OLAF kan zijn werk niet doen
Anti-fraude instelling OLAF is niet in staat effectief toezicht te houden op de Eropese subsidiestromen. Gebrek aan bevoegdheden, gebrekkige informatie en politieke woordspelletjes houden de toezichthouder tam.
De begroting van de EU voor dit jaar bedraagt ruim 133 miljard euro. Dat wordt verdeeld over 27 lidstaten, 4 miljoen vierkante kilometer en bijna 490 miljoen inwoners. Dat geld komt niet altijd terecht waar het voor bedoeld is. Zo schafte een tandarts uit Italië bijvoorbeeld van Europees subsidiegeld een nieuwe Ferrari Testa Rossa aan en werd er in België ineens een gesubsidieerd jachttripje georganiseerd. Op het kaartje vindt u een overzicht van gemelde onregelmatigheden in uitgaves van EU-gelden.
Fraude?
Maar fraude mogen we het niet noemen van de EU. Dat begrip is politiek zeer gevoelig en daarom door de lidstaten sterk ingeperkt.. Hierdoor heet bijna niets officieel ‘fraude’. Van fraude wordt pas gesproken wanneer bewezen is dat er sprake is van opzet. Dit moet door een rechter in het betrokken land zelf worden vastgesteld.
Alle lidstaten zijn verplicht onregelmatigheden in uitgaven van EU-gelden te melden aan OLAF, het Europese Bureau voor Fraudebestrijding. OLAF heeft een onafhankelijke onderzoeksstatus, maar is ook onderdeel van de Europese Commissie. Gegevens over fraudeveroordelingen komen weinig voor in de OLAF-rapporten. Daardoor lijkt de EU helemaal niet zo frauduleus te zijn. Maar de realiteit is dat het anti-fraude bureau er weinig zinnigs over kan zeggen.
OLAF
OLAF mag administratief onderzoek doen binnen alle Europese instellingen en door de EU betaalde organen. De resultaten van deze onderzoeken worden doorgegeven aan de Commissie. Die kan vervolgens een sanctie opleggen. Ook helpt OLAF met de opzet van de fraudebestrijdingsstrategie van de Europese Unie en het bedenken van opsporingsmethoden voor lidstaten.
In de rapporten van OLAF wordt onderscheid gemaakt tussen de verschillende subsidiestromen en de eigen middelen van een lidstaat. Het gaat om Europees geld voor landbouwsubsidies, structuurfondsen, het cohesiefonds en het toetredingsfonds. Ook in het kaartje is deze verdeling aangehouden.
Subsidies
De landbouwsubsidies zijn onder meer bedoeld voor hogere productie van landbouwbedrijven, lagere consumentenprijzen en voedselvoorziening voor de lidstaten. De structuurfondsen en het cohesiefonds zijn gericht op regionaal beleid van de EU. Door deze fondsen wil de Unie het verschil in ontwikkeling tussen de lidstaten onderling verkleinen. Eigen middelen zijn geen subsidies. Dit zijn namelijk de inkomsten van lidstaten waarvan zij een deel moeten afdragen aan de EU, zoals een gedeelte van de BTW.
De mate van fraude in verschillende lidstaten is dus moeilijk vast te stellen. Het lijkt er sterk op dat lidstaten bewust hebben gekozen voor een zeer beperkte definitie van fraude. Uit de gegevens van de gemelde onregelmatigheden is wel op te maken dat lang niet alle landen even zorgvuldig met de EU-gelden omgaan. En onafhankelijk onderzoeksbureau OLAF kijkt vanaf de zijlijn toe.
Door Malou van der Starre en Joëlla Angenent