Pas op met light-producten!
In de strijd tegen overgewicht lijken light-producten een uitkomst. Toch moet je er mee uitkijken, want light kan behoorlijk zwaar vallen.
Het begon ooit met de introductie van de light-variant van frisdranken. Inmiddels staat de supermarkt vol met light-producten in vele soorten. De term 'light' roept een beeld op van weinig calorieën, maar light is volgens het Voedingscentrum en verscheidene onderzoeken niet zo vederlicht als wij denken.
Een ander probleem is dat onze spijsvertering in de war lijkt te raken door laag-calorische producten. Maar eerst: wat betekent de aanduiding light precies?
Dertig procent minder
Een producent mag een product 'light' noemen als het ten opzichte van het gewone product minimaal dertig procent minder energie (kcal), vet of suikers bevat. In light-chips moet dus zeker dertig procent minder vet zitten dan in gewone chips.
Maar dan begint de verwarring. Zo kan in light-chips het vet vervangen zijn door koolhydraten en eiwitten die ook energie bevatten. Uiteindelijk kun je met zo'n zak chips net zoveel calorieën binnenkrijgen als met gewone chips. Of zelfs meer, omdat minder vet minder snel verzadigt en je geneigd bent meer light-chips te eten dan gewone chips.
Meer calorieën
Sommige light-toetjes kunnen beduidend minder calorieën bevatten dan de gewone varianten. Die bevatten dan bijvoorbeeld niet of nauwelijks vet, en zijn gezoet met een zoetstof. Maar er zijn ook light-producten waarbij bijvoorbeeld het vet voor een deel is vervangen door koolhydraten (suikers) die geen voedingswaarde hebben. Eet je geregeld van dit soort producten, dan moet je er niet vreemd van opkijken dat je inname aan calorieën niet vermindert, of zelfs groter wordt.
Vooral met frisdranken is het uitkijken geblazen. Want met een paar glazen tank je al veel calorieën. Drink liever water of thee, zegt het Voedingscentrum. Er zijn tegenwoordig ook light-frisdranken waarbij slechts een deel van de suiker door een of meerdere zoetstoffen is vervangen. Rekenkundig klopt de aanduiding 'light' dan nog wel, maar een blikje van deze limonade kan volgens het Voedingscentrum toch nog tientallen kilocalorieën bevatten.
Calorieën tellen
Door dit soort ontwikkelingen lijkt de aanduiding 'light' aan waarde in te boeten. Het Voedingscentrum raadt dan ook aan om bij producten – light of niet light – gewoon maar de hoeveelheden calorieën op de etiketten te vergelijken.
Sommige wetenschappers denken dat het eten van bewerkt voedsel met weinig calorieën het lichaam op het verkeerde been zet. Ratten die een dieet krijgen van yoghurt die gezoet is met saccharine, ontwikkelen een grotere eetlust dan ratten die yoghurt met gewone suiker eten, blijkt uit een studie.
Uit ander onderzoek, van de Universiteit van Alberta, kwam vorig jaar de aanbeveling om opgroeiende kinderen liever niet te veel light-voeding voor te schotelen. Hun stofwisseling lijkt zich namelijk niet goed te kunnen instellen op laag-calorische voeding.
Stevig ontbijt
Dr Jakubowicz van de Commonwealth Universiteit in Virginia zegt dat een stevig, calorierijk ontbijt beter is dan een light-ontbijt met weinig koolhydraten. Ze testte beide ontbijten bij twee groepen vrijwilligers. De kleine ontbijters verloren in het eerste halfjaar weliswaar het meeste gewicht, maar kwamen daarna weer langzaam aan. Ze werden na acht maanden ingehaald door de grote ontbijters. Die vielen minder snel af, maar kwamen niet weer aan.
'Een flink ontbijt doet je voor een groot deel van de dag niet verlangen naar koolhydraten,' luidt de verklaring van Jakubowicz.
Geen dieet
Je eigen instelling speelt ook een grote rol. Uit Amerikaanse onderzoeken blijkt dat mensen die geregeld light-producten eten, denken dat ze een vorm van dieet volgen. Ze voelen zich niet of minder schuldig bij het eten van light-voedsel en eten er daarom gemakkelijk te veel van.
Een light-versie van kaas of koek kan weliswaar minder calorieën bevatten, maar levert per saldo nog altijd veel energie. Verstandig light eten kan volgens het Voedingscentrum goed uitpakken, mits je er goed op let wat je eet en hoeveel je eet.
Door Jan Willem Wensink