Burgers dienen te worden aangesproken op hun eigen gedrag. Dit bepleit Floris Sanders, de belangrijkste beleidsadviseur van minister Hans Hoogervorst (VVD) van Volksgezondheid in een interview met Elsevier. Als Nederland zo doorgaat, loopt de zorg vast, en wordt de financiering een probleem. 'De huidige situatie is niet te handhaven. We naderen de grenzen van de solidariteit.' Een gesprek over de betaalbaarheid van de zorg, preventie en de eigen verantwoordelijkheid. 'Babyboomers mogen best meer betalen.'
Willem Wansink

Floris Sanders
Eind 2005 treedt radioloog Floris Sanders (47) terug als voorzitter van de Raad voor Volksgezondheid en Zorg (RVZ). De RVZ is het belangrijkste beleidsorgaan van de minister van Volksgezondheid. Onder Sanders' leiding verschenen de afgelopen vier jaar baanbrekende rapporten over marktwerking en de grenzen van de solidariteit. Hij joeg het debat aan over de exploderende zorguitgaven, en is niet bang man en paard te noemen. Sanders wordt weer voltijds arts in het Diakonessenhuis in Utrecht en Zeist.
De voornaamste taak van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg, zegt Sanders, is advies geven aan de minister van Volksgezondheid. De RVZ is de erfopvolger van de Nationale Raad voor de Volksgezondheid, legt hij uit. Ze is ontstaan naar aanleiding van de kaderwet adviescolleges.
Sanders: 'Dat is een wet die we danken aan wijlen Pim Fortuyn. Hij heeft zich over het adviesstelsel gebogen. Dat moest vereenvoudigd worden. Fortuyn drong aan op een scheiding van verantwoordelijkheden. Hij vond dat je het advies moest scheiden van het veld.'
In de Nationale Raad was bijna elke koepelorganisatie vertegenwoordigd. Een advies kwam alleen tot stand als de grootste gemene deler werd gevonden. 'Heel nuttig als het erom ging draagvlak te vinden. Maar vaak had het resultaat meer weg van het verleggen van de koers van een mammoettanker met één graad.' Spectaculaire adviezen leverde het niet op. Want die konden weleens botsen met de belangen van een van de koepels.
Door nadrukkelijk te kiezen voor het kroonledenmodel, met leden die op eigen gezag en zonder last of ruggespraak worden benoemd, ontstond een zekere onafhankelijkheid tegenover de belangrijkste opdrachtgever. Dat is de minister van Volksgezondheid. Sanders stak veel tijd in het verbeteren van de relatie met het departement, door goed te informeren waarover advies gewenst was. Op eigen gezag brengt de Raad daarnaast zogeheten signalementen uit. Sanders: 'Ik ben niet bang man en paard te noemen als we andere opvattingen hebben dan het ministerie.'
Sanders is een scherp waarnemer. Als radioloog moet hij goed kunnen waarnemen. Hij kijkt ook graag vooruit. Mede daardoor dwingen de rapporten van de RVZ respect af. Ze hebben een zekere invloed gehad op kabinetsformatie van 2002 en 2003. 'Dat valt te hopen. Als een adviesorgaan geen aantoonbare impact heeft op het beleid, kun je het beter opdoeken. Niet dat alle adviezen hoeven te worden opgevolgd. Er kan nadrukkelijk voor iets anders worden gekozen dan wij hebben geadviseerd. Als ons advies maar bijdraagt aan de aanscherping van de gedachtenvorming.'
ELSEVIER Hoe is het in de toekomst gesteld met de Nederlandse zorg?
Floris Sanders: 'Als we doorgaan zoals het nu gaat, dan lopen we vast. Zowel macro-economisch – hoeveel geld geven we eraan uit – als qua arbeidsmarkt – hoeveel mensen zijn er nodig om tegen de huidige voet zorg te verlenen. Dat is niet te hanteren. Dat is een vaststaand feit.'
Hij citeert het Centraal Planbureau dat macro-economische analyses heeft uitgevoerd met vier verschillende scenario's. Sanders: 'Die analyses komen er allemaal op uit dat we tot 2020, 2030, 16 tot 23 procent van onze netto economische groei per jaar – alles wat wij als Nederland méér gaan verdienen – zullen moeten uitgeven aan zorg.'
Dat komt door de vergrijzing, de technologische ontwikkelingen, de toenemende ziektelast bij een ongezonder levende bevolking. 'Als de economische groei één of anderhalf procent per jaar bedraagt, dan zullen we straks een kwart of méér van die groei aan zorg opsouperen.'
ELSEVIER Dat geld moet ook naar andere zaken toe. Naar onderwijs, verkeer, sociale zaken.
Sanders: 'De uitgaven voor zorg strijden met alle andere collectieve uitgaven van premie- en belastinginkomsten. Dus met wat we in Nederland uitgeven aan vervoer, onderwijs of cultuur. De collectieve uitgaven verdringen natuurlijk de private bestedingen. Het is het een of het ander. Of je gaat meer belastingen heffen om dit te betalen. Maar dan lopen de private bestedingen terug, met alle negatieve gevolgen van dien. Dat is niet zo slim, dus je zult iets moeten doen.'
ELSEVIER Wat dan?
Sanders: 'Je zult de burger meer moeten aanspreken op zijn eigen verantwoordelijkheid. Daaraan ontkomen we niet. Het eigen gedrag is vaak mede bepalend voor het ontstaan van ongezondheid en ziekte. Als iemand eenmaal ziek is, is het gedrag mede van invloed op het verloop en de hanteerbaarheid van die ziekte. Dan kijk ik vooral naar ouderdomsziekten. Hart- en vaatziekten, chronische longaandoeningen en diabetes mellitus, suikerziekte. Die vormen de top van onze toekomstige ziektelast. Hartfalen staat bovenaan. We slagen er in om al die mensen steeds langer in leven te houden.'
'Ongezond leven heeft zijn prijs, en die prijs zal steeds hoger worden. Dus moeten we iets doen aan het stimuleren van gezond gedrag. En daar waar we ongezond zijn geworden, moeten we stimuleren dat we weer gezonder worden, en de chronische ziekte waarmee we te maken krijgen, hanteerbaar maken.'
Hij is een voorstander van prikkels om het gedrag in positieve zin te beïnvloeden. Sanders: 'Je moet kijken hoe we de samenleving gezond houden. Investeren we voldoende in preventie, voorlichting, arbeidsgerelateerde programma's om gezonder te leven? Investeren we voldoende in gezond eten op scholen, in sportkantines? Noem maar op. Allemaal nee. Dat moet je aanpakken.'
Daarnaast is het de vraag hoeveel van de ziekte die desalniettemin ontstaat, de samenleving nog collectief wil betalen? Anders gezegd: hoe ver reikt onze solidariteit als we alles hebben gedaan om het ontstaan van ziekte zoveel mogelijk te beperken? 'Die polsstok kan nooit langer zijn dan wat je macro-economisch wilt uitgeven. Laten we daar heel reëel over zijn. De uitgaven die we elk jaar besteden aan zorg kunnen niet oneindig stijgen.'
ELSEVIER Wat betekent dit concreet?
Sanders: 'Uit een onderzoek dat is uitgevoerd door de universiteit van Tilburg, blijkt dat de solidariteit van de Nederlandse bevolking waarop eindeloos wordt gespeculeerd, daadwerkelijk eindig is. Als je dat probeert te vertalen in euro’s – hoeveel meer wilt u uitgeven, hoeveel meer premie wilt u betalen, bent u bereid te betalen voor uw buurman die ongezond leeft – dan is dat maar een beperkt aantal euro's.'
'Wat blijkt? De ongezond levende buurman of de risicosport bedrijvende overbuurman mag gerust worden aangesproken op zijn gedrag. In dit onderzoek komt heel duidelijk naar voren dat de trend in de maatschappij verandert. We naderen de grenzen van de solidariteit.'
ELSEVIER Met andere woorden: het prijskaartje dat aan de solidariteit hangt, is steeds hoger geworden?
Sanders: 'Als ik iemand die tot dusverre 2,50 euro per maand premie betaalde voor een sociale verzekering, vraag of hij zijn solidariteit met honderd procent wil verhogen naar 5 euro per maand, zal dat vermoedelijk lukken. Maar als ik alleen al voor de geneeskundige zorg een premie van 1050 euro per jaar moet betalen, en die stijgt straks naar 2000 euro, dan gaan de mensen zich achter de oren krabben.'
'Geef ze eens ongelijk. De zichtbare vertaling van wat de solidariteit kost, en hoezeer daardoor de private bestedingen worden beknot, maakt in de portemonnee voelbaar waarmee we bezig zijn. Dat zet mensen aan het denken.'
Het bedaagde naoorlogse Nederland met dezelfde gezonde Holandse pot voor iedereen bestaat niet meer. De samenleving diversificeert. 'Om je heen neemt het waarneembare risicogedrag toe. Mensen zonder helm scheuren rond op brommers en scooters. Alles kan.' Af en toe met dramatische consequenties. 'De burger eist voor zichzelf alle vrijheid op als het gaat om de inrichting van zijn eigen gedrag. Maar als de rekening van het gedrag wordt gepresenteerd, dan mag het collectief ervoor opdraaien.'
'De huidige situatie is niet te handhaven, als het prijskaartje zo hoog komt te liggen. Dat is een heel belangrijke oorzaak van de afnemende solidariteit in de samenleving. Overigens is die solidariteit, als je het in economische termen vertaalt, de laatste jaren juist sterk toegenomen.'
ELSEVIER Sommige leden van de Tweede Kamer beweren dat de solidariteit van bovenaf wordt afgebroken.
Sanders: 'De verdeling van premie-inkomsten en waar we het aan uitgeven is totaal veranderd. Waar vroeger een procent of 45 van alle premie-inkomsten terecht kwam bij de 10 procent duurste verzekerden is dat inmiddels 70 procent geworden.'
'Als ik het in euro’s omreken, is het verschil helemaal astronomisch. Als ik solidariteit vertaal in financiële termen – hoeveel euro’s gaan er van de netto premiebetalers naar de netto zorggenieters – dan is die solidariteit de afgelopen decennia zonder te sputteren toegenomen. Aan die ontwikkeling komt nu een eind.'
Hij stelt zelf de vraag hoeveel de extra gezondheidswinst per gewonnen levensjaar ons collectief mag kosten. En geeft meteen het antwoord. 'Wij geven relatief veel geld uit aan zorg in de laatste levensfase. Toch is de toegevoegde waarde in termen van levensverwachting tamelijk beperkt.'
'Als je in Europese landen met een redelijke levensstandaard bekijkt of er een relatie bestaat tussen uitgaven aan gezondheidszorg en levensverwachting, loopt het spaak. Dan scoort Portugal het beste. Daar wordt het minste uitgegeven. Dat heeft waarschijnlijk te maken met een gezondere levensstijl. Daarin valt ook bij ons veel meer te winnen.'
ELSEVIER Leef gezond, anders helpt de dokter u niet. Gaan we die kant op?
Sanders: 'Dat is kansloos. De dokter zal altijd helpen. Elke dokter helpt. Ook ik. Die eed heb ik gezworen. Als hier iemand voor de deur neervalt, en al heeft hij zijn hele leven lang gerookt en gedronken, dan ga ik toch in mijn witte jas erheen en zal ik hem helpen. Ook als hij dertig kilo te zwaar is.'
'Iets anders is – en dat gebeurt veel te weinig – of ik, als ik als radioloog in het ziekenhuis een dotterbehandeling uitvoer bij het bloedvat van een patiënt, het gesprek aan ga en zeg: mijnheer of mevrouw, rookt u? Onveranderlijk zeggen ze ja. Onveranderlijk zeg ik dan vrij hard: daar moet u echt mee stoppen. Want anders zie ik u hier een keer terug met een geamputeerde voet of met een onderbeen eraf.'
'Ik vind dat de arts de patiënt moet aanspreken op zijn gedrag en op de rol die dat gedrag speelt bij het instandhouden of verergeren van ziekte. Artsen horen dat te doen.'
ELSEVIER Veel burgers menen dat ze overal recht op hebben.
Sanders: 'Dat klopt. Ze maken ook andere afwegingen, waarvan de gezondheid er slechts één is. Als ze willen eten en drinken, te weinig willen bewegen en voor de televisie willen zitten, dan heeft dat consequenties voor hun gezondheidstoestand. Kennelijk vinden ze dat niet zo erg. Misschien denken ze: ik word wel weer opgelapt. Of legt het langetermijn-belang van hun gezondheidstoestand het af tegen de instant-bevrediging van: ik wil nu eten, drinken en gelukkig zijn.'
ELSEVIER Eigen schuld, dikke bult?
Sanders: 'Sommige handelingen roepen de vraag op of je ook financiële instrumenten mag gebruiken bij het beïnvloeden van het gedrag van de burger. Mag je zeggen: iemand die ongezond leeft, moet een hogere premie betalen. Of: iemand die ongezond heeft geleefd, moet een hogere eigen bijdrage betalen bij een bepaalde behandeling. Daarover kun je redetwisten. Laat ik volstaan met de constatering dat in de samenleving van nu financiële prikkels vaak een zekere kracht hebben.'
Eigen bijdragen, eigen betalingen. Het zijn de stokpaardjes van RVZ-voorzitter Sanders. Minister Hoogervorst wilde eigen betalingen invoeren, maar de Kamer hield hem tegen. Hij voerde wel een no claimsysteem in. Sanders vindt dat een slechtere keuze: 'No claim is niet de manier. Omdat die no-claim maanden, soms een jaar achteraf komt. De no-claimwerking berust op de vaststelling achteraf wat er in een jaar wel of niet aan zorg is genoten. Of dat wel of niet boven een drempel is uitgekomen. Indien niet, kan de no claim worden gerestitueerd. Vaak is de verzekerde dan al van verzekeraar gewisseld.'
'Er is geen boter-bij-de-vis-gevoel. Het idee ontbreekt dat iemand moet betalen voor iets dat hem is overkomen,en mogelijk mede zijn eigen schuld was. Dan is het de vraag of de huidige aanpak effectief is. Overigens moet de remwerking van eigen betalingen niet worden overschat. De Nederlander is in internationaal perspectief nog steeds een tamelijk gemiddelde zorggebruiker. Hij gebruikt niet extreem veel zorg.'
ELSEVIER Waar kunnen eigen betalingen worden toegepast?
Sanders: 'Dat kan heel goed bij zelfverwijzingen op de afdelingen spoedeisende hulp van ziekenhuizen. Daar komen mensen met problemen die heel goed door een huisarts hadden kunnen worden behandeld. Niet alleen 's avonds, 's nachts of in het weekeinde, maar ook overdag. Vijftig procent van de aanloop is pure zelfverwijzing. Dat had makkelijk ergens anders - en goedkoper - kunnen worden afgehandeld.'
De samenleving, zegt hij, is nog altijd bereid het grootste deel van een behandeling voor zijn collectieve rekening te nemen. 'Maar dan wordt van u zelf ook iets gevraagd.' Dat wordt een legitieme afweging in een steeds welvarender wordend Nederland. 'Daarover mag je nadenken. Moet die solidariteit de volle honderd procent van de kosten betreffen of mag ook iets van de burgers zelf worden gevraagd? Is dat collectieve arrangement er vooral voor de risico's die je niet zelf kunt dragen of is het er voor alle risico's, de volledige risico's?'
ELSEVIER De Tweede Kamer ziet u aankomen. Dat kunnen veel mensen niet betalen, zal meteen worden gezegd.
Sanders: 'Dat zou kunnen. Maar dan moet je je licht eens laten schijnen over landen waar die eigen betalingen een grotere omvang hebben dan in Nederland. België, Frankrijk. Dat hebben wij gedaan. Dan moet je kijken of daar feitelijk minder zorggebruik is, en of daar feitelijk een minder gezonde bevolking leeft. Omdat die niet de zorg gebruikt die ze nodig heeft, omdat de eigen betalingen in de weg zouden zitten.'
'Allemaal niet waar. Eigen betalingen hebben een cruciale rol in het financierbaar houden van het totale systeem. Ze berusten op een fundamentele afweging wat solidariteit is: honderd procent van het risico of een deel.'
Daar komt bij dat de eigen betalingen een functie hebben in de emancipatie van de patiënt. 'Als u zelf voor uw behandeling iets moet bijbetalen, een voelbaar bedrag, dan vraagt ook u iets. Dan eist u kwaliteit. Dat stelt u eisen aan de interactie tussen u en de zorgverlener. En terecht, zou ik zeggen. Die werking verdient meer aandacht. Omdat er een belangrijke prikkel van kan uitgaan tot het verbeteren van de klantgerichte situatie in de gezondheidssector.'
Hij noemt het voorbeeld van een patiënt met suikerziekte die bereid en in staat is zijn ziekte zelf te managen. 'Door zich goed te controleren, regelmatig zijn bloedsuikers te prikken, trouw insuline te spuiten, door zich goed aan gewicht, dieet en beweegvoorschriften te houden, slaagt hij erin zijn suikerziekte onder controle te houden, ontwikkelt hij geen problemen met zijn netvlies, wordt hij niet blind, ontstaat er geen schade aan zijn nieren, hoeft hij niet aan de nierdialyse, en ontstaan er geen vaatproblemen. Dat is wat allemaal aan diabetes vasthangt. Dit zijn de klassieke patronen waarop je controleert.'
'Ik denk dat je in zo'n geval best kunt zeggen: als u als patiënt erin slaagt om dit jaar een ziekenhuisopname te voorkomen, belonen we dat met premiereductie of betalen we die dure bloedsuikermeter voor u. Als ik verzekeraar was, zou ik het weten. Dit zijn slimme manieren om mensen te stimuleren. Die mogelijkheid zit er nu vaak niet in, maar het is iets om over na te denken.'
ELSEVIER Waarom doen de verzekeraars dat niet? Zij leggen toch al de nadruk op preventie.
Sanders: 'Omdat zij een doorsneepremie moeten heffen die voor iedere verzekerde gelijk is. Zo zit de wet in elkaar. Voor zogeheten collectiviteiten, grotere groepen verzekerden, mag hoogstens een korting van tien procent worden gegeven. Die moet voor elke collectiviteit gelijk zijn. Zorgverzekeraars kunnen niet differentiëren. De vraag is of dat op termijn verstandig is.'
Resoluut wijst hij de groepering aan die in de toekomst meer zal moeten betalen voor zijn eigen zorg. 'De grootste vermogensgroei heeft de afgelopen decennia plaatsgevonden bij de babyboomers. Dat is de groep die nu collectief de leeftijd van 65 begint te naderen. Die vermogensgroei zit in veel mindere mate bij de jongeren. Toch worden de lasten van het toekomstige zorggebruik bij de ouderen gelijk verdeeld over alle hoofden van de bevolking. Terwijl de risico's nadrukkelijk leeftijdsgebonden veel meer neerslaan bij de ouderen.'
ELSEVIER U wilt de zorgpremies koppelen aan het inkomen?
Sanders: 'Op de lange termijn kan het zeker bijdragen aan de financiering van de zorg als je een groep die in doorsnee over een groot vermogen beschikt meer in rekening kunt brengen dan jongeren. Of je geeft een leeftijdsafhankelijke premie en daar waar dat met het inkomen botst, wordt het via de belastingen gecorrigeerd.'
De situatie in de zorg staat niet op zich. 'Kijk naar prepensioen en vut. Ook daar wordt het prijskaartje onevenredig zwaar bij de jongeren gelegd die zelf nooit soortgelijke aanspraken zullen kennen. Dat vind ik wrang. Veel ouderen zeggen dat zij jarenlang premie hebben betaald en nu aan de beurt zijn om zorg te gebruiken. Zij moeten zich goed realiseren dat ze al die tijd voor een dubbeltje op de eerste rang hebben gezeten.'
'Toen zij jong waren, vormden de zij de brede basis van een zeer spitse bevolkingspyramide, met weinig ouderen die – anders dan nu – maar heel weinig zorg gebruikten. De babyboomers kunnen best meer doen. Want als het erom gaat wie de zwaarste last te dragen heeft, zijn het de jongeren van nu, en niet de ouderen.'
ELSEVIER Na dertig jaar soebatten krijgt Nederland in 2006 een nieuw zorgstelsel met gereguleerde marktwerking. Werkt de markt in de zorg?
Sanders: 'Ja, de markt werkt.'
ELSEVIER Waarop baseert u dat?
Sanders: 'Dat lees ik af aan het blote feit, dat de wachtlijsten voor bijvoorbeeld heupoperaties, knieprotheses, en operaties aan cataracten – troebelingen in de lens – als sneeuw voor de zon zijn verdwenen, nadat eerder dit jaar een integrale kostprijsberekening in de markt werd gezet. Dat kan iedereen objectief waarnemen.'
'Als ziekenhuizen en medisch specialisten niet meer automatisch kunnen rekenen op vaste, gebudgetteerde garantiebedragen, maar die ingrepen ook echt moeten uitvoeren om geld te krijgen, dan worden er opeens andere aanbieders op de markt actief die een graantje willen meepikken. Geef ze eens ongelijk. Dan werkt het dus. Markt werkt. Dat is heel eenvoudig zo.'
'De hele zorgsector, dus zowel de ziekenhuizen, de verzorgingstehuizen, de verpleeghuizen als de thuiszorg, draait op de relatie tussen de individuele klant met een bepaalde zorgbehoefte en een zorgverlener die daar iets aan doet. Dat is een vorm van dienstverlening. Die is in beginsel op een markt verhandelbaar. In de kern zijn het transacties die zich lenen voor marktprikkels.'
ELSEVIER Burgers zijn sceptisch, na de ervaringen bij het spoor, in de energiesector, bij de telefonie. De zorg is geen markt, zeggen zij.
Sanders: 'Bij het openbaar vervoer heb je te maken met landelijke en regionale monopolies. Er rijdt niets anders. Er valt dus niets te kiezen. Hoezo zouden die ondernemingen elkaar beconcurren en proberen tot een zo scherp mogelijke kostprijs voor de burger te komen?'
'In de zorg bestaan vele private partijen die aanbieden. Ruim honderd ziekenhuizen, een paar honderd AWBZ-instellingen. Voor een deel ook nog vrij gevestigde aanbieders: psychologen, psychiaters. Enkele regio’s daargelaten zijn er genoeg spelers die met elkaar in de slag kunnen. Het is betrekkelijk gemakkelijk mogelijk om nieuwe aanbieders naar die markt te lokken. Kijk maar over de grens. Daar zijn genoeg kleine praktijkjes die de competitie aankunnen. Een nieuwe NS heb je niet zo gauw.'
ELSEVIER Welke zorg komt in aanmerking?
Sanders: 'Een groot deel van de acute zorg is niet geschikt voor marktwerking. De minder complexe zorg wel. Dus niet dat acute hartinfarct, maar wel de verzwikte enkel. Dus de eenvoudige ingrepen, en ook de chronische zorg voor mensen met suikerziekte, met chronische longaandoeningen of met hartfalen.'
ELSEVIER Wordt het daardoor goedkoper?
Sanders: 'Ik betwijfel of de totale kosten er ooit door zullen dalen. Maar de kwaliteit, de wachttijden, het serviceniveau, de transparantie, de uitkomsten, het inzicht hoe goed de aanbieders zijn, gaan er op vooruit.'
ELSEVIER Komt er zoveel marktwerking als u wenst?
Sanders: 'Er bestaat geen risicoloze overgang. Falen moet worden aanvaard. De introductie van een nieuwe bekostiging van de zorg waarmee we dit jaar zijn begonnen, houdt in dat er dingen fout kunnen gaan. Het is een kwestie van vallen en opstaan, en misschien gaan er wel instellingen failliet. Dat hoort erbij.'
'Ik wil de politiek nadrukkelijk waarschuwen. De Tweede Kamer moet niet meteen op zijn achterste benen gaan staan als er een instelling failliet gaat. Want dat gat wordt altijd weer gevuld. Houd afstand, is mijn pleidooi. Laat het veld eerst een paar jaar de kans krijgen zich te bewijzen. Dan wordt vanzelf het kaf van het koren gescheiden.'
'Ik ben ervan overtuigd, dat de goede instellingen vrijwillig zullen laten zien hoe goed ze zijn, hoeveel complicaties, en hoeveel succes zij hebben. Meer dan nu valt er straks voor de burger echt iets te kiezen. Dat gaat sneller dan u denkt. Daarvoor hebben we maar een paar jaar nodig.'
ELSEVIER U vertrekt als voorzitter van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg om weer voltijds radioloog te worden.
Sanders: 'Ik vind de individuele patiëntenzorg nog steeds inspirerend. De wereld van het ziekenhuis ervaar ik als prettig. Als arts in een ziekenhuis heb je kontakt met je patiënten. Ook als radioloog komt dat met grote regelmaat voor. Dat brengt een grote gratificatie met zich mee. Het is de vraag of een rol als professioneel voltijds bestuurder daaraan kan tippen.'
'Ik ben graag dokter. Ik heb drie jaar lang een grote vereniging geleid, de Orde van Medisch Specialisten, die onder mijn voorzitterschap tot 8000 leden uitgroeide, en daarna vier jaar leiding gegeven aan de RVZ. Als je voor je zelf echt kunt concluderen dat je uitgekeken bent op je vak als arts: prima. Dan word je voltijds bestuurder. Maar dat is allerminst het geval. Ik ben nog lang niet uitgekeken op het medische beroep.'
ELSEVIER Wat is de erfenis van vier jaar Floris Sanders bij de RVZ?
Sanders: 'Ik hoop en verwacht dat het een goed functionerende Raad is die gezag uitstraalt, niet bang is om kritische uitspraken te doen, bereid is ontwikkelingen in de samenleving te signaleren waar de wereld van het beleid nog niet aan toe is, of waarvan het maatschappelijk debat politiek wordt geschuwd. Ons streven is die vragen aan te roeren die gesteld moeten worden, zodat de solidariteitsarrangementen op termijn houdbaar blijven.'
'Als Raad hechten wij zeer aan de solidariteit in de zorgverzekering. Maar we constateren dat die alleen houdbaar kan zijn als we hem clausuleren. Dus moeten we niet bang zijn om te zeggen: daaraan zitten ook grenzen.'
Verdere gedachtenvorming over de betaalbaarheid van de zorg blijft hard nodig. 'Dat kan door met de zorgsector en met de samenleving in debat te gaan. Door ons gedachtengoed uit te dragen. We hebben als RVZ met de artsenorganisaties gesproken, met de wereld van wetenschap en beleid, en met de patiëntenorganisaties. Dat gesprek schuwen wij niet.'
De huidige manier van bekostigen is eindig. Dat moet de burger zich goed realiseren. 'Willen we de zorg op een hoog niveau houden, dan moet de burger zelf meer doen, zijn verantwoording nemen en verantwoord gebruik maken van hetgeen hem wel geboden wordt.'