Een te veel aan gezonde voedingsstoffen werkt averechts
Antioxidanten, voedingsvezels, onverzadigde vetzuren... Het zijn allemaal gezonde voedingsstoffen, maar een te veel ervan werkt averechts.
Ons eten en drinken bevat vele ingrediënten, zoals de bekende koolhydraten, eiwitten, vitaminen en vetten. Die hebben allemaal hun eigen nut. Sommige voedingsstoffen zijn minder bekend, maar dragen op hun eigen manier hun steentje bij aan je gezondheid. Een overzicht van vijf gezonde bouwstenen.
Voedingsvezels
De term voedingsvezels is een verzamelnaam voor vele soorten stoffen, vooral koolhydraten. Ze komen voor in celwanden van planten. Je vindt ze dus vooral in volkorenbrood (daar zitten veel granen in), aardappelen, groente en fruit. Voor mensen zijn deze vezels niet te verteren: in de dunne darm worden ze niet afgebroken.
Het zijn strikt genomen geen voedingsstoffen, maar dat wil niet zeggen dat ze geen nut hebben: integendeel. Ze zorgen namelijk voor een goede werking van de darmen en voorkomen daarmee verstopping, en daarmee bijvoorbeeld ook de vorming van aambeien. Ook zijn ze een probaat middel tegen overgewicht. Caloriën bevatten ze namelijk bijna niet, maar ze zorgen wel voor een 'vol gevoel'. Sommige vezels helpen tegen aderverkalking en hoge bloeddruk. Mannen zouden extra baat hebben bij de consumptie van vezels.
Antioxidanten
Een antioxidant is een stof die ervoor zorgt dat levensmiddelen niet met zuurstof reageren, waardoor er geen schadelijke 'vrije radicalen' kunnen ontstaan. Deze deeltjes vind je bijvoorbeeld ook in sigarettenrook en vervuilde lucht. Ze kunnen de celstructuur en het DNA aantasten. Er zijn vele soorten antioxidanten, je vindt ze in allerlei voedingsmiddelen. De bekendsten zijn vitamine C en vitamine E. Het dagelijks eten van minstens twee stuks fruit die veel antioxidanten bevatten, wordt in onderzoeken in verband gebracht met een kleinere kans op prostaatkanker. Blauwe bessen, frambozen, bramen, aardbeien, pruimen en granaatappels bevatten veel antioxidanten.
Bekend zijn de flavonoïden, die je vindt in fruit, groente en rode wijn. Ook het stofje ECGC, dat je vindt in groene thee, is een antioxidant. Mogelijk beschermen antioxidanten tegen kanker en hart- en vaatziekten, maar overtuigend aangetoond is dat nog niet. Wel is bekend dat voedselsupplementen met antioxidanten erin juist averechts kunnen werken. Zo verhoogt een te grote inname van het antioxidant betacaroteen de kans op diverse vormen van kanker.
Onverzadigde vetzuren
Vet is essentieel om je lichaam te kunnen functioneren. Vet bestaat uit glycerol en vetzuren. Het is een belangrijke brandstof, vetzuren vormen bovendien een belangrijke bouwsteen voor onze cellen. Maar je hebt gezond en ongezond vet. Het beste zijn vetten die onverzadigde vetzuren bevatten. Deze verlagen het cholesterolgehalte en verkleinen dus de kans op een hartinfarct.
Hoe hoger het gehalte, hoe zachter of vloeibaarder is het product. Je vindt ze vooral in plantaardige olieën, dieethalvarines, margarine en vette vis. De zogeheten meervoudig onverzadigde vetzuren - ook wel essentiële vetzuren genoemd - kunnen niet door ons eigen lichaam aangemaakt worden. De bekendste zijn misschien omega-3-vetzuren of visvetzuren (zoals alfa-linoleenzuur).
Aanbevolen maxima
Ze komen bijna uitsluitend voor in visssoorten als makreel, haring, zalm en tonijn, die ze weer halen uit algen. Omega-6-vetzuren zoals linolzuur vind je onder meer in teunisbloemolie en bernagieolie (olie van komkommerkruid). Een teveel aan meervoudige onverzadigde vetzuren kan de kans op kanker vergroten, doordat cellen beschadigd worden. De Gezondheidsraad heeft daarom aanbevolen maxima opgesteld.
Water zit vrijwel overal in, ook in vast voedsel. Groenten en fruit bevatten zelfs heel veel water. Als energiebron is water ongeschikt, de voornaamste functie is de afvoer van schadelijke stoffen. Een volwassene moet ongeveer 1,25 liter water dag binnenkrijgen door te drinken. Daarnaast komt er - als het goed is - nog een extra liter water binnen via voeding.
Mineralen
Nederlands kraanwater is net zo zuiver en gezond als bronwater als een fles. Flessen mineraalwater bevatten soms extra mineralen, maar een teveel aan mineralen is weer slecht voor de nieren. Weinig drinken kan leiden tot verstopping en uitdroging. Ook je afweersysteem heeft trouwens te lijden onder een gebrek aan vocht.
Zoals met alles, is ook hier te veel niet goed, zelfs bij water. Marathonlopers bijvoorbeeld hebben wel eens de neiging om meer water te drinken dan gezond is. Een halve liter water per uur is een veilige hoeveelheid. Watervergiftiging kan optreden als je extreem veel water drinkt: drie liter of meer water per uur. Het kan leiden tot een coma en zelfs de dood.
Zout
Zout is belangrijk voor de vochtbalans van je lichaam. Het regelt je bloeddruk en is bovendien belangrijk voor de overdracht van prikkels in de cellen van je spieren en zenuwen. In zout zit veel natrium, maar ook andere mineralen zoals kalium, chloride en fosfaat.
Zout heeft een slecht imago. Dat komt doordat aan voedingsmiddelen vaak zout is toegevoegd als smaakversterker of conserveermiddel. Het gevolg is dat we in Nederland gemiddeld twaalf gram zout per persoon per dag eten. En dat is twee keer zo veel als ons lichaam nodig heeft. Belangrijkste zoutbronnen zijn brood, vlees(waren), soep en kaas.
Te veel zout eten kan leiden tot een hoge bloeddruk en hart- en vaatziekten. Waarschijnlijk verhoogt het ook de kans op maagkanker. Ook is te veel zout slecht voor je botten, want het teveel aan zout plas je uit, samen met het mineraal calcium dat zo belangrijk is voor je bottenstelsel.
Door Ton Bakker