door
Administrator
26 mei 2006
De zesde in de serie Alle Amerikaanse Presidenten: John Quincy Adams (1767-1848)
De depressieve John Quincy Adams beleefde als ambassadeur gelukkige jaren in Nederland, het land waar hij als kind al kwam en waarvan hij de taal perfect beheerste.
Het waren gelukkige jaren (1794-1797) voor John Quincy Adams (JQA) toen hij in Den Haag gevolmachtigd minister, ambassadeur, was. Aan zijn vriend James Gardner in Boston schreef hij: ‘Ik heb hier gevonden wat ik nodig had, vooral ook omdat ik mijzelf hervonden heb.’ Hij hoefde niet langer zijn weg te zoeken in de advocatuur die hem verveelde, en hij was nu financieel onafhankelijk, want de buitenlandse dienst van de jonge republiek betaalde goed. Bovendien sprak JQA uitstekend Nederlands.
John Quincy Adams was licht-
geraakt en had last van depressies
'Hollandse nymfen'
Als er al eens een onbevredigende dag in Den Haag was, dan luidde de reden daarvoor, zoals wij uit zijn dagboek weten, dat ‘de Hollandse nymfen’ hem niet konden bekoren. In de tijd dat hij in Leiden studeerde(1781-1782) was dat niet anders geweest. JQA was als kind al meegereisd met zijn vader, toen die als eerste Amerikaanse gezant bij de Republiek der Verenigde Nederlanden in Amsterdam en Den Haag was geaccrediteerd (1780-1782).
Abigail Adams, zijn geduchte moeder die was achtergebleven, had haar zoon per brief aangespoord om ‘toch vooral te profiteren van de alom aanwezige properheid waar de Lage Landen om bekendstaan’. Tijdens die reizen, vrijwel altijd met zijn vader, naar Parijs, Den Haag, Londen, Berlijn en Petersburg, ontstond een hechte band tussen de twee.
Het is opmerkelijk dat JQA later zelf ook weer diplomatieke functies zou bekleden in deze vijf hoofdsteden. Rond 1809, toen Adams voor de tweede maal in Petersburg woonde, raakte hij bevriend met tsaar Alexander I. De tsaar en zijn vrouw Elisabeth van Baden waren kinderloos gebleven en vonden niets heerlijker dan om met Charles, het zoontje van Adams, op hun rug door de gangen van het paleis te kruipen.
Dagboek
Later zou JQA in navolging van zijn vader het presidentschap aanvaarden, vergelijkbaar met vader George en zoon George W. Bush nu. Adams’ dagboek, waar hij op 1 maart 1795 in Holland mee begon, verdient bijzondere vermelding. Door zijn uitmuntende stijl, de precisie waarmee hij het tot zijn dood bijhield, en de genadeloze manier waarop JQA naar zichzelf keek, maken het tot een uitzonderlijk document.
Een van zijn taken in Den Haag was het toezicht houden op de afbetaling van de leningen die de jonge staat Amerika, door toedoen van zijn vader, bij Hollandse banken had weten te sluiten. Bovendien werd Den Haag als een goede uitkijkpost beschouwd. Adams stuurde bijvoorbeeld scherpzinnige rapporten over het verloop van de Franse Revolutie naar Washington waar zijn vader toen vice-president was.
John Quincy Adams werd op 11 juli 1767 in Braintree, Massachusetts geboren. JQA zoals hij zichzelf aanduidde, ter onderscheid van zijn vader, was klein van stuk, hij had een scherpe neus en een doordringende blik. Het liefst was hij een groot dichter geworden. Bij het ontbijt had hij meestal al een paar hoofdstukken Sallustius of Plutarchus achter de kiezen.
Lichtgeraakt, gevoelig en gekweld door het idee nimmer iets groots te zullen verrichten voor de mensheid, was JQA de eerste president die veel last had van depressies.
Zonsverduistering
Adams was gefascineerd door de hemel. Thuis in Quincy, Massachusetts, beklom hij altijd een heuvel om het tijdstip van zonsopgang vast te leggen.‘Het was alsof hij geen fiducie had in de punctualiteit van de zon,’ schrijft Paul Nagel in zijn fraaie biografie. In 1791 verzuimt JQA bij een zonsverduistering om een zwart glaasje voor zijn oog te houden, een omissie waardoor hij voor de rest van zijn leven last van zijn ogen houdt. Als president maakte Adams zich sterk voor de oprichting van een nationaal observatorium. ‘Een vuurtoren voor het heelal.
Louisa Adams
In september 1817 maakten Adams en zijn vrouw Louisa – onafhankelijk van geest, maar aanhankelijk van aard - de reis van Massachusetts naar Washington per stoomboot. Adams, die altijd met een zeilschip naar Europa was gekomen, was opgetogen. President James Monroe bood Adams het ministerschap van Buitenlandse Zaken aan. Onder de drie laatste presidenten was die functie steeds een opstap naar het presidentschap. Het ministerschap werd een succes. De zogeheten Monroe-doctrine (‘Amerika voor de Amerikanen’, bedoeld om het interne Amerikaanse expansieproces veilig te stellen) draagt de naam van de president, maar werd door Adams bedacht.
De strijd voor het presidentschap eindigde in 1824 voor het eerst onbeslist, zodat het Huis van Afgevaardigden uitkomst moest brengen. Dat koos voor John Quincy Adams. Adams vroeg daarop onmiddellijk Henry Clay, een van zijn rivalen, minister van Buitenlandse Zaken te worden. Een derde concurrent, Andrew Jackson, sprak van een ‘corrupt bargain’, een smerig handeltje. Jacksons tijd zou nog komen; hij werd in 1829 president.
Tandarts
Het presidentschap van Adams jr. werd een grote teleurstelling. Het Congres lachte zijn plannen (zoals de bouw van een observatorium) weg en meende dat de constitutie andere voornemens zoals het aanleggen van grote publieke werken niet toeliet. De president werd vooral moe van die eindeloze reeks dagelijkse bezoekers. Iedereen die hem wilde spreken, hoefde maar op de trappen van het Witte Huis plaats te nemen en op zijn beurt te wachten. Als zich onder zijn bezoekers toevallig een tandarts aandiende, was Adams wel zo gewiekst om de gelegenheid te baat te nemen en een kies te laten trekken.
Na zijn presidentschap heeft JQA zich nog zeventien jaar beijverd als lid van het Huis van Afgevaardigden. En dat is uniek. Hij streed tegen de slavernij en voor de vrijheid van het woord. John Quincy Adams stierf op woensdag 23 februari 1848 in het harnas, in het Capitool. Zijn laatste woorden waren vermoedelijk: ‘Dit is het einde van de wereld, maar ik ben tevreden.