door
Pascal Pater
27 mei 2009
Margot Wallström
Zweden, Communicatie
Zo nu en dan toont de Zweedse eurocommissaris Margot Wallström (Skellefteå, 28 september 1954) zich van haar feministische kant. Zoals wanneer ze verklaart waarom voor het voorzitterschap van deEuropese Commissie geen vrouwen genoemd worden. ‘Mannen kiezen mannen’, weet Wallström. Wat wonderlijk voor een vrouw die met alleen middelbare school een glanzende politieke carrière kon maken - Kamerlid op haar 25e, onderminister op haar 34ste. En door een mannelijke partijgenoot, de toenmalige Zweedse sociaaldemocratische premier Göran Persson, in 1999 werd voorgedragen als lid van de Europese Commissie.
Persson was haar wellicht wat verschuldigd. Na een slechte verkiezingsuitslag in 1998 hoorde Wallström, vanaf 1996 minister van Sociale Zaken, bij de bewindspersonen die hij niet langer in zijn kabinet opnam. Ze verliet de politiek en vertrok naar Sri Lanka, om te werken voor een non-goevernementele organsiatie, Worldview Global Media. In de Europese Commissie geleid door Romano Prodi kreeg Wallström in 1999 de milieuportefeuille. Dat betekende het afronden van de ratificatie door de EU-lidstaten van het uit 1997 daterende Kyoto-verdrag.
Vervolgens speelde ze een belangrijke rol bij het lanceren van REACH, ook na de in werkingtreding nog altijd controversiële nieuwe Europese wetgeving op de registratie van zoveel mogelijk, ook al lang bestaande, chemische substanties die in het bedrijfsleven gebruikt worden.
In de Commissie-Barroso werd ze in 2004 als vice-president belast met de portefeuille institutionele betrekkingen en communicatie. In feite werd ze daarmee een soort propagandachef, die beleid diende te ontwikkelen om belang en betekenis van de Europese samenwerking beter uit te dragen onder een steeds sceptischer kiezersvolk.
Ze nam tal van initiatieven, en lanceerde als eerste Europese Commissaris een eigen blog, maar boekte geen zichtbare successen. Het belette niet dat Wallström in Zweden grote populariteit geniet. Ze werd in 2007 dan ook gezien als een belangrijke kandidaat om Persson als leider van de sociaaldemocraten op te volgen, maar stelde zich niet kandidaat.