Nieuws

Algemeen

Beleggen: het begin telt

door Heidi Klijsen 13 jan 2011

De vermogensrendementsheffing bestaat sinds 2001
De vermogensrendementsheffing bestaat sinds 2001

De vermogensrendementsheffing wordt voortaan anders berekend. Dit pakt soms gunstig uit.

Over spaargeld en beleggingen betaal je belasting, de vermogensrendementsheffing. Deze bedraagt 1,2 procent. Tot 2011 ging de fiscus hierbij uit van het gemiddelde vermogen. Hierbij werd het vermogen in box 3 op 1 januari en 31 december bij elkaar opgeteld en gedeeld door 2.

Peildatum
Vanaf dit jaar is er nog maar één peildatum: 1 januari. De fiscus kijkt voor de vermogensrendementsheffing dus uitsluitend naar het saldo aan het begin van het belastingjaar. Dat kan nogal wat uitmaken.

Maakt u in 2011 bijvoorbeeld een flinke beleggingswinst of ontvangt u een schenking of erfenis, dan heeft u daar bij de aangifte over 2011 nog geen last van. Op 1 januari stond dat bedrag immers nog niet op de rekening. Geeft u in 2011 een groot bedrag uit, dan pakt het nieuwe systeem ongunstiger uit. De uitgave drukt immers niet langer het vermogen waarover dat jaar belasting wordt geheven.

Veelverdieners
De vermogensrendementsheffing bestaat sinds 2001. Tot die tijd moest je de rente op spaargeld en het dividend op beleggingen gewoon bij het belastbare inkomen optellen. Veelverdieners betaalden daarover maar liefst 60 procent belasting, destijds het hoogste belastingtarief.

1,2 procent vermogensrendementsheffing klinkt een stuk milder, maar dat is het helaas vaak niet. De heffing gaat uit van een ‘fictief’ rendement op het vermogen van 4 procent, ongeacht of je dit ook echt krijgt. Daarover wordt 30 procent belasting geheven. Per saldo komt dat dus neer op 1,2 procent: 30 procent van 4 procent.

Mager
Levert een spaarrekening slechts 2 procent rente op, dan betaal je per saldo nog steeds 60 procent belasting (1,2 procent van 2 procent is 60 procent). De rente op een gewone spaarrekening, zonder beperkingen, is bij de grote banken nu zelfs lager dan 2 procent. Een mager spaarvarkentje dus.
Gelukkig is de eerste 20.785 euro aan vermogen in box 3 vrijgesteld van belasting (2011). De vrijstelling per minderjarig kind mag je daarbij optellen. Een gezin met twee minderjarige kinderen heeft dus een totale vrijstelling van 47.128 euro.

Voor 65-plussers met een laag inkomen geldt een extra vrijstelling: de ouderentoeslag. Deze is 27.516 euro per persoon bij een inkomen tot 14.062 euro. Ligt het inkomen tussen 14.062 en 19.562 euro, dan is de ouderentoeslag 13.758 euro. Een voorwaarde is dat het vermogen in box 3 niet hoger is dan 275.032 euro per persoon.

Groen
Ook tegoeden op een spaarloon- of levenslooprekening zijn vrijgesteld van vermogensrendementsheffing. Daarnaast is er voor maatschappelijke beleggingen, waaronder groene beleggingen, nog een extra vermogensvrijstelling.

Tot dit jaar gold daarvoor ook nog een belastingkorting van 1,3 procent, maar deze wordt de komende vier jaar afgebouwd. In eerste instantie zou deze heffingskorting in één keer vervallen op 1 januari 2011. Afgelopen november is de Tweede Kamer echter op dit besluit teruggekomen. De vrijstelling voor de vermogensrendementsheffing blijft voor dit soort beleggingen wel intact.

zie ook

0 reacties