Nieuws

Algemeen

Meer ondernemerschap en een écht andere overheid!

door Administrator 7 nov 2006

Hoofdstuk 2.1 uit 'Nederland kan winnen', aanbevelingen voor de verkiezingsprogramma's van de politieke partijen. De vergeten hervorming: overheidsorganisatie, regels en toezicht.

(Het volledige document is te vinden op de website van VNO-NCW).

Wat is onze kracht?Nederland biedt burgers en bedrijven veel rechtszekerheid. Er is bescherming van privé-eigendommen en er zijn onafhankelijke rechters. De overheid kijkt kritisch naar zichzelf en naar de overlast die wetten en regels veroorzaken. Nederland is één van de eerste landen in de Europese Unie die werk maakt van het verminderen van regels en administratieve lasten.

Wat is nodig?Onder centrale politieke regie moet de overheid de komende jaren ingrijpend worden hervormd. Burgers en bedrijven hebben steeds minder begrip voor een overheid die uit zijn krachten is gegroeid en hen opzadelt met regels waarvan ze de betekenis niet begrijpen en toezicht dat als overbodig en inefficiënt wordt ervaren. Teveel regels beperken de ruimte om te ondernemen. Teveel regels maken ondernemen onnodig ingewikkeld en duur. Dat moet snel veranderen.

Voor wetten en regels geldt volgens de overheid, bedoeld of onbedoeld, nog altijd het uitgangspunt dat burgers en bedrijven niet te vertrouwen zijn. Je kunt dus beter alles tot in details in voorschriften regelen, zelfs als die voorschriften voorbijgaan aan het feitelijke doel van de wetgeving. Met deze benadering zet de overheid de wereld op zijn kop. Wie aan een boom een paar rotte appels aantreft, besluit toch ook niet de hele boom te rooien? In plaats van wantrouwen, moet vertrouwen het uitgangspunt zijn. En de burger of ondernemer die bewijst dat vertrouwen niet aan te kunnen, moet hard worden aangepakt.

Er is de laatste jaren veel gesproken over de noodzaak van een 'terugtredende overheid', maar in de praktijk komt daar nog weinig van terecht. De tijd is er echter rijp voor. De overheid moet kleiner worden: minder departementen, meer efficiëntie op alle niveaus. Dat betekent ook: veel minder ambtenaren. Zo kunnen in de regel goed opgeleide mensen vrij komen voor nuttiger werk in de economie en helpen om tekorten in het bedrijfsleven aan te zuiveren.

Het aantal vergunningstelsels moet worden beperkt. Laat de overheid zich met vergunningen concentreren op risico's die grote, onomkeerbare maatschappelijke schade tot gevolg kunnen hebben in plaats van elk detail van het handelen van burgers te willen organiseren en controleren.

Door de grote 'bestuurlijke drukte' (Europese Unie, Rijk, lagere overheden, zelfstandige bestuursorganen) is niet altijd duidelijk met welke overheid je als ondernemer hebt te maken. Vaak zijn verschillende overheidsinstanties verantwoordelijk voor dezelfde taak. Dat moet veranderen. Een kleine, slagvaardige overheid kan zich beter concentreren op heldere doelstellingen en is daarop ook af te rekenen. Bijvoorbeeld op één van de zaken die van oudsher tot de kerntaken behoren: de aanpak van criminaliteit.

Wat zijn onze voorstellen?Het aantal ministeries moet worden verkleind. De vorming van een beperkt aantal kerndepartementen betekent dat ook het aantal beleidsambtenaren fors kan worden verkleind. Dat leidt tot meer slagvaardigheid, minder overbodig beleid en minder onnodige regels. Concreet betekent dit: samenvoeging van de ministeries die zich bezig houden met het ruimtelijke beleid (VROM, Verkeer en Waterstaat). Ook de ministeries die zich bezighouden met economie en arbeidsmarkt (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Economische Zaken, Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit en delen van Financiën) zijn fusiepartners. Hetzelfde geldt voor de departementen op het gebied van binnenlandse bestuurlijke en juridische zaken (Binnenlandse Zaken, Justitie).

Er moet een harde norm komen bij de aanpak van bureaucratie op alle niveaus. Bij lagere overheden, in het onderwijs en bij de politie moet de 'overhead' een bepaald percentage niet overschrijden.

De taakverdeling tussen nationale overheden en de Europese Unie moet worden verbeterd. De EU moet zich concentreren op grensoverschrijdende problemen die het beste in dat kader kunnen worden aangepakt. Denk daarbij aan de interne markt, monetair beleid, buitenlands beleid en asiel- en migratiebeleid. Europees beleid moet voor alle bedrijven in de hele Europese Unie dezelfde uitwerking hebben. En Europese wetgeving moet door de lidstaten ook echt worden uitgevoerd, anders ontstaan alsnog ongelijke concurrentievoorwaarden.

Als besloten is dat iets Europees moet worden geregeld, dan moet het ook echt Europees gebeuren. Europese regels moeten niet worden voorzien van nationale extraatjes. Bestaande 'nationale koppen' op Europese regels moeten worden teruggedrongen. Een Europese taskforce moet er scherp op toezien dat regels niet leiden tot een ongelijk speelveld voor ondernemingen.

Europese besluiten moeten niet uitsluitend aan vakministers worden overgelaten. Beslissingen moeten in breder perspectief worden genomen door de Concurrentieraad.

Ook op nationaal niveau moet er een heldere verantwoordelijkheidsverdeling bestaan tussen overheden. De rijksoverheid moet in kaart brengen welke problemen of projecten nationaal aangepakt moeten worden of van nationaal belang zijn. Lagere overheden kunnen dan niet meer met een eigen invulling komen. De rijksoverheid is exclusief verantwoordelijk voor de economische hoofdstructuur. Voor decentrale gebiedsontwikkeling geldt dat de tijd van rivaliserende gemeenten en provincies voorbij moet zijn. Samenwerkingsverbanden als de 'Holland 8' voor de Randstad verdienen alle steun.

De overheid moet uitsluitend risico's afdekken die grote en onomkeerbare maatschappelijke schade tot gevolg kunnen hebben. Dus geen brede overheid die alles pretendeert te regelen (en uiteindelijk middelmaat biedt), maar een kleinere, selectieve overheid die excellent presteert. Alle regels waarmee het bedrijfsleven te maken heeft (van de Europese Unie tot en met de gemeenten) moeten opnieuw vanuit dit gezichtspunt worden bekeken. Dat geldt ook voor de vergunningen en het toezicht op de naleving. Uitgangspunt is dat regels, vergunningen en toezichthoudende instanties door burgers en bedrijven worden begrepen en aanvaard. Een dergelijke heroriëntatie moet plaatsvinden onder een centrale politieke regie.

Hoewel bescherming van en vergoeding voor auteursrechten op zich een goede zaak is, mag dit in de praktijk niet leiden tot wildgroei van innende instanties die bedrijven lastig vallen met rekeningen voor vaak niet begrepen kosten (zoals voor het kopiëren van documenten of het weergeven van videobeelden). Op dit gebied moeten uitwassen worden bestreden en administratieve lasten worden beperkt. Zonodig moet de wetgeving op het gebied van auteursrecht worden aangepast.

Vaak is het mogelijk diensten die de overheid verleent, te laten uitvoeren door private partijen. Vaak gaat het dan beter en efficiënter. Waar dat kan (denk aan het aanleggen en onderhouden van wegen of aan het exploiteren van instellingen voor hoger onderwijs) moet dat gebeuren.

De kosten van het naleven van regels moeten sterk worden beperkt. Op nationaal niveau moet een besparing in miljarden euro's worden afgesproken, gekoppeld aan een taakstelling voor alle ministeries. En die taakstelling moet 'netto' zijn. Dat wil zeggen: niet aan de ene kant regels schrappen en aan de andere kant de lasten toch weer laten oplopen door nieuwe regels in te voeren. Er moet één jaarlijks moment worden afgesproken waarop overheidsregels mogen worden gewijzigd (bijvoorbeeld 1 januari).

Ook de Europese Unie moet werk maken van het verminderen van de administratieve lasten en de kosten die bedrijven moeten maken om regels na te leven. Dat kan op de manier die Nederland op dit moment hanteert. Er moet scherp worden toegezien op een juiste uitvoering.

Het aantal vergunningstelsels moet drastisch worden beperkt. Vooral op gemeentelijk niveau kan flink worden gesneden, maar ook stelsels van nationale en Europese origine moeten worden gesaneerd. Alleen voor zaken die een kans op grote, onomkeerbare maatschappelijke schade met zich meebrengen, moet een vergunningstelsel blijven bestaan.

De plannen van het kabinet om te schrappen in de vergunningstelsels zijn een eerste aanval op de vergunningenbureaucratie. Het is belangrijk om in de volgende kabinetsperiode fundamenteel door te pakken. Burgers en bedrijven moeten geen leges meer betalen voor vergunningen. De kosten moeten worden betaald uit de algemene middelen. De overheid gebruikt de vergunningverlening immers om publieke belangen te beschermen. De samenleving profiteert ervan.

Het toezicht op ondernemers moet fundamenteel worden veranderd. Ten eerste moet het grote aantal toezichthouders en inspectiediensten waarmee bedrijven te maken hebben, drastisch verkleind worden. Ze moeten bovendien volledig uit de algemene middelen worden betaald. Waar mogelijk kan civielrechtelijke handhaving (gedupeerden die naar de rechter stappen) in de plaats komen van het werk van ambtelijke toezichthouders. Gedetailleerde regels worden vervangen door maatschappelijk begrijpelijke doelvoorschriften.

Er moet één uniform en transparant wettelijk kader komen voor alle overheidsaanbestedingen, met een minimum aan administratieve lasten.

Het waterbeheer in Nederland moet dringend gereorganiseerd worden. Er zijn nu veel te veel instanties mee bezig: vier departementen, twaalf provincies, tien beheersdirecties van Rijkswaterstaat, 37 waterschappen, alle gemeenten, de waterleidingbedrijven. De financiering is ingewikkeld en uit onderzoek blijkt dat de kosten sterk kunnen worden verlaagd. Bovendien moet de grondwaterbelasting voor bedrijven – waarmee Nederland internationaal afwijkt – ingetrokken worden.

De overheid moet veel meer zaken digitaal afwikkelen, via één digitaal loket voor ondernemers (one stop shopping). In beginsel moet dit voor al het verkeer met ondernemers aan het eind van de volgende regeerperiode een feit zijn. Het burgerservicenummer moet ook door ondernemingen gebruikt kunnen worden.

Burgers en bedrijven moeten vertrouwen hebben in elektronische dienstverlening. Daarom moet consequenter worden opgetreden tegen computercriminaliteit.

Nu ondernemingen, consumenten en overheden steeds meer zaken afwikkelen via Internet, moet goed worden geregeld dat men weet met wie men aan de andere kant van de lijn zaken doet. Praktijkmensen (uit kringen van overheid en ondernemingen) moeten binnen twee jaar vaststellen welke hulpmiddelen daarbij het beste kunnen worden ingezet.

Het bedrijfsleven acht vrijheid van commerciële meningsuiting een belangrijk goed in onze economie. Reclame is niet alleen een effectief instrument voor snelle informatievoorziening, maar is ook een middel om concurrentie tussen ondernemingen te bevorderen. Daarvan profiteren consumenten. Een wettelijk verbond van reclame op de publieke omroep moet dan ook worden afgewezen.

zie ook

0 reacties