door
Robert Stiphout
15 feb 2010
Abraham Kuyper
De tiende in de serie Erflaters: Abraham Kuyper (1837-1920)
In de negentiende eeuw is politiek het domein van notabelen die op persoonlijke titel in de Tweede Kamer komen. Dat verandert in 1879 als Abraham Kuyper de allereerste georganiseerde politieke partij opricht: de Anti-Revolutionaire Partij (de ARP, die in 1980 opging in het CDA).
Kerkhistoricus
Abraham Kuijper (bekend onder de naam Kuyper) had aanvankelijk geen plannen om de politiek in te gaan. In Leiden, waar zijn vader als predikant werkte, studeerde Kuyper letteren en wijsbegeerte. Kerkhistoricus wilde hij worden. Beide studies sloot Kuyper summa cum laude af, waarna hij in 1862 promoveerde op een studie naar de Poolse reformator Johannes à Lasco.
Eenmaal aan het werk als predikant van de Hervormde Kerk in Beesd in de Betuwe raakte hij onder de indruk van de eenvoudige, zeer orthodoxe inwoners. Een van hen, de vrouw Pietje Baltus, weigerde Kuyper eens de hand te schudden omdat ‘zijn’ kerk in haar ogen niet het volle evangelie verkondigde.
Strijd
Kuyper verbond zich met deze ‘kleine luyden’ (eenvoudige lieden) en zou uitgroeien tot hun kerkelijk en politiek leider. Zijn verdere leven zou in het teken staan van de kerkelijke strijd voor de gereformeerden die zich onder zijn leiding in 1886 afsplitsten van de Nederlands Hervormde Kerk. Daarnaast bestreed hij de (ongelovige) beginselen van de Franse revolutie.
In 1872 richtte ‘Abraham de geweldige’ het antirevolutionaire blad ‘De Standaard’ op dat als zijn spreekbuis zou dienen. In 1874 kwam hij in de Tweede Kamer waar hij zich onder meer hard maakte voor het bijzonder onderwijs.
Inzinking
In 1879, na een psychische inzinking, volgde de oprichting van de Anti-Revolutionaire Partij en een jaar later stichtte Kuyper in Amsterdam de Vrije Universiteit, de eerste religieuze universiteit van Nederland. In zijn openingsrede introduceerde Kuyper het begrip souvereiniteit in eigen kring: de overheid heeft volgens hem de autonomie van onder meer burgers en godsdiensten te respecteren.
Van 1901 tot 1905 leidde Kuyper een rechts kabinet dat vooral bekend werd door de strijd tegen de spoorwegstakingen. Kuypers kabinet verbood ambtenaren voortaan hun werk neer te leggen - de zogeheten ‘Worgwetten’.
In 1909 kwam Kuyper in opspraak wegens de zogeheten lintjesaffaire waarbij de ARP geld van een koopman zou hebben aangenomen, die later op voorspraak van Kuyper een ridderorde kreeg. Het zou het begin worden van het einde van Kuypers loopbaan als politicus. In 1920 overleed hij.
Op 12 juni 2010 komt de Elsevier Speciale Editie Erflaters uit. Hierin staan portretten en biografieën van de Nederlanders die onze samenleving hebben vormgegeven. U kunt deze uitgave alvast bestellen.