbaren trok het dorpje in. De jeugdige kracht en energie die daar vrijkwamen, gingen het voorstellingsvermogen te boven. Ze leken op goed getrainde relschoppers.
Een vriend zei me dat hij na het zien van deze beelden tot de conclusie kwam dat deze jongeren trainingen moeten geven aan Egyptische of Iraanse activisten. Hij maakte natuurlijk een vergissing: in die landen wordt met scherp geschoten door de veiligheidstroepen. De politie is in dat soort landen gewoon niet aardig en gebruikt extreem veel geweld.
Beheerst
Ik was na het zien van de beelden van de rellen in Haren trots op onze politie. Waarom? Ze beheersen zich en ze zijn in staat om een losgeslagen horde zonder toepassing van extreem geweld uit elkaar te drijven.
Er was schade, er was ellende, maar de politie trad perfect en zeer beheerst op. Dat laatste is van belang. Juist in dit soort zaken moet de politie extreem geweld mijden, omdat de onderliggende problemen niet met geweld kunnen worden aangepakt.
Etnische termen
De gebeurtenissen in Haren hebben ook aangetoond dat we relschoppers niet te snel in etnische termen moeten definiëren. Deze jongeren zijn niet geboren in andere landen. De islam en cultuur spelen geen rol bij hun gewelddadige gedraging. En dat is een belangrijke constatering.
Gerlof Leistra beschrijft in een uitstekend commentaar dat de herrie in Haren geen incident is: ‘Na de recente rellen en plunderingen in Rotterdam is het opnieuw raak. Anders dan de autoriteiten graag beweren, gaat het niet om incidenten. Op het oog keurige jongeren ontpoppen zich in hun vrije tijd tot ordinaire relschoppers zonder remmingen. Via snelrecht krijgen ze weliswaar soms lik op stuk, maar daarmee verdwijnt de oorzaak van het probleem niet.’
Opvoeding
Wat moeten we met deze jongeren? Hoeveel van deze barbaartjes lopen er in Nederland rond? In welke gebieden en steden? Voordat een allesomvattende analyse kan worden gemaakt, moeten eerst deze vragen worden beantwoord.
Maar we weten nu wel al dat er nogal wat onopgevoede kinderen zijn, die niet weten hoe ze hun energie kwijt moeten. Leistra legt de nadruk op opvoeding. Dat is terecht. De ouders van dit soort barbaartjes moeten beter opletten en hun kinderen opvoeden. Maar dat is niet genoeg. Iedere ouder heeft ervaring met kinderen die in het weekend door de juiste opvoeding civiliseren, maar zodra ze naar school gaan, worden ze omgetoverd tot barbaren. Ja, op school, in het onderwijs.
Normen
De onderwijsinstellingen moeten zichzelf de vraag stellen waarom ze niet in staat zijn om positieve invloed uit te oefenen op het gedrag van onze kinderen. Want wat we vergeten, is dat kinderen een heel groot deel van hun tijd op school doorbrengen.
Daarom moet er een maatschappelijk debat worden gevoerd over de rol van onderwijs bij de opvoeding van kinderen in Nederland.
Welke normen moeten onderwijzers hanteren bij het verbeteren van het gedrag van kinderen? En welke middelen staan ze daarbij ter beschikking?
De schuld
Facebook en Twitter moeten niet de schuld krijgen van de rellen in Haren. Het zijn slechts middelen die de verspreiding van berichten kunnen versnellen. Het gaat om de bereidheid van een groep jongeren om geweld toe te passen op bezittingen van anderen en op de politie.
Wel is van belang dat de politie actiever wordt op de sociale media. De politie moet via sociale media op dit soort berichten reageren en anticiperen. Sociale media in geval van ongeregeldheden tijdelijk afsluiten, is een dwaze gedachte. Sociale media bieden de politie juist de gelegenheid om preventief op te treden tegen relschoppers, of om ze te waarschuwen.
De militaire dienst is een perfect middel om jongeren op positieve wijze bezig te houden en op te voeden. Bovendien kunnen jeugdigen op deze manier ook worden ingezet voor nuttige relevante werkzaamheden in de samenleving. Is dat niet een mogelijke oplossing?