door
Jean Dohmen
15 aug 2012
Politieke partijen willen scheefwonen aanpakken. Het probleem is geconcentreerd in het midden van het land, en dan met name in het Groene Hart, zo blijkt uit data van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over 2011.
Van de 2.163.000 corporatiewoningen die het CBS telde, worden er 609.000 of 28 procent bewoond door huishoudens die meer verdienen dan 33.614 euro bruto, in 2011 de inkomensgrens voor een sociale huurwoning.
Van deze groep hebben 387.000 huishoudens een inkomen van meer van 43.000 euro. Daarvoor wil het demissionaire kabinet huurverhogingen van 5 procent boven op de inflatie toestaan. De Eerste Kamer heeft dit plan voorlopig in de ijskast gezet.
Amsterdam herbergt de meeste scheefwoners van de vier grote steden, namelijk 52.000. De hoofdstad zit daarmee op het landelijk gemiddelde. Rotterdam en Den Haag scoren onder het landelijk gemiddelde.
Utrecht heeft het hoogste percentage huurders met een inkomen van meer dan 33.614 euro, namelijk ruim 30 procent. Van de 46.000 corporatiewoningen zijn er 14.000 bewoond door huishoudens boven de inkomensgrens.
Scheefwoners zijn geconcentreerd in de Randstad en aangrenzende delen van Noord-Brabant en Gelderland, kortom in het midden van Nederland. In de drie noordelijke provincies, delen van Overijssel, Limburg en Zeeland speelt het probleem minder.
De gemeenten met de hoogste percentages zijn de landelijke gemeentes in het Groene Hart, zoals Nieuw-Lekkerland, Graafstroom, Liesveld, Ouder-Amstel en Midden-Delfland.