Algemeen

Leve het proefdier

Simon-Rozendaal1312 door Simon Rozendaal



Vrijwel alle argumenten tegen het gebruik van proefdieren kloppen, maar wat als er niets beters is te verzinnen? Wiens leven telt meer, dat van een mens of dat van een dier? Allerlei ziektes hadden niet met succes kunnen worden bestreden zonder het gebruik van dieren. De proefdierkundige: 'Er wordt zo bizar geredeneerd.'

Er zijn tal van argumenten tegen het gebruik van proefdieren. Bijvoorbeeld dat uit onderzoek in de afgelopen decennia is gebleken dat dieren dichter bij ons staan dan we altijd hebben gedacht. Zo is de genetische overeenkomst tussen een mens en een muis verbazingwekkend groot: wij delen zo'n 97 procent van onze genen met dit knaagdier. Met andere woorden, pijnlijk onderzoek op een proefdier uitvoeren, is een beetje als het martelen van een mens. Proefdieren? Verzin iets beters!

Vrijwel alle tegenargumenten kloppen. Er is echter een krachtig argument voor het gebruik van proefdieren. Dat luidt: wat nu als er niets beters valt te verzinnen? Wiens leven telt dan meer, dat van u, uw vrouw, man, kinderen, ouders, of dat van een rat of muis?

Motivatie
Voor steeds meer organisaties in binnen- en buitenland is dat de motivatie om het gebruik van proefdieren te verdedigen tegen de heersende publieke opinie in. Een daarvan is het Britse SIMR, Seriously Ill for Medical Research. Vicky Cowell is hoofdredacteur van Hope (The patients voice for medical progress), het blad dat SIMR uitgeeft. De Engelse heeft een dochter met taaislijmziekte.

Het gaat redelijk goed met haar, maar zowel Vicky als haar dochter is ervan overtuigd dat de dochter al lang dood was geweest als de Engelse activisten tegen dierproeven hun zin hadden gehad. Vicky Cowell: 'Het is heel simpel, de meeste activisten voor dierenrechten waarderen het leven van een dier hoger dan dat van een mens.'

Het blad Hope probeert tegengas te geven. Zo staat in nummer 55 (voorjaar 2005) een artikel over de voordelen van het gebruik van fretten in plaats van knaagdieren bij de bestrijding van sommige ziekten (griep en longziekten). Er is een column van een patiente met multiple sclerose die wanneer er ergens een demonstratie is van dieractivisten een tegendemonstratie opzet.

Sinds kort is er ook in Nederland iets vergelijkbaars: de SID, Stichting Informatie Dierproeven. De website van de stichting verstrekt uitvoerige en tamelijk unieke informatie over dierproeven. Welke proeven wel of niet mogen, hoe een Dier Experimenten Commissie te werk gaat enzovoorts.

Expertisecentrum
De stichting, waarvan het bestuur bestaat uit vertegenwoordigers van patientenorganisaties en medisch onderzoekers, heeft ervoor gekozen zo rustig en objectief mogelijk over te komen, niet zo fel als sommige patientenorganisaties in het buitenland (zie ook de bij dit artikel afgedrukte Amerikaanse posters). Penningmeester en proefdierkundige dr. Jan Wolters: 'Wij willen een expertisecentrum worden waar iedereen - ook de overheid, ook tegenstanders van dierproeven - terechtkan om te achterhalen hoe het werkelijk zit.'

Dr. Cees Smit is voorzitter. Smit heeft hemofilie, aids en hepatitis. Als hij een eeuw eerder was geboren, was hij zo goed als zeker maar vier of vijf jaar oud geworden. Zijn leven is letterlijk gered door medische ingrepen die op dierproeven leunden.

Hij ergert zich dan ook mateloos aan de onevenwichtige informatie over dierproeven. 'Ik heb op hoorzittingen over medische biotechnologie mensen van de Dierenbescherming geringschattend horen zeggen: "O, daar hebben maar weinig Nederlanders last van, het is niet nodig om daar proefdieren voor te gebruiken." Zo treedt de Dierenbescherming niet naar buiten in advertenties, maar ze zegt het in besloten kring wel. Daarom zou het goed zijn wanneer over dit soort onderwerpen meer in het open zou worden gediscussieerd. Dan zou de Dierenbescherming merken dat een groot deel van de Nederlandse bevolking daar niet achter staat.'

Penningmeester Jan Wolters: 'Er wordt zo bizar geredeneerd op dit vlak. Een tijdje geleden raakte ik in gesprek met een Amerikaanse dierenrechtfilosoof. Die wijst alle dierproeven categorisch af. Ik zei tegen hem dat als we de afgelopen eeuwen geen dierproeven hadden gedaan, we nu tegen een heleboel ziektes, die we kunnen genezen, niets hadden gehad. Dat ontkende hij glashard. Hij zei dat de medische wetenschap meer last dan voordeel heeft gehad van proefdieren. Nou ja, dan heb je werkelijk geen enkel inzicht in de geschiedenis van de medische wetenschap.'

Aaibaarheidsfactor
Het idee om de stichting op te richten, is in 2003 ontstaan op een symposium in Eindhoven. Op die bijeenkomst waren zowel de proefdieronderzoekers als de patientenorganisaties vertegenwoordigd. Voor de proefdieronderzoekers, bijeen in de Nederlandse Vereniging voor Proefdierkunde, spreekt dit voor zichzelf. Van de patienten daarentegen was het gedurfd. Dieren hebben, zoals schrijver Rudy Kousbroek het ooit noemde, een hoge aaibaarheidsfactor, en wie het waagt om zich voor proefdieronderzoek uit te spreken, riskeert een massaal verlies aan sympathie.

Of aan geld. Dat is namelijk de reden dat de 'collectebusfondsen' er niet waren en nu ook niet deelnemen in de SID. Die fondsen, zoals de Nederlandse Hartstichting, die via de collectebus geld voor allerlei ziektes verzamelen, hadden informeel laten weten dat ze met het idee sympathiseerden, maar dat ze bang waren dat het hen in de beurs zou raken.

Dat is hypocriet omdat het onderzoek waarvoor dit soort fondsen collecteert, niet zonder proefdieren kan. Het kankeronderzoek bijvoorbeeld zou volledig stilvallen wanneer er geen proefdieren meer mochten worden gebruikt.

Het is niet het enige voorbeeld van Hollandse hypocrisie. Zo mogen in Nederland sinds vorig jaar geen experimenten meer op mensapen worden uitgevoerd. Voor een ziekte als aids echter blijft het gebruik van mensapen als proefdier onontbeerlijk. De mensaap is immers het enige dier dat ongeveer hetzelfde als de mens op het aidsvirus reageert. Mocht er ooit een aidsvaccin komen, dan zal dat dus moeten worden uitgetest op chimpansees of andere mensapen.

Mensapen
De Nederlandse overheid weet dit, maar heeft onder druk van de publieke opinie toch tests op mensapen verboden. Mocht dat ooit nodig zijn, dan kan immers, zoals een commissie van de KNAW, de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, adviseerde, altijd naar andere landen (zoals de Verenigde Staten) worden uitgeweken, waar wel nog proeven op mensapen worden uitgevoerd.

Waar doet deze houding aan denken? Inderdaad, de linkse hypocrisie inzake kernenergie. Links wil geen kerncentrales in eigen land, maar heeft geen moeite met het importeren van nucleaire stroom uit Belgie, Duitsland en Frankrijk.

Het aantal proefdieren is in de afgelopen twintig, dertig jaar sterk gedaald. In diezelfde periode is de wetenschappelijke output, het aantal gepubliceerde artikelen, sterk toegenomen. Per eenheid wetenschap - een publicatie in een tijdschrift - worden dus spectaculair minder proefdieren gebruikt dan vroeger.

Dat komt deels doordat sommige dingen niet meer mogen. Dierproeven voor cosmetica zijn in Nederland sinds 1997 verboden. In datzelfde jaar is ook de zogeheten LD50-test in zijn oude vorm afgeschaft. Bij dit door de overheid vereiste experiment werden, om de giftigheid van een chemische stof te bepalen, veel proefdieren ingezet. LD50 staat voor de Lethale (dodelijke) Dosis waarbij 50 procent van de proefdieren sterft. Het is een buitengewoon geschikt middel om de giftigheid van een stof te bepalen. Als een bepaalde stof een twee keer zo kleine LD50 heeft als een andere, is die stof twee keer zo gevaarlijk.

Koorts
Die LD50-waarde wordt nu op een veel vernuftiger en diervriendelijker manier bepaald. Er wordt met kleine groepjes dieren in wisselende doses gewerkt. Zodra de gezondheid van een dier achteruitgaat, bijvoorbeeld door middel van koorts, wordt euthanasie toegepast. Lijden wordt daarmee voorkomen.

Ook springen proefdierkundigen tegenwoordig efficienter met dieren om. Jan Wolters: 'Als ik bijvoorbeeld de afweercellen van een dier nodig heb, gooi ik de rest niet meer weg, maar vries ik sommige organen in, zodat we die een andere keer weer kunnen gebruiken.'

Maar dieren blijven voor sommige experimenten noodzakelijk. Ook is ongerief voor de dieren dan niet te vermijden. Neem het onderzoek naar multiple sclerose, MS. Dat kan op de computer worden gedaan, in de reageerbuis, op organen van dode dieren, maar op een gegeven moment moet een hypothese over hoe de ziekte in elkaar steekt op een lichaam worden uitgeprobeerd. Jan Wolters: 'Zo'n dier staat bijvoorbeeld stijf van de verlammingen. Het is gruwelijk, maar het is een van de weinige manieren om iets tegen MS te vinden.'

Reuma-experimenten
Een ander voorbeeld is reuma. Daar is nog steeds geen goed middel tegen. Dus worden proefdieren kunstmatig aan reuma geholpen om na te gaan wat er in hun lichaam gebeurt en of daar iets tegen te doen is. Wolters: 'Die beesten hebben in al hun gewrichten pijn. Je kunt ze ook geen pijnstillers geven, want dat zijn nu net medicijnen die het reumaproces beinvloeden.'

Natuurlijk zijn er ook op dit vlak alternatieven voor dierproeven. Die worden ook gebruikt. Er worden bijvoorbeeld reuma-experimenten in de reageerbuis en op organen van overleden dieren uitgevoerd, maar op een gegeven moment moeten toch experimenten met proefdieren worden gedaan. Wolters: 'In wezen is reuma een ziekte van het afweerstelsel. Welnu, een afweerstelsel kun je niet in een reageerbuis namaken. Dat is een ongelooflijk complexe wisselwerking tussen cellen, organen enzovoorts. Daar heb je een heel dier voor nodig.'

 

Kaders bij artikel:

VOORAL KNAAGDIEREN
Er worden in Nederland jaarlijks ruim 600.000 geregistreerde dierproeven uitgevoerd. In werkelijkheid zijn het er nog meer, want experimenten met ongewervelde dieren, zoals wormen en insecten, hoeven niet te worden aangemeld. Van die ruim 600.000 bestaat het merendeel (bijna 70 procent) uit muizen en ratten.

 

Daarna komen kippen (15 procent) en vissen (4 procent). Het aandeel van de honden is 0,4 procent en van apen 0,001 procent. Van alle dierproeven veroorzaakt 6 procent 'ernstig' ongerief en 0,1 procent 'zeer ernstig' ongerief. De dood wordt overigens niet tot deze categorieen gerekend, omdat die pijnloos verloopt.

FOEI BRUSSEL!
Van alle Nederlandse dierproeven heeft 50 procent plaats voor wetenschappelijke doeleinden, 5 procent is bestemd voor onderwijsdoeleinden - om artsen, dierenartsen en biologen te leren hoe een lichaam in elkaar steekt.

Het restant, ruim 40 procent, is voor de veiligheid. Hierbij zitten bijvoorbeeld proeven die de overheid - nationaal dan wel Europees - verlangt ten aanzien van chemicalien.

Zo zal er de komende jaren een toename van het aantal proefdieren zijn vanwege het zogeheten Reach-programma. In het verleden verplichtte de Europese Unie bedrijven om proefdiertests uit te voeren wanneer er nieuwe chemicalien werden geintroduceerd. Binnenkort moeten ook voor alle tienduizenden chemische stoffen die in het verleden op de markt zijn gekomen, tests worden uitgevoerd.

Het betreft hier chemische stoffen die al tientallen jaren worden toegepast in onze tennisrackets, in onze meubelen, in onze auto's, in de broodtrommeltjes, en die, omdat we er geen schade van hebben ondervonden, dus zo goed als zeker ongevaarlijk zijn. Toch moeten al deze stoffen op proefdieren worden uitgeprobeerd.

Het is een volslagen nutteloze verspilling van miljoenen dierenlevens. Europa op zijn smalst: Duitse Grundlichkeit, gecombineerd met Engelse red tape en Hollands calvinisme. Foei Brussel!

Leve het proefdier

Simon Rozendaal

Simon Rozendaal (1951) is sinds 1986 redacteur wetenschap van Elsevier.

zie ook

6 reacties

  • 0 0

    Simon, wat een volslagen eenzijdig verhaal weer!

    Leve de eenzijdige informatie / propaganda van de voorstanders van proefdiergebruik! Wanneer kan er nu eens een objectief stuk geschreven worden waarin de voor én nadelen genoemd worden zodat mensen werkelijk een weloverwogen standpunt in kunnen nemen?

    De pro-kant is bij dezen wel weer uitvoerig uit de doeken gedaan hoewel ik weer geen feit de revue heb zien passeren.
    Laat de andere kant ook eens zien en dan niet enkel in een paar schampere niet onderbouwde negatieve opmerkingen van voorstanders van proefdiergebruik! Dat zijn pure drogredeneringen die op het gemoed proberen te spelen die dus bij voorbaat al niet gebruikt zouden mogen worden omdat ze niet onderbouwd worden door feiten.

  • 0 0

    Welnu, ik mis belangrijke zaken in het debat zoals de vele problemen met de door dierproeven goed bevonden medicijnen. Het blijkt dat ondanks dat we meer dan 90% of zelfs 97% van het DNA met veel zoogdieren delen de uitwerking van medicijnen bepaald anders is. Door er van uit te gaan dat wanneer het op proefdieren werkt het ook goed zal zijn voor de mens zijn al vele mensen onnodig vergiftigd en overleden. De mens is geen grote muis/rat of zelfs aap! De mechanismen zijn vaak niet 1 op 1 om te zetten van proefdier naar mens.

    Voorts wordt er niet gesproken over het gebruik van menselijk weefsel waarmee vaak veel gerichter en passender onderzoek gedaan kan worden. Het stukje gaat ervan uit dat weefselproeven met weefsel van proefdieren zou moeten gebeuren. Vreemd omdat dit beduidend minder effectief is dan het gebruik van weefsel van het organisme waar het medicijn voor bedoeld is.

  • 0 0

    Ook is het vreemd dat er geschermd wordt met dierproeven die in het verleden zulke goede resultaten zouden hebben gehad als reden om er nu mee verder te gaan.
    Wederom wordt er daarmee op het gemoed van mensen ingespeeld en niet gekeken naar de werkelijkheid van dit moment. Als we alles met vroeger gaan vergelijken zijn we niet realistisch bezig. De wetenschap heeft niet stil gestaan en er zijn al verschillende alternatieven ontwikkeld die de dierproeven in effectiviteit overstijgen. Door te verwijzen naar een verleden waarin deze alternatieven er nog niet waren doe je de wetenschap te kort en ben je enkel op de emotionele toer bezig om mensen te "bewerken" voor jouw niet onderbouwde standpunt. Dat is niet netjes!

  • 0 0

    Ook mis ik de enorme aantallen dieren die gefokt/gekweekt worden voor de dierproeven waar uiteindelijk geen proeven mee gedaan worden omdat ze niet aan de juiste voorwaarden (geslacht, genetische kenmerken, leeftijd enz) voldoen van de onderzoeken. Deze dieren worden zonder ze te gebruiken voor de proeven geneutraliseerd (gedood) omdat ze geen nut hebben voor de onderzoekers. Dan komen er behoorlijk wat grotere cijfers te staan in de tabellen van gedode proefdieren. (want gedood worden ze allemaal. Is het niet na een proef, dan wel na een reeks van proeven want ze zullen nooit buiten de onderzoekscentra meer in contact mogen komen met andere dieren of mensen)

  • 0 0

    Wat mij vooral opvalt in de discussie over dierproeven is dat de voorstanders beweren dat de tegenstanders op de emoties spelen (ze zouden dieren boven mensen stellen) terwijl het omgekeerde waar blijkt te zijn. Daar waar de tegenstanders alternatieven voor dierproeven aandragen en aangeven waar de dierproeven niet effectief zijn bij de extrapolatie naar de mens (wetenschap en feiten dus), wordt door de voorstanders telkens verwezen naar emotionele beelden van zieke mensen die anders reddeloos zouden zijn...... zonder hierbij dus wetenschappelijke feiten aan te dragen waarmee het gebruik van proefdieren ondersteund zou worden.

    Dus probeer eens iemand erbij te nemen die de negatieve en de positieve kant van het gebruik van proefdieren wetenschappelijk benadert en uit de doeken doet. En schrijf dan een afgewogen stuk over het onderwerp in plaats van een propaganda-verhaaltje voor de ene of de andere kant.