Nieuws

Algemeen

Donkere dagen: Winterdepressie verklaard

door van der Sman 28 okt 2004

Donkere dagen: Winterdepressie verklaard

Herfst en winter brengen velen in een melancholische stemming, maar raakt in de korte dagen de biologische klok ook echt van slag?

Nu de bladeren van de bomen vallen en de dagen korter en donkerder worden, voelen veel mensen haar alweer aankomen: de winterdepressie. Naar schatting een op de tien Nederlanders heeft last van seizoengebonden gevoelens van somberheid, irritatie, dufheid en vermoeidheid. De onaangename stemming komt in de herfstmaanden op en verdwijnt in de lente als sneeuw voor de zon. De variatie aan symptomen kan verschillen, evenals de heftigheid. Bij de een blijft het beperkt tot een constante melancholie waar redelijk mee te leven valt. Bij de ander is sprake van ernstige depressie die het normale functioneren belemmert.

Winterdepressie

Hoewel het probleem van de winterblues al sinds Hippocrates in de medische wereld bekend is, heeft het bijna 2400 jaar geduurd eer artsen een link legden met een mogelijk gebrek aan zon- en daglicht. De eerste die dat deed, was de Amerikaanse scheepsarts Frederick Cook, die het in 1898 opviel hoe somber de bemanning van The Belgica werd toen het schip 347 dagen vastzat in het ijs van Antarctica.

Van die 347 dagen bleef het 68 volkomen donker, en juist dan hadden de matrozen het moeilijk. Toch werd in de eeuw daarna de mogelijke invloed van de seizoenen op de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de mens niet echt serieus genomen. Hoewel epidemiologische onderzoeken duidelijk uitwezen dat er wel degelijk verbanden zijn. Zo is al heel lang bekend dat de meeste zelfmoorden in de herfst en het voorjaar worden gepleegd. En dat veel mensen in die seizoenen sterk van stemming wisselen.

Biologische klok
Dat er een sterk verband is tussen een geringe hoeveelheid daglicht en een winterdepressie staat nauwelijks meer ter discussie. Maar hoe dat verband precies in elkaar steekt, is nog altijd niet bekend. Er zijn verschillende theorieën, waarvan de hardnekkigste is dat een winterdepressie veroorzaakt wordt door een ontregeling van de biologische klok in onze hersenen.

Immers, het bioritme zorgt voor belangrijke lichaamsprocessen die van invloed zijn op ons lichamelijk en geestelijk welbevinden. De klok wordt onder andere aangestuurd door het licht- en donkerritme van de natuur. Als dat ritme pardoes verandert, bijvoorbeeld omdat we tegen de tijd in reizen, dan raakt de biologische klok van slag. We kampen dan met fysieke en psychische klachten (een jetlag).

Sommige wetenschappers veronderstellen dat de biologische klok van winterdepressiepatiënten in de korte en donkere dagen van herfst en winter gaat achterlopen, en als het ware chronische jetlag veroorzaakt. Pas als de dagen in het voorjaar langer en lichter worden, krijgt de klok de kans zich te herstellen. Dat herstelproces kan ook kunstmatig worden teweeggebracht met lichttherapie (via ogen of knieholten).


Geen verband
Maar hoe plausibel een theorie ook lijkt, het blijft een theorie en geen feit totdat het wetenschappelijk bewezen is. De Groningse Kathelijn Koorengevel dacht met een opvallend onderzoek, waarop zij in het voorjaar van 2002 promoveerde tot doctor in de medische wetenschappen, het bewijs te kunnen leveren. Maar het pakte anders uit. Zij ontdekte juist dat er bij winterdepressie géén sprake is van een verstoring in de biologische klok.

Koorengevel vond veertien proefpersonen, zeven patiënten met een winterdepressie en zeven gezonde mensen, bereid om zich zes dagen op te laten sluiten in een zogeheten tijdvrije ruimte waarin geen informatie van buiten doordringt. Alle proefpersonen kregen een dagritme van twintig uur opgelegd: 13,5 uur wakker en 6,5 uur slapen. ‘Overdag’ bleef de ruimte schemerdonker. Uit Koorengevels uitgebreide metingen bleek dat er tussen de proefpersonen geen verschil te vinden was in zaken die door de biologische klok worden aangestuurd, zoals lichaamstemperatuur, melatonine-afgifte en de regulatie van stemmingen. Conclusie: de biologische klok van patiënten met een winterdepressie is niet verstoord.

Als dat zo is, waarom helpt lichttherapie dan? Koorengevel wijst er in haar proefschrift op dat de effectiviteit van lichttherapie via de ogen nog steeds niet onomstotelijk is bewezen. Laat staan dat duidelijk is waarom patiënten er baat bij hebben. Maar dat het werkt via de biologische klok lijkt haar onwaarschijnlijk.

zie ook

0 reacties