door
Administrator
30 mrt 2006
De tweede in de serie Alle Amerikaanse Presidenten: John Adams (1735-1826)
Het moet een uitzondering blijven, maar er is alle reden om dit keer bij het einde te beginnen. Op 4 juli 1826 blies John Adams in Quincy, Massachusetts, de laatste adem uit. Zijn vrijwel laatste woorden waren: ‘Thomas Jefferson overleeft me.’ Toch was dat niet zo, want enkele uren eerder had de plantagehouder uit Virginia in zijn huis Monticello de geest gegeven.
Op de dag af vijftig jaar na het afkondigen van de Onafhankelijkheidsverklaring, waar zij beiden zo’n groot aandeel in hadden gehad, stierven deze grondleggers van de Republiek, enkele uren na elkaar. Een sublieme coïncidentie.

John Adams, de eerste Amerikaanse
gezant in Den Haag
Jefferson (president van 1801 tot 1809) was Adams (president van 1797 tot 1801) opgevolgd in het ambt. Beide mannen waren in Parijs vrienden geworden, maar hadden zich daarna tot rivalen en politieke tegenstanders ontwikkeld. De laatste jaren voor hun dood was de animositeit verdwenen en nam hun correspondentie weer een hoge vlucht.
Tussen de haaien
Op die 4de juli 1826 was Adams’ oudste zoon, John Quincy, president (1825-1829). Het zou tot het presidentschap van vader en zoon Bush duren voordat die figuur zich zou herhalen. John Adams en zijn zoon John Quincy zijn de enige twee presidenten geweest die twee jaar van hun leven (1780-1782) in Holland hebben doorgebracht. Vader als gezant bij de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en zoon als leerling op de Latijnse School in Amsterdam en later als student in Leiden.
De Republiek was rijk geworden door tussen de voorpoten van de eeuwig met elkaar vechtende stieren Frankrijk en Engeland als een kikker heen en weer te springen, zoals Adams het uitdrukte. In Amsterdam probeerde hij leningen los te krijgen voor zijn jonge Republiek. De bankiers waren daar allerminst scheutig mee.
Adams’ aanvankelijke enthousiasme voor Holland verdampte dan ook snel. Hij zag de Hollanders niet langer als ‘een voorbeeld voor de wereld’, maar ontwaarde overal ‘kleinheid’ die voortkwam uit ‘de preoccupatie met stuivers en centen die het hele volk doordesemt’. Adams vergeleek de Hollanders vaak met een school haaien.
Eerste gezant
In 1781 verlegde hij zijn offensief naar Den Haag. Nadat hij zijn geloofsbrieven had overhandigd aan de Staten-Generaal werd Adams op 22 april 1782 door stadhouder Willem V en prinses Wilhelmina op Huis ten Bosch ontvangen. Een maand later opende hij aan de Fluwelen Burgwal in Den Haag de eerste Amerikaanse ambassade ter wereld.
Begin juni lukte het hem eindelijk om met een syndicaat van drie Amsterdamse bankiershuizen - Willink, Van Staphorst en De la Lande