Nieuws

Algemeen

De huisvesting van bejaarden in de toekomst

door Administrator 1 sep 2005

Als we ouder worden, blijven we het liefst zo lang mogelijk zelfstandig wonen. Omdat veel ouderen zo hechten aan hun zelfstandige leven, is een tekort aan zorg en aangepaste woningen. Hoe groot is het probleem precies, en wat zijn de mogelijke oplossingen?

Door Brenda van Osch

Dit artikel is eerder gepubliceerd in Elsevier (maart 2002).

Ooit komt het moment dat we minder huppelend door het leven gaan. Als trappenlopen niet meer gaat of het onderhoud van het eigen huis te veel wordt, rijst de vraag of het geen tijd wordt om te verhuizen.

Voor sommige ouderen komt dan een droom uit. De kinderen zijn uit huis, het werk zit erop: eindelijk vrij! Het grote huis wordt verruild voor een luxe appartement in de stad nabij theater en restaurants, of juist voor een stulpje ver weg van alles en iedereen. Een groeiende groep zoekt het geluk over de grens.

Voor veel ouderen is verhuizen echter een pijnlijk onderwerp. Zoiets als euthanasie of erfenissen - je wilt er niet aan denken, omdat het verwijst naar aftakeling en naar de dood. Zeker een verhuizing die wordt ingegeven door het overlijden van de partner of door gezondheidsklachten is wrang. Niet de wil, maar het lichaam dicteert.

Kinderen

Vroeger kwamen pa en moe dan bij een van de kinderen inwonen. Nu wonen de kinderen ver weg, en zijn druk met werk, gezin en hun sociale leven. Zelfs boodschappen doen voor vader of moeder is door de afstand ondoenlijk, laat staan dat echte zorg kan worden verleend. Ouderen moeten er op hun beurt niet meer aan denken in te wonen. De kinderen hebben hun eigen leven, en zij ook. De gedachte de billen te laten wassen door de eigen dochter is verre van aantrekkelijk.

Toch spelen kinderen nog steeds een rol bij de beslissing van ouderen om te gaan verhuizen en bij de vraag waar naartoe. Ze verkennen de mogelijkheden op de woningmarkt; niet zelden betalen ze mee aan de nieuwe woning. Soms komt er lichte dwang aan te pas. In de Rapportage Ouderen 2001 van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) noemt 16 procent van de ouderen die verhuisden naar een meer beschermde woonvorm als de belangrijkste reden: 'anderen hebben erop aangedrongen'. Daarmee staat dit argument nummer drie op de lijst. Op één staat dat de 'vroegere woning ongeschikt, onpraktisch of te duur' was geworden, op twee de 'angst voor de gezondheid als niemand in de buurt is'.

Op dit moment zijn er zo'n 2,2 miljoen 65-plussers, over een jaar of dertig een kleine 4 miljoen, aldus het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). En de ouderen worden ouder. De levensverwachting van vrouwen nadert de 81 jaar, die van mannen de 76. Meer oudere ouderen betekent ook meer mensen die voor een langere periode zorg nodig hebben. Voor al deze ouderen speelt vroeg of laat de vraag of de huidige woning nog voldoet. Dat roept vragen op. Hoe wonen ouderen nu? Zijn ze tevreden, krijgen ze de zorg die ze nodig hebben? En vooral: waar moeten al die senioren in 2030 wonen?

Eigenwaarde

Eén ding staat vast: de samenleving is nog niet ingericht op zoveel ouderen. Het merendeel van de woningen is ongeschikt voor senioren, de zorg kan de vraag nu al niet behappen en ouderen zien door de bomen het bos niet meer.

Elk onderzoek bevestigt het: ouderen willen het liefst zelfstandig blijven wonen. Het hebben van een eigen voordeur en zelf bepalen wat je eet, zijn zaken die mensen eigenwaarde geven. Sinds een jaar of vijftien is ook het overheidsbeleid erop gericht ouderen zo lang mogelijk op zichzelf te laten wonen. Dat is wat ze willen, claimt Den Haag trots.

Maar het beleid dat wordt gevoerd, is evenzeer pure noodzaak. De overheid kán geen tehuizen bouwen voor vier miljoen ouderen. Wonen en zorg onder één dak, zoals vroeger in het bejaardenhuis, geldt nu als noodoplossing voor de zwaar zieken. En zelfs daar sneuvelen plaatsen. Veel verzorgingshuizen en verpleeghuizen zijn verouderd; de kamers zijn te klein naar de huidige maatstaven. Een deel wordt gesloopt en vervangen door nieuwbouw. In de overige complexen worden appartementen samengevoegd. Voor de plaatsen die wegvallen, komt niets in de plaats.

Zorg

Wie niet zwaar ziek is, wordt geacht het alleen te redden. Indien nodig kan de zorg naar de woning worden gebracht, bijvoorbeeld in de vorm van thuiszorg. Ook het omgekeerde is mogelijk. In een woonzorgcomplex is de woning naar de zorg gebracht. Ouderen wonen er zelfstandig, maar maken gebruik van gemeenschappelijke (zorg)voorzieningen. Soms heeft het complex een interne verpleegafdeling, waardoor ook aan de zelfstandige bewoners verregaande zorg kan worden geboden. De laatste jaren wordt op enkele plaatsen getracht die complexen een wijkfunctie te geven, waardoor een zogenoemde woonzorgzone ontstaat. Dat heeft twee voordelen: de ouderen uit een buurt kunnen voor hun zorg bij het centrum terecht en de voorzieningen in de dure complexen renderen beter.

Wens of noodzaak - feit is dat mensen inderdaad langer zelfstandig blijven wonen. In 1981 woonde 11 procent van de 65-plussers in een verzorgings- of verpleeghuis, aldus het CBS. Nu nog maar 6 procent. Zelfs op hoge leeftijd wonen mensen zelfstandig. Zo wonen twee op de drie vrouwen van 85 jaar of ouder en vier op de vijf mannen in die leeftijdsgroep op zichzelf. De vrouwen zijn veelal alleenstaand, de mannen die na hun 85ste nog zelfstandig wonen, doen dat in bijna de helft van de gevallen met hun partner.

Faciliteiten

Hoe dat zelfstandig wonen eruitziet, verschilt nogal. In het luxe koopwoningencomplex Park 's Gravenmade in Bennebroek, in de Noord-Hollandse duinen, viert de maakbaarheid van het leven hoogtij. De 87 appartementen zijn ruim, gelijkvloers en voorzien van een privéparkeerplaats. Indien nodig zijn ze aangepast aan de behoeften van bewoners. In de collectieve ruimten zijn een fitnessruimte en een atelier ingericht. Op vaste uren zijn een kapper, pedicure, fysiotherapeut en zorgcoördinator aanwezig. De laatste adviseert welke zorg het beste waar kan worden ingekocht. Er kan veel, alleen 24-uursverpleegzorg gaat de mogelijkheden en budgetten te boven.

Wat er nog niet aan voorzieningen is, wordt door de senioren zelf in het leven geroepen. Zo leasen ze planten voor de aankleding van de entree en een biljarttafel. Voor allerhande activiteiten zoals schilderen en werken met de computer huren ze docenten in.

Woonadviseur

Heel anders is het beeld dat het werk van Piet Roest oproept. Hij is woonadviseur in Haarlem, een post die voor twee jaar wordt gesubsidieerd door de provincie Noord-Holland. Hij gaat langs bij oudere inwoners van Haarlem die vragen hebben over wonen. Ik kom de trap niet meer op, wat nu? Hoe schrijf ik me in voor een aanleunwoning? Maak ik kans op een plek? De vragen hangen bijna altijd nauw samen met de behoefte aan zorg en administratieve of financiële steun. Veel ouderen zijn bang, eenzaam of ziek.

Meestal is hun situatie eenvoudig te verbeteren. Voor ouderen die bang zijn, doet een alarm wonderen. Ook met een traplift of maaltijden aan huis kunnen mensen weer jaren vooruit. Soms zijn drastischer stappen nodig, zoals andere woonruimte. Dat is niet zomaar geregeld. Wie in aanmerking wil komen voor een woning met zorgvoorzieningen moet ziek zijn. De wens alleen is niet voldoende. En overal zijn wachttijden. 'Het duurt vaak maanden, zo niet jaren voor iemand op de juiste plek terechtkomt,' zegt Roest. 'In de tussentijd is het pappen en nathouden.'

Het zijn slechts twee voorbeelden uit een woud van woonvormen en problemen. Toch vertellen ze veel over het seniorenwonen van tegenwoordig. Dat de individualisering van de samenleving ook de senior heeft bereikt, bijvoorbeeld. Als dé oudere ooit al bestond, is dat nu verleden tijd. De groep varieert alleen al in leeftijd van 65 tot 100-plus. Grofweg zijn ouderen te verdelen in mensen in de derde en in de vierde levensfase. De derde levensfase begint na het stoppen met werken, de vierde als de partner wegvalt of chronische gezondheidsklachten opdoemen. Veelal is dat pas met 75 jaar of later. In werkelijkheid is de diversiteit natuurlijk veel groter.

Wensen

Zoveel ouderen, zoveel zinnen, zoveel woonvormen. De bewoners van Park 's Gravenmade in Bennebroek leven verder zoals ze gewend zijn. Met zekere privileges. Betty Wassenaar van projectontwikkelaar Altus in Houten, bouwer van het park, typeert haar klanten: 'Ze zijn mondig, hebben geld en de tijd. Die combinatie maakt dat problemen snel moeten worden opgelost. Ze betalen ervoor en eisen dus ook optimale kwaliteit.'

Meer individuele keuze betekent ook dat wie niet bulkt van het geld, vaker buiten de boot valt. Zowel Bennebroek als Haarlem is een voorbeeld van hoe de overheid het wonen voor ouderen voor ogen heeft: in een specifieke seniorenwoning van alle gemak voorzien, in het eigen huis met aanpassingen of in een complex waar zorg voorhanden is. Als het maar zelfstandig is. Maar de situatie in Haarlem maakt duidelijk dat de woningvoorraad niet naadloos aansluit bij de behoeften van ouderen. Laat staan dat die voorraad toereikend is voor de grijze golf die eraan komt. En zo is het in heel Nederland.

Triest beeld

Waar schort het aan? In eerste instantie aan geschikte woningen. Dick Knook, directeur van TNO Verouderingsonderzoek in Leiden en redacteur van het boek Senioren & Wonen, schetst de woonwensen van senioren: 'Het gros van de ouderen zoekt naar een gelijkvloerse woning in een veilige woonomgeving nabij voorzieningen zoals openbaar vervoer, winkels, dokter en apotheek.'

De werkelijkheid ziet er anders uit. Slechts 20 procent van de woningen - 1,3 miljoen - is zonder trappenlopen te bereiken en te bewonen. Ernstiger wordt het als de woningen ook worden beoordeeld op hun omgeving en op hun aanpassingsmogelijkheden in geval van gezondheidsklachten. Met die criteria komt de Rapportage Ouderen van het SCP op niet meer dan 230 duizend geschikte woningen. Uiteraard heeft lang niet iedere senior een woning nodig die aan alle criteria voldoet, maar op een snel groeiende ouderenpopulatie van nu 2,2 miljoen mensen is 230 duizend woningen om te huilen. Het SCP schetst een triest beeld. Tweederde van de 55-plussers woont in een eengezinswoning. Bijna 20 procent zegt de komende twee jaar te willen verhuizen. Meer dan de helft van hen zoekt een speciale ouderenwoning.

Ondoenlijk

Probleem is ook het personeelstekort in de thuiszorg. Slechtere zorg is het gevolg. De hulp komt minder vaak of minder uren, of er komt steeds iemand anders. In de Rapportage Ouderen geeft 37 procent van de bewoners van verzorgingshuizen als reden voor de verhuizing dat de 'thuiszorg niet in staat was de benodigde zorg te bieden'. Senioren & Wonen van TNO beschrijft hoe hard de vraag naar zorg de komende twintig jaar zal groeien: de vraag naar thuiszorg met 20 procent, en naar particuliere zorg met 75 procent.

Woningaanpassingen Woningaanpassingen zijn nog een verhaal apart. Gezien het tekort aan speciale ouderenwoningen zal de behoefte aan aanpassingen fors toenemen. Ouderen kunnen hiervoor een beroep doen op de Wet voorzieningen gehandicapten, de WVG. Gemeenten mogen hun eigen invulling geven aan de wet. Dat leidt tot grote verschillen en tot problemen. Zo kan een identiek verzoek er in de ene gemeente toe leiden dat alle aanpassingen worden vergoed, terwijl een andere gemeente erop aandringt dat de persoon verhuist naar een flat met lift die de gemeente nog beschikbaar heeft. Omdat veel mensen niet willen verhuizen, ontstaan situaties waarbij een bewoner die geen trappen meer kan lopen zijn bed in de woonkamer zet en simpelweg nooit meer op de bovenste etage komt.

Regelwerk

Ouderen hebben ook te kampen met het regelwerk dat de zorgbehoefte meebrengt. Mirjam de Klerk, senior wetenschappelijk medewerker bij de onderzoeksgroep Zorg van het SCP: 'Ouderen hebben vaak behoefte aan meer dan één dienst. Aan woningaanpassingen, thuiszorg, bijzonder vervoer, maaltijdvoorziening. Voor al die diensten is er een ander loket.' Vaak neemt familie of een bekende de taak op zich het woud van regels en procedures te doorgronden. Het wordt er niet gemakkelijker op. Het aantal diensten neemt - gelukkig - toe. Maar doordat een deel wordt aangeboden door particuliere bedrijven valt een deel wél en een deel niet onder de verzekering. Met de invoering van het Persoonsgebonden Budget in de thuiszorg moeten ook de financiën rond de zorginkoop worden geregeld.

Niet iedereen wíl bovendien zelfstandig wonen, bijvoorbeeld omdat ze eenzaam zijn na het overlijden van de partner. Probleem is dat er niet altijd wat te kiezen valt. Voor een verhuizing is doorgaans een dikke portemonnee nodig, of een slechte gezondheid. Gerdienke Ubels, hoofd belangenbehartiging van ouderenbond ANBO: 'We steunen het beleid om mensen zelfstandig te laten wonen. Maar er moet wel sprake zijn van een driehoek: wonen, welzijn en zorg. Je kunt een fijne, aangepaste woning hebben, maar als je niet in staat bent om invulling te geven aan je leven, of als er onvoldoende zorg is, is dat niet de beste oplossing.' Ook voor mensen die wel ziek zijn, blijkt er keer op keer onvoldoende opvangcapaciteit. Het snijden in het aantal plaatsen in verzorgings- en verpleeghuizen wekt woede.

Dubbel pensioen

De woningvoorraad schiet tekort en de zorg voldoet niet. Gelukkig verandert er veel. Allereerst de financiële armslag van ouderen. Nu nog is voor driekwart de AOW de voornaamste inkomstenbron. Zeker de vele weduwen zonder partnerpensioen hebben het krap.

De vijftigers van nu gaan straks heel anders de ouderenmarkt op. Zij hebben over het algemeen een goed en soms zelfs een dubbel pensioen. Ze beschikken veelal over eigen vermogen - spaargeld, aandelen of lijfrentes - of over een eigen huis. Volgens het TNO-onderzoek Senioren & Wonen heeft bijna een kwart van de 65-plussers een vermogen van meer dan 115.000 euro. Ruim 4 procent heeft ruim 445.000 euro - 1 miljoen gulden. Mocht de oudere niet zelf over kapitaal beschikken, dan zijn er nog de kinderen die over het algemeen wel financieel willen bijspringen voor 'een goede oplossing' voor pa of ma.

Marktpartijen springen hierop in. Het aanbod luxe huur- en koopappartementen voor senioren groeit. In 1990 telde het SCP nog maar 175 duizend woningen die door de verhuurder of bouwer als 'ouderenwoning' werden bestempeld. In 1998 waren dat er 450 duizend.

Overigens wil dat niet zeggen dat al deze woningen voldoen aan de behoeften van ouderen. Het label 'senior' wordt nog wel eens gebruikt als marketingtruc - het verkoopt. Maar zeker de nieuwbouwwoningen zijn over het algemeen wel gelijkvloers en gebouwd met oudere bewoners in het achterhoofd, en daarmee geschikt voor het gros van de ouderen. Veel luxe nieuwbouwprojecten bieden bovendien zorgabonnementen en servicepakketten aan.

Woonvormen

Ook bij woningcorporaties, woonstichtingen en zorginstellingen wordt meer nagedacht over hoe het wonen voor ouderen vorm moet krijgen. Steeds duiken nieuwe woonvormen op (zie 'Zo kunt u wonen' op pagina 66). De grootste capaciteit zal echter moeten komen van aanpassing van bestaande bouw. Een groot deel van deze voorraad is in bezit van corporaties. Zij zijn hard bezig die voorraad te verbeteren - 'op te plussen' in jargon. Ouderen zijn een belangrijke toekomstige doelgroep. Een groot deel van de woningvoorraad van corporaties bestaat uit minder gewilde woningen. Met lift en andere aanpassingen kunnen ze wellicht aantrekkelijk worden voor oudere huurders.

Ook is tot de recent geprivatiseerde corporaties doorgedrongen dat het bouwen van koopappartementen of luxe huurwoningen niet vies of asociaal is. Langzaam komt dit ook in de seniorenbouw op gang. Johan Strik, vice-voorzitter van de raad van bestuur van Woonzorg Nederland, met tweehonderd verzorgingshuizen en vierhonderd wooncentra de grootste ouderencorporatie: 'Het geld dat we verdienen met de bouw van luxe woningen hebben we hard nodig om voldoende te kunnen investeren in onze sociale huurwoningen en onze verzorgingshuizen.'

Rol overheid

Noch de groeiende welvaart van ouderen, noch de vele initiatieven van marktpartijen ontslaan de overheid echter van de taak het grote geheel in de gaten te houden. Zijn er voldoende woningen voor ouderen met een krappere beurs, ook als ze niet doodziek zijn? Kan de zorg het aan? Zijn er voldoende plaatsen voor de zwaar zieken? En: zou de seniorenbouw geen grote rol kunnen spelen in het oplossen van de tekorten op de gewone woningmarkt?

Het wordt tijd dat gemeenten inventariseren waar binnen hun grenzen de 65-plussers wonen en waar de voorzieningen (dokter, winkels, openbaar vervoer) zich bevinden. Aan de hand daarvan kan het geen kwaad alvast te bepalen waar ouderenappartementen zouden moeten worden gebouwd. En intussen zouden gemeenten alvast woningen geschikt kunnen maken voor senioren.

ZO KUNT U WONEN

Negen woonvormen voor de oude dag

1 Serviceflat Een luxe huur- of koopappartement in een complex met een hoog serviceniveau. Maaltijden, wasserette, winkel en schoonmaakdienst zijn doorgaans aanwezig. Soms is er een verpleegkundige, maar zorgverlening staat niet voorop.     

2 Wooncentrum Eenvoudige variant van de serviceflat. De woningen zijn kleiner, de voorzieningen beperkt. Huren zijn laag. 

3 Aanleunwoning Zelfstandige huurwoningen nabij een verzorgingshuis. Bewoners kunnen gebruik maken van voorzieningen van het huis. Medische indicatie noodzakelijk. Worden nauwelijks meer gebouwd, woonzorgcomplex heeft plaats ingenomen.

4 Inleunwoning Zelfstandige woning binnen een verzorgingshuis.

5 Woonzorgcomplex Sinds eind jaren tachtig is het woonzorgcomplex in opkomst. Er wordt zowel service als zorg geboden. Woningen zijn aanpasbaar en bedoeld voor ouderen die nu of in de nabije toekomst zorg nodig hebben.

6 Levensloopbestendige woning De Stichting Humanitas in Rotterdam exploiteert twaalfhonderd levensloopbestendige woningen. Binnen enkele jaren worden er ook duizend buiten de regio Rotterdam gebouwd. Doel is dat de bewoners nooit meer hoeven te verhuizen, ook niet als de behoefte aan zorg toeneemt. Zelfs verpleeghuiszorg kan worden geleverd. De term levensloopbestendige woning wordt ook algemeen gebruikt voor woningen die aanpasbaar zijn.       

7 Woongroep Nederland telt zo'n tweehonderd woongroepen voor ouderen. Bewoners hebben een volwaardige zelfstandige woning, daarnaast zijn er gemeenschappelijke ruimten. Diensten zijn soms gezamenlijk geregeld, zorg nooit. Vaak zoeken ouderen met dezelfde achtergrond elkaar op, zoals kunstenaars of allochtonen met hetzelfde vaderland.                                                                           

8 Kangoeroewoning Zeldzame woonvorm waarbij de woning van de oudere is gekoppeld aan een eengezinswoning, doorgaans die van een van de kinderen. Moderne vorm van 'inwonen'.

9 Verzorgings- of verpleeghuis Wie zware zorg nodig heeft, komt in een verzorgings- of verpleeghuis. Voorheen was het verpleeghuis voor de 'ernstige gevallen', maar het onderscheid vervaagt. Een zorgindicatie is noodzakelijk.

Bron: Wonen op leeftijd, Nederlandse Woonbond/ANBO

WAAR KUNT U ZOAL TERECHT?

Algemene informatie voor ouderen: www.seniorweb.nl

ANBO bond voor vijftigplussers: www.anbo.nl

Landelijke Vereniging Groepswonen van Ouderen: www.lvgo.nl      

Sociaal en Cultureel Planbureau Den Haag: www.scp.nl

TNO Verouderingsonderzoek: www.ageing.tno.nl

Woonzorg Nederland woningcorporatie voor ouderen Amsterdam: www.woonzorg.nl

zie ook

0 reacties