door
Administrator
27 okt 2012
Zaterdagnacht komt er een einde aan de zomertijd. Om drie uur 's nachts wordt de klok een uur terug gezet in alle EU-landen.
Volgens het KNMI is de 'wintertijd' eigenlijk de gewone tijd. Die duurt vijf maanden, tot in maart 2011. In Nederland werd het onderscheid tussen zomer- en wintertijd in 1977 opnieuw ingevoerd. We gebruikten het ook al tussen 1916 en 1945.
Standaardtijd
Tot begin twintigste eeuw had vrijwel elke plaats in Nederland zijn eigen tijd, omdat voor de tijdsbepaling werd uitgegaan van het moment waarop de zon zijn hoogste stand bereikt. De komst van de spoorwegen maakte invoering van een landelijke standaardtijd noodzakelijk.
Voor de Tweede Wereldoorlog werd in ons land nog gewerkt met de continentale tijd; twintig minuten later dan in het Verenigd Koninkrijk, maar veertig vroeger dan in Duitsland.
Afgeschaft
De nazi's vonden dit maar lastig, en zetten op 16 mei 1940 de klokken overal gelijk. Hierdoor moest de Nederlandse klok ineens een uur en veertig minuten vooruit. Voor het gemak bleef de tijd ook in de winter van 1941 en 1942 hetzelfde; pas in november '42 moesten de Nederlanders hun klok weer een uur terugzetten.
Na de bevrijding werd in veel landen het systeem van winter- en zomertijd afgeschaft, vermoedelijk omdat velen het met de nazi's associeerden.
Ezelsbruggetjes
Voor wie maar nooit kan onthouden hoe het zit met zomer- en wintertijd - moet de klok nou een uur achteruit of vooruit? - zijn er legio ezelsbruggetjes die het probleem duidelijker zouden moeten maken - maar daar niet altijd in slagen.
Bijvoorbeeld: het wordt zomer, de stoelen gaan naar buiten, dus de klok gaat naar voren. 's Winters gaan de stoelen terug naar binnen, dus ook de klok gaat terug.
Andere bruggetjes kijken naar het Engels. In de lente - spring - 'springt' de klok naar voren, in de herfst - fall - 'valt' de klok naar achteren.
Maar waarom naar het Engels kijken als onze taal ook een elegante ezelsbrug biedt? In het voorjaar gaat de klok vooruit. En in het najaar dus achteruit.