Nieuws

Algemeen

Liberalen in crisis

door Syp Wynia 21 mrt 2005

De tijdgeest is op de hand van de VVD, maar de liberalen weten er niet van te profiterenGeert Wilders zuigt kiezers weg, Ayaan Hirsi Ali ligt slecht. Jozias van Aartsen overtuigt niet. Redt het Liberaal Manifest de kwakkelende VVD?

Een winterse regendag in Den Haag. Aan de bar van een dampend café aan het Noordeinde steekt Gerrit Zalm een bijna te ontspannen verhaal af. Dan komen de vragen. Oefent de VVD wel voldoende aantrekkingskracht uit op migranten? Is de VVD sowieso wel aantrekkelijk genoeg voor de kiezer? Is de VVD niet te veel voor de rijken?

Verkiezingsposter: VVD houdt koers!
De vice-premier en minister van Financiën denkt mee met de vragenstellers. De VVD moet vooral niet verdeeld zijn, zegt hij. Daar houden de mensen niet van. Maar eenhoofdig leiderschap, een echte partijleider, hoeft ook weer niet. 'Wij zijn niet zo voor Führers.’

En ja, de VVD moet niet alleen van Wassenaar zijn, maar ook van de bijstandsmoeder. De VVD is er ook niet alleen voor de blanken. Zalm vertelt hoe zijn half-Indische echtgenote jaren geleden achter de kinderwagen werd beschimpt: 'Die Marokkanen fokken ook maar raak.’ Zalm: 'Terwijl ik daar toch echt zelf aan had gewerkt.’

Tot zijn genoegen ziet Zalm ook op deze VVD-bijeenkomst 'hier en daar een kleurtje’. 'Van de wintersport,’ grapt iemand. De zaal lacht de zorgen weg.

Invloed
De VVD is de succesvolste partij van Nederland. De liberalen zijn leidend in cruciale politieke debatten en al bijna elf jaar onafgebroken aan het bewind. Geen enkele partij heeft sinds het begin van de jaren negentig zoveel invloed gehad op de koers van het landsbestuur. VVD-ministers zetten de toon, voeren grote veranderingen door, verleggen delicate grenzen. De meestbesproken politici zijn VVD’ers of ex-VVD'ers, zoals Geert Wilders. De VVD heeft zelfs de beroemdste migrant van Nederland in huis: Ayaan Hirsi Ali. Geen partij beschikt over zoveel bekende gezichten, geen partij haalt zo makkelijk de voorpagina.

En toch gaat het niet goed. Zeker, de VVD beheerst het debat, maar niet op een manier waar partijen doorgaans op zitten te wachten. De splijtende kwesties die de VVD op de politieke agenda zet – van immigratie en integratie tot islam, zwarte scholen en bijzonder onderwijs – splijten de VVD zelf als eerste.

De van de PvdA overgenomen Hirsi Ali is misschien wel de succesvolste politicus sinds Pim Fortuyn. Haar aanvallen op de behandeling van vrouwen in islamitische kringen, haar analyse van de botsende beschavingen, haar fundamentele aanval op de ontwikkelingshulp – Hirsi Ali zet de toon. Maar ze past eigenlijk niet bij de altijd wat suffige VVD. Te strijdbaar. En stemmen trekt ze ook al niet. Hirsi Ali is populairder onder de PvdA-aanhang dan bij die van de VVD.

Wie wel stemmen trekt, is ex-VVD’er Geert Wilders. Vooralsnog vooral op papier. Wilders heeft zich nog niet kunnen bewijzen in het referendum over de Europese Grondwet en bij echte verkiezingen, dus of hij zijn papieren aanhang kan waarmaken, moet nog blijken. Maar feit is dat het Wilders – net als eerder Fortuyn – opvallend weinig moeite kost om een fors deel van de aanhang van de VVD naar zich toe te trekken.

Versplintering
De VVD zit in de hoek waar veel stemmen te halen zijn, maar anders dan Wilders en eerder Pim Fortuyn weet de VVD dat niet te verzilveren. Mogelijk dienen zich nog meer politieke gelukzoekers aan, zoals Peter R. de Vries en Roel Pieper. Op links lijkt de politieke versplintering voorbij, maar aan de rechterkant ligt sinds Frits Bolkestein uit de landelijke politiek vertrok in 1998, een terrein braak. De VVD, die het gat liet vallen, is zelf het grootste slachtoffer.

Het CDA, dat de zoekenden van de rechterflank opving, is bij de verkiezingen en de kabinetsformaties tot dusver de grootste winnaar. Uit de concurrentie met het CDA moet de VVD dus zijn extra stemmen halen. Maar met die partij vormt de VVD al sinds de Fortuyn-revolte een coalitie. Resultaat: terughoudendheid, compromissen, afzwakking van het eigen profiel.

Zo moet de VVD tegen heug en meug meedoen aan het nieuwe moralisme van het CDA van premier Jan Peter Balkenende: normen en waarden, binding. Het zijn geen thema’s die echt bij de VVD horen. Het is de agenda van de grootste concurrent van de VVD op de kiezersmarkt. Zo kwijnt de partij weg. Lang is gedacht dat de tijdgeest aan de kant van de VVD staat, maar de aanhang krimpt langzaam in de richting van de kleine liberale partij die de VVD ooit was, voordat Hans Wiegel er een breed aansprekende volkspartij van maakte.


Leiderschap
Anders dan Gerrit Zalm beweert, is de VVD wel degelijk verdeeld. Over wie de leider is, over de koers. En anders dan Zalm in dat Haagse café beweerde, houden VVD'ers – VVD-kiezers althans – wél van leiderschap. De VVD werd groot onder Wiegel en zakte in toen eind jaren tachtig verdeeldheid ontstond. VVD’ers vochten elkaar de tent uit tot Frits Bolkestein het leiderschap naar zich toetrok. Binnen de VVD werd hij nooit echt populair, maar de kiezers sprak hij wel aan. Vervolgens ging het opnieuw mis toen de VVD onder Hans Dijkstal haar koers en gezicht verloor.

Nu leidt Zalm de VVD-delegatie in het kabinet en is Van Aartsen naast fractievoorzitter 'aanvoerder' van de partij. Geen van beiden overtuigt. Zalms persoonlijke koers is niet helder, al was het maar omdat hij aan zijn laatste rondje bezig lijkt. Hij koketteert er regelmatig mee dat hij mogelijk iets anders gaat doen. Intussen is niet Zalm, maar Rita Verdonk de populairste minister, niet alleen van de VVD maar van het hele kabinet.

En Jozias van Aartsen? Hij vecht een dappere strijd, maar ook zijn optreden mist brille. Van Aartsen won de fractieverkiezingen over het leiderschap van Henk Kamp en Zalm-favoriet Frank de Grave, en werd door het Haagse parlementaire perscircuit zowaar tot politicus van het jaar 2003 gekozen. Maar na dit giftige cadeautje zakte hij in de gunst van partijleden en kiezers.

Van Aartsen liep in zijn eentje voor de troepen uit voor een zuiver districtenstelsel en slaagde er niet in medestanders te krijgen. Hij liet Geert Wilders en Hirsi Ali hun gang gaan en wekte daarmee het ongenoegen van hun brave, merendeels weinig charismatische fractiegenoten. Vervolgens liet hij zich eind augustus 2004 door de partijbaronnen opjagen om Wilders een toontje lager te laten zingen. Toen dat tot Wilders’ vertrek leidde, was Van Aartsen in de ogen van dezelfde partijbaronnen en aanhang de kwaaie pier.

Van Aartsen komt op voor Hirsi Ali, maar die is buiten de VVD geliefder dan erbinnen. Als Van Aartsen het VVD-congres toespreekt, is het gehoor beleefd, maar niet meer dan dat. Als Van Aartsen zegt het moslimterrorisme met wortel en tak te willen uitroeien, zegt hij hetzelfde als een jaar geleden. De VVD heeft het thema uit handen gegeven: de vorige woordvoerder, Geert Wilders, is ermee vandoor gegaan.

Kandidaten
Er is op dit moment nauwelijks iemand die denkt dat Van Aartsen de VVD met succes door de volgende verkiezingen kan loodsen. En dus gaan de ogen spiedend rond. Wie dan? Henk Kamp, door Dijkstal kort gehouden als immigratiespecialist maar populair bij de achterban en gerespecteerd als defensieminister, houdt zich in de coulissen beschikbaar. Ook Rita Verdonk, kordaat minister voor Vreemdelingenzaken, is een kandidaat. Mogelijk verschijnt zelfs junior-politicus Mark Rutte op het toneel. De staatssecretaris van Sociale Zaken ging twee jaar geleden ook al door voor het gezicht van de toekomstige VVD.

En dan is er nog het probleem: wat voor partij wil de VVD eigenlijk zijn?

Vanouds houdt de partij niet zo van zulke bespiegelingen, maar de VVD – heel liberaal Nederland eigenlijk – wordt al meer dan een eeuw verscheurd door de keuze tussen links en rechts, tussen conservatief-liberaal en sociaal-liberaal. De VVD was bij de oprichting in 1948 al een fusie van die twee vleugels en sindsdien is de discussie zelden weg geweest.

Het antwoord moet eind februari komen van een commissie onder leiding van de burgemeester van Leeuwarden, VVD’er Geert Dales. De commissie werd ingesteld op voorstel van het partijbestuur, maar Van Aartsen was er nauw bij betrokken. En hij leende zijn politiek assistent, filosoof Luuk van Middelaar, als secretaris uit aan de commissie.

Van Aartsen heeft zijn inzichten niet aan de commissie kunnen opleggen. Zijn pleidooi voor een districtenstelsel haalde het niet. Ook voor meer directe democratie – zoals het Europees referendum dit jaar dat Van Aartsen mogelijk maakte – voelt de commissie niks.

De commissie-Dales oordeelt wel positief over een ander stokpaardje van Van Aartsen: de verkozen minister-president. Dales zal voorstellen om tegelijk met de Tweede-Kamerverkiezingen een verkiezing van de premier te houden. De nieuwgekozen Kamer draagt de politicus die als kandidaat-premier de meeste stemmen kreeg, bij de Koningin voor als formateur. Het is een voor VVD-begrippen revolutionair idee. De VVD was, zeker sinds Wiegel, een uitgesproken conservatieve partij als het ging om de staatsinrichting.

Dertig kantjes
Het Liberaal Manifest van de commissie-Dales telt dertig kantjes en moet de oudere versie van een kwart eeuw geleden vervangen. Het houdt het midden tussen een beginsel- en een verkiezingsprogramma. Het is een pleidooi voor, zoals Van Aartsen het in december 2004 in een lezing voor de Teldersstichting al formuleerde, de 'burgerstaat’: 'een samenleving van vrije en betrokken burgers’.

De leidende gedachte is dat de Nederlandse democratie niet goed functioneert. Al was het maar omdat de overheid honderden invloedrijke organen buiten de politieke controle heeft gemanoeuvreerd. Dat moet veranderen: de commissie pleit voor een zekere hercentralisering van de overheid, om politieke controle opnieuw mogelijk te maken.

De overheid moet klein en sterk zijn en de nadruk leggen op haar eerste taak: de veiligheid. Het volk roert zich volgens de commissie vooral omdat de overheid faalt in de bescherming van burgers. Op andere terreinen dringt de overheid zich juist te veel op. Het Liberaal Manifest wil een kleine overheid, die minder geld van de burgers afneemt dan nu. In ruil daarvoor bepleit het Manifest overheidsgunsten die populair zijn bij de VVD-aanhang, zoals de hypotheekrenteaftrek, op het spel te zetten. Zo kan het huidige fiscale schijvenstelsel worden vervangen door één, betrekkelijk laag tarief: de 'vlaktaks’.

Verder benadrukt het Manifest dat de VVD geen anti-religieuze partij is, maar juist altijd op de bres heeft gestaan voor de godsdienstvrijheid. Asociaal wil de VVD blijkens dit nieuwe beginselprogramma ook niet zijn. 'De gemeenschap draagt er zorg voor dat niemand in vernederende armoede hoeft te leven en dat eenieder zich vrij kan ontwikkelen. De VVD is sociaal.’ Aldus het concluderende hoofdstuk, 'Het Liberale Kompas’.

Burgergunst
Het Liberaal Manifest is een poging van VVD-voorzitter Jan van Zanen, Jozias van Aartsen en Gerrit Zalm om het althans ideologisch met elkaar eens te worden. Na het ideologisch doodbloeden onder Hans Dijkstal is die poging alleen al een felicitatie waard. Of het Manifest de VVD weer aan een grote aanhang helpt, is een andere vraag. De tijdgeest mag de VVD gunstig gezind zijn, de verdeelde, weinig aansprekende liberalen moeten de burgergunst voorlopig laten aan de sociaal-democraten en christen-democraten.

Toch kan de VVD zich in de nabije toekomst herpakken. Kiezers zijn om te beginnen wispelturiger dan ooit. De liberale premier Guy Verhofstadt in België en diens Deense collega Anders Fogh Rasmussen hebben laten zien dat liberale partijen in West-Europa niet alleen de grootste kunnen worden, maar na hun eerste regeerperiode opnieuw de premier kunnen leveren. Rasmus- sen bleef aan op basis van een programma dat in veel lijkt op wat de VVD nu voorstaat: lagere belastingdruk en een strikte aanpak van de immigratie.

Ook hangt de impopulariteit van het kabinet-Balkenende samen met de straf gepresenteerde bezuinigingen en hervormingen van de verzorgingsstaat. Nu het economische tij voorzichtig lijkt te keren, kan de kiezersgunst zich weer naar de regeringscoalitie wenden, ook richting VVD. Niet voor niets zendt Gerrit Zalm, de strenge hoeder van een beperkt financieringstekort, opgewekte signalen uit.

Wat natuurlijk ook kan, is dat de VVD zichzelf, zoals al vaker is gebeurd, om zeep helpt. Door een overdreven vertoon van schuldgevoel over haar gebrek aan aantrekkingskracht op bijstandsmoeders. Door te veel bezorgdheid over de vraag of de VVD niet een sleets en rechts merk is, zoals Mark Rutte een jaar geleden opperde. Of: door een onzalige strijd om het leiderschap.

eerder gepubliceerd in Elsevier, 19 februari 2005

zie ook

0 reacties