De vijftiende in de serie Alle Amerikaanse presidenten: James Buchanan (1857-1861)
Op 4 maart 1861, het was een koude winderige dag in Washington D.C., reden president James Buchanan en zijn opvolger Abraham Lincoln samen in een koets naar Capitol Hill voor de inauguratie van de boomlange Republikein.
'Als het u net zoveel plezier schenkt om het Witte Huis te betreden als het mij vreugde geeft het te kunnen verlaten, dan bent u een gelukkig mens, ' zei de veelgeplaagde president tegen de advocaat uit Illinois.

James Buchanan
Die winter hadden zich al zeven zuidelijke staten van de Unie afgescheiden. De Burgeroorlog kon elk moment uitbreken. Wellicht was die fratricide hoe dan ook niet te voorkomen geweest, maar Buchanan heeft er, al was hij dan met de beste bedoelingen bezield, veel toe bijgedragen dat het tot die confrontatie gekomen is.
Blokhut
James Buchanan werd geboren op 23 april 1791 in een blokhut in Mercersburg in het zuiden van Pennsylvania. Die blokhut duidde niet op armoede van het gezin, maar diende als tijdelijk onderkomen totdat zijn vader, die zijn handelsactiviteiten kort tevoren naar Mercersburg had verplaatst, een geschikt huis had gevonden.
Buchanan studeerde Rechten en werd in 1812 toegelaten tot de balie. Drie jaar later had de jonge Democraat het al gebracht tot afgevaardigde in het deelstaatparlement in Harrisburg.
Tijdens de zomer van 1819 verloofde hij zich met de mooie Anne Coleman, 23 jaar oud, en dochter van een arglistige multi-miljonair. Deze had een betere partij voor zijn dochter op het oog, en maakte haar diets dat het Buchanan niet om haar hart maar om haar erfenis te doen was. Een buitengewoon kwalijke beschuldiging waar James juist te boek stond als een goedgeefse man, die weinig aan aardse zaken hechtte.
Hoe dan ook, Anne verbrak het engagement en vertrok naar familie in Philadelphia waar ze vlak na aankomst stierf onder nooit opgehelderde omstandigheden.
Verwoest
Buchanan was inwendig verwoest. Hij is nooit met een ander getrouwd. Hij was de enige vrijgezel in het Witte Huis. Zijn lievelingsnichtje Harriet Lane, een wees, hielp hem, zoals ook al eerder bij zijn diplomatieke plaatsingen in Sint-Petersburg en Londen, met de sociale verplichtingen.

James Buchanan en zijn nicht Harriet Lane
Johnson, die bij ontstentenis van een First Lady
fungeerde als gastvrouw in het Witte Huis
Volgens zijn biograaf Philip Shriver Klein deed James Buchanan alle dingen grondig. Met verstand van zaken. Hij had geen talent om vernietigend uit te halen naar zijn tegenstanders (daar was hij te vriendelijk voor) of voor de briljante inval.
Snelle passen
Buchanan was een knappe, breedgeschouderde man met een buikje. Zijn huid was blank en zijn ogen blauw. Hij had tamelijk kleine voeten en maakte snelle passen. Zijn hals was meestal naar links gedraaid. Dat kwam door een oogaandoening. Het ene oog was bijziende, het andere verziende.
Tussen zijn lidmaatschap van het Huis van Afgevaardigden (1821-1831) en dat van de Senaat (1834-1845), lag, als een toastje met kaviaar, Buchanans gezantschap in Sint-Petersburg (1832-1833).
Hij onderhandelde daar over een commercieel verdrag met tsaar Nicolaas I, die hem bij zijn afscheid omhelsde met de woorden: 'Laat uw regering mij toch vooral een nieuwe Buchanan sturen.' Op zijn terugreis deed hij in augustus 1833 onder meer Amsterdam en Den Haag aan.
Presidentschap
In Londen dineerde hij bij de Russische gezant, prins Lieven, met coryfeën uit de Europese top: Talleyrand (Frankrijk), Esterhazy (Oostenrijk), Von Bülow (Pruisen) en Lord Palmerston (Engeland). Voor het eerst van zijn leven begon hij over het presidentschap te denken.
Toen hem twintig jaar later het gezantschap in Londen werd aangeboden (1853-1856), dacht Buchanan, die intussen (1845-1849) minister van Buitenlandse Zaken was geweest, aan weinig anders meer dan aan het Witte Huis. Daar kwam hij op 4 maart 1857 inderdaad terecht, na een ruime overwinning op zijn Republikeinse tegenstander John Frémont.
Slavernij
In zijn inaugurele rede zei Buchanan dat iedereen het er wel over eens was dat volgens de Grondwet alleen de staten waar slavernij voor kwam, daaraan iets konden doen.
Een onjuiste constatering, want de Republikeinen en een deel van zijn eigen Democratische Partij meenden juist dat de federatie wel degelijk tegen slavernij kon (en moest) optreden. Buchanan sprak de hoop uit dat de lange agitatie over dit onderwerp nu ten einde zou komen.
Zelden is een hoop zo weinig bewaarheid geworden. Door zijn strikt legalistische instelling en zijn wens om de Zuidelijke staten te vriend te houden om daarmee hun dreigende afscheiding af te wenden, kwam Buchanan strijk en zet in het Zuidelijke kamp terecht.

Envelop met propaganda tegen James 'Judas'
Buchanan die 'het land heeft verkwanseld aan
zuidelijke samenzweerders'
In Kansas woedde felle strijd over de slavernij, zozeer zelfs dat er een tijd lang twee lokale regeringen optraden. Buchanan belandde bij dat gevecht in het kamp van de Zuidelijke extremisten.
Door de meeste noorderlingen wegens die houding veracht, werd Buchanan als zoon van het noordelijke Pennsylvania in het Zuiden toch niet echt vertrouwd.
Isolement
Terwijl het onweer steeds dichter naderde, kwam de president steeds meer in een isolement terecht. Nadat South Carolina zich in de herfst van 1860 als eerste uit de Unie had teruggetrokken, verbood Buchanan het zenden van versterkingen naar het belegerde federale fort Sumter in de haven van Charleston.
Dat zou volgens hem onherroepelijk tot het begin van vijandelijkheden en een kettingreactie in de rest van het Zuiden leiden. Na zijn vertrek uit Washington leefde Buchanan, nu als trouwe aanhanger van de Unie en van Abraham Lincoln, op zijn landgoed 'Wheatland'.
Daar stierf hij op 1 juni 1868, 77 jaar oud, aan een longontsteking. 'Wheatland' had hij aan nichtje Harriet vermaakt.