Nieuws

Algemeen

PvdA’er zonder partij

door Syp Wynia 15 mrt 2008

Wouter Bos
Wouter Bos

Het voormalige stemmenkanon Wouter Bos heeft nauwelijks nog greep op de PvdA. Daarentegen krijgt oud-links de touwtjes juist steeds steviger in handen.

Wouter Bos is ruim vijf jaar de leider van de Partij van de Arbeid. Maar al een half jaar na zijn aantreden filosofeerde hij openlijk over de gedachte om de PvdA op te heffen, een nieuwe naam te geven en om te bouwen tot een brede progressieve partij: van Femke Halsema (GroenLinks) tot Mark Rutte (VVD), zei hij er toen bij. En de PvdA moest afstappen van het dogma van de gelijkheid


Bos voegde er destijds meteen aan toe dat hij vast niet was gekozen als het partijkader het voor het zeggen had gehad. Hij was immers niet zo’n partijganger, kwam bij de Shell vandaan, werd ervan verdacht rechts te zijn, ook al omdat-ie weleens een pak droeg. Maar of Bos nou een pak of een rood jasje draagt, zijn das af doet of hem aan doet, het wil maar niet vlotten tussen partijleider Wouter Bos en zijn partij.

Partijleider
In de vijf jaar dat hij de partij leidt, heeft Bos zijn gezag niet gevestigd. Hij wordt openlijk getrotseerd door prominenten uit een hoek die hij zelf ‘oud-links’ noemt. En als hij, zoals de laatste weken, openlijk pleit voor minder meegaandheid jegens de islamitische orthodoxie en voor het handhaven van heldere Nederlandse normen, krijgt hij veel kritiek van zijn partij. Waarop Bos weer in zijn schulp kruipt om het maar niet oneens te zijn met de Amsterdamse PvdA-burgemeester Job Cohen, die vindt dat gemeentepersoneel mag weigeren handen te schudden.

Wouter Bos is dan wel het boegbeeld van de PvdA, maar de partijmachine – met al haar vertakkingen in de vakbonden, de ontwikkelingshulp, de publieke omroep, de woningcorporaties, het onderwijs, de cultuur- en de welzijnssector – zag hem vooral als stemmentrekker en wilde liever niet dat hij als hervormer aan de slag ging.

Nadat Bos ook verkiezingen bleek te kunnen verliezen, was Bos ook in die rol onbruikbaar geworden. Door PvdA’ers gedomineerde woningcorporaties vallen hem af, Agnes Jongerius van de vakcentrale FNV valt hem aan. Binnen de PvdA zelf is de oud-linkse mastodont Jan Pronk al meer dan een half jaar bezig de poten onder Bos’ stoel vandaan te zagen. Eerst met zijn poging als tegenpool van Bos partijvoorzitter te worden – wat op het nippertje niet lukte – en vervolgens door hem in woord en gebaar publiekelijk aan te vallen.

Armoede
Pronk zegt dat Bos de sociaal-democratie heeft verlaten door niet meer te hameren op de gelijkheid en de armoede in binnen- en buitenland, en in plaats daarvan te heulen met de middenklasse. Bos zegt namelijk dat solidariteit met iedereen niet kan bestaan en dat de verzorgingsstaat onder druk staat en de middenklasse, de gewone belastingbetaler, er ook wat aan moet hebben. De autochtone belastingbetaler heeft geen zin om steeds maar te betalen voor voorzieningen waar allochtonen onevenredig van profiteren.

Dat is vloeken in Pronks oud-linkse kerk. Maar wie mag het eerstvolgende verkiezingsprogramma en de eerstvolgende kandidatenlijst (voor de Europese verkiezingen, volgend jaar) opstellen? Bos’ grootste kwelgeest, Jan Pronk! Het kan een poging tot ragfijn partijmanagement zijn, maar het lijkt er meer op dat Bos minder dan ooit de leiding heeft.

Cohen
En dan Job Cohen, die tracht de boel bij elkaar te houden in Amsterdam, stiekem een moskee subsidieerde, vergeefs poogde een islamitisch centrum op te richten en vindt dat gemeentepersoneel uitgestoken handen op religieuze gronden mag weigeren. Vijf jaar geleden was de burgemeester van Amsterdam nog Bos’ kandidaat voor het premierschap. En nu laat Cohen doorschemeren dat hij niet alleen zijn periode als burgemeester niet zal afmaken, maar het premierschap alsnog best aan zou kunnen.

Bos roept op tot polarisatie: confrontatie en debat binnen de eigen partij over immigratie en islam, over het trekken van heldere grenzen voor wie onvrijheid nastreeft en weg van ‘gezeur’ over ‘de toon’ van het debat. Zijn oproep kreeg zachte bijval, maar vooral luidkeelse afkeuring: van Pronk, van Cohen en ook van de door hemzelf aangetrokken minister van Integratie, Ella Vogelaar, de voormalige communist en vakbondsvrouw – wat betreft profiel en denkbeelden bij uitstek oud-links.

Fragiel
De Partij van de Arbeid is de grootste risicofactor geworden van de toch al impopulaire regeringscoalitie van CDA, PvdA en ChristenUnie. Bos’ leiderschap werd door de CDA-top als zo fragiel gezien, dat men hem een extra linkse Miljoenennota gunde. Maar dat heeft de behoefte aan profilering bij de PvdA-fractie in de Tweede Kamer niet gestopt. Bos’ eigen rechterhand in die fractie, voorzitter Jacques Tichelaar, wordt sinds het najaar overvleugeld door Mariëtte Hamer, een trouwe partijganger met oud-linkse reflexen en een goed oog voor de gevestigde belangen in de Rode Familie. Tichelaar moest in januari aan zijn hart worden geopereerd en het is de vraag of hij in zijn oude functie terugkeert en, zo niet, wie hem opvolgt.

Deze week kan de politiek eenzame Bos als minister van Financiën een succesje boeken, met het door zijn partij gewenste extra belasten van hoge bonussen en gouden handdrukken. Maar dat weegt niet op tegen die lange lijst van plannen die hij er niet door kreeg. Van de rechtstreeks gekozen burgemeester (wilde zijn partij niet) tot het referendum over het Europees verdrag en de hypotheekrenteaftrek (wilde Balkenende niet; zie ‘Vijf jaar nederlagen’ op deze pagina). Bos heeft in vijf jaar de PvdA niet naar zijn hand kunnen zetten, integendeel. De vraag is hoelang de partij hem nog gedoogt als de partijleider die hij nooit is geworden.


zie ook

0 reacties