door
Shari Deira
13 sep 2012
CDA-lijsttrekker Sybrand Buma stemde in zijn woonplaats Voorburg
CDA heeft geen aansprekend alternatief voor vermeende morele leegte
Door Gerry van der List
'Opnieuw een enorme opdonder,' constateerde Piet Bukman woensdagavond sip. De eerste voorzitter van het CDA zag zijn partij bij de verkiezingen gereduceerd tot 13 zetels in de Tweede Kamer, nog niet eens eenderde van het aantal van zes jaar geleden. En dat terwijl de kiezer juist een opvallende voorkeur voor het politieke midden toonde.
De ideologen van de partij zullen nu wel weer oproepen tot ‘herbronning’, tot een bezinning op de eigen uitgangspunten. Maar de vraag is hoeveel aantrekkingskracht een typisch christen-democratische boodschap nog kan uitoefenen. Het principiële moralisme van het CDA slaat nooit echt aan.
Steeds hebben christen-democraten, van Dries van Agt met zijn ethisch reveil tot Jan Peter Balkenende met zijn normen en waarden, getracht de discussie over de publieke moraal aan te zwengelen. In hun geest probeerde de nieuwe lijsttrekker, Sybrand van Haersma Buma, de afgelopen weken het zedelijk peil van Nederland aan de orde te stellen.
Schelden
Maar opnieuw waren er vooral desinteresse en spot voor het beschavingsoffensiefje. Het is hierbij moeilijk te bepalen wat erger is: te worden genegeerd of weggehoond. Dat de zedenmeesters van het CDA weinig bijval krijgen, is eigenlijk vreemd. Want onder de bevolking bestaat zeker bezorgdheid over wat als een verruwing van zeden wordt gezien. Van het wegtreiteren van leraren tot schelden op internet, van aanvallen op hulpverleners tot agressie in voetbalstadions.
Het is ook een interessant politiek-filosofisch thema. Een rechtsstaat is niet alleen gebaseerd op goede wetten, maar ook op een gedeeld normbesef. En dat normbesef verandert, mede door het afnemen van de invloed van het christendom. De vraag is hoe een steeds heidenser Nederland een gemeenschappelijke moraal ontwikkelt die burgers bindt en verbindt. Boeiende materie, die zich wel lastig tijdens een verkiezingscampagne laat uitdiepen.
Voor het geringe succes van Van Haersma Buma op moreel vlak zijn minstens drie redenen aan te wijzen. Allereerst is er de overdrijving waaraan hij zich schuldig maakt. Hij spreekt over een ‘grote leegte’ bij opponenten als VVD'er Mark Rutte, met als suggestie dat in de plaats van de oude christelijke moraal slechts nihilisme en onverschilligheid zijn gekomen. Maar dat is niet zo.
Normen zijn soms eenvoudigweg veranderd. In het geval van abortus bijvoorbeeld heeft het zelfbeschikkingsrecht van de vrouw voorrang gekregen boven de rechten van het ongeboren kind. Verder is op tal van terreinen het moreel besef juist sterker geworden. Zo is er veel meer aandacht gekomen voor de positie van minderheden en de noden van dieren, die zelfs rechten toegekend krijgen.
Wegjagen
Een ander probleem voor de christen-democraten is het ontbreken van een aansprekend alternatief voor de vermeende morele leegte in de samenleving. Dit heeft te maken met een duidelijke huiver om de christelijke traditie aan te prijzen.
De SGP en ChristenUnie streven naar herkerstening met de oude protestantse ethiek als richtsnoer, maar in CDA-documenten ontbreekt het christendom vaak. Wel begrijpelijk. De partij wil ongelovige (en islamitische) kiezers niet bij voorbaat wegjagen, maar hierdoor krijgt haar morele boodschap iets vaags en vrijblijvends.
Een derde factor die het aanslaan van het christen-democratisch moralisme tegenwerkt, is de houding van de Nederlandse burger. Die houdt er, simpel gezegd, niet zo van om op zijn morele verantwoordelijkheid te worden aangesproken. Anders dan bijvoorbeeld Amerikanen schuift hij zoveel mogelijk af op de staat.
Daarom heeft het idee van de ‘verantwoordelijke samenleving’ in Nederland ook nooit echt tot de verbeelding gesproken. Het is een mooi concept, bedacht door christen-democratische ideologen en in talrijke publicaties uitgewerkt: burgers verenigen zich in allerlei organisaties in het maatschappelijk middenveld om gezamenlijk waardevolle dingen te doen voor de samenleving.
Maar elke keer blijken Nederlanders waardevolle dingen doen het liefst aan de overheid over te laten. Daarom is het maatschappelijk middenveld, mede dankzij steun van het CDA, in hoge mate verstatelijkt geraakt.
Kijk naar de hulp aan de Derde Wereld. Vroeger hielpen zendelingen en missionarissen met geld van collectes behoeftigen in verre landen. Nu wordt dit werk verricht door zogeheten medefinancieringsorganisaties, die met forse bedragen van de overheid overeind worden gehouden. Wie pleit voor het terugtreden van de staat en het overlaten van ontwikkelingshulp aan het particulier initiatief, wordt al snel voor asociaal versleten.
Veiligheid
Tijdens de verkiezingscampagne betoogde nummer twee op de CDA-lijst Mona Keijzer op een katholieke scholengemeenschap in Etten-Leur dat burgers meer kunnen bijdragen aan hun veiligheid, bijvoorbeeld door verlicht te fietsen.
Als we de verslaggever van het dagblad Trouw mogen geloven, viel dit christen-democratisch appèl helemaal niet goed bij de aanwezigen. Zij wilden meer agenten, meer inzet van de overheid. Als CDA’ers hun achterban al niet kunnen overtuigen van nut en noodzaak van eigen morele verantwoordelijkheid, is het winnen van de harten van het hele volk onbegonnen werk.