De 38ste in de serie Alle Amerikaanse presidenten: Gerald Ford (1974-1977)
De 14e mei 1975 was een ongemakkelijke avond op het Witte Huis. President Gerald Ford en zijn minister van Buitenlandse zaken Henry Kissinger gaven een diner in smoking voor premier Joop den Uyl (PvdA).
Kissinger zou later schrijven dat het duidelijk was dat de premier van huis de boodschap had meegekregen niet te provoceren, maar dat hij dat kunstje toch maar moeilijk onder de knie leek te krijgen.
Charles Rutten, directeur-generaal op het ministerie van Buitenlandse Zaken, wist de stemming er nog een beetje in te houden door de lof te zingen van de Nederlandse fietspaden.

Koningin Beatrix op bezoek bij de toen voormalige president Ford, 1982
Midden onder het eten lieten de gastheren zich verontschuldigen. Zij moesten zich bemoeien met de kaping van het Amerikaanse koopvaardijschip de ‘Mayaguez’ door Cambodjanen.
Opluchting
Ford was toen nog geen jaar in functie. Op 9 augustus 1974 had hij Richard Nixon moeten opvolgen. Nixon was afgetreden om een zeker lijkende veroordeling vanwege het Watergateschandaal te ontlopen.
‘Onze lange nationale nachtmerrie is over,' sprak Ford bij zijn eerste televisieoptreden als president. Ford was de eerste man in die functie die niet door het Amerikaanse volk was gekozen.
Er ging een zucht van verlichting door Amerika, Ford’s populariteitscijfers waren aanvankelijk uitzonderlijk hoog. Hij was aardig, recht door zee en middelmatig. Het contrast met zijn briljante, eenzelvige, en leugenachtige voorganger had niet groter kunnen zijn.
Akkoordje
‘Met Gerald Ford hebben we een padvinder in het Witte Huis,' zoals een krant schreef. Die waarderingscijfers kelderden overigens spectaculair toen Ford een maand later Nixon - in strijd met zijn eerdere beweringen - gratie verleende voor alle misdrijven die hij eventueel had begaan.
De telefonistes van het Witte Huis meldden dat de binnenkomende reacties voor het leeuwendeel negatief waren. Hier en daar werd zelfs gesuggereerd dat de heren het op een akkoordje hadden gegooid. Het presidentschap voor Ford, de gratie voor Nixon.
Daarvan is overigens nooit iets gebleken. Richard Reeves schrijft in zijn geestige boekje ‘A Ford not a Lincoln’ dat Ford die gratie waarschijnlijk ook zou hebben verleend als hij zeker had geweten dat dit zijn presidentschap zou verwoesten.
Ford was er van overtuigd dat zijn gebaar de wonden in de psyche van de natie zou helen. Of die verwachting bewaarheid is geworden, lijkt maar zeer de vraag.
Adoptiezoon
Gerald ‘Jerry’ Ford werd op 14 juli 1913 als Leslie Lynch in Omaha, Nebraska geboren. Zijn ouders gingen spoedig uit elkaar. Vanaf zijn tweede jaar maakte Jerry deel uit van het gezin van Gerald Rudolph Ford, de tweede man van zijn moeder, die Jerry als zijn zoon adopteerde.

Gerald Ford met zijn alcoholische echtgenote Betty
Ford sr. was de eigenaar van een verfwinkel. Het gezin woonde in Grand Rapids, Michigan. Het westelijk deel van die staat was dankzij de vele Nederlandse immigranten doordrenkt met het Nederlandse calvinisme.
Op zondag werken, drinken, kaart spelen en andermans vrouw begeren (dat laatste mocht op doordeweekse dagen ook niet) golden als doodzonden.
Toen Ford tijdens zijn eerste campagne (1948) voor het Huis van Afgevaardigden tegen Bartel Jonkman het plan opvatte om met Betty Ford te trouwen, hield hij dat angstvallig geheim. Betty was danseres geweest en gescheiden bovendien.
Gewaagd
Tijdens het presidentschap van haar man zou Betty, die een zware alcoholverslaving had, zich uitspreken voor abortus, en desgevraagd ook voor seks voor het huwelijk. Heel gewaagd voor een First Lady en anno 1975 in Grand Rapids nog altijd vloeken in de kerk.
Jerry Ford was niet ingegaan op het aanbod om prof te worden in het Amerikaanse football, maar bekostigde zijn rechtenstudie aan Yale University met het geld dat hij als football- en bokscoach verdiende. Op Yale eindigde hij bij de beste 30 procent van zijn jaar.
Toch is om Ford altijd een aura van domheid blijven hangen. Zo zei president Lyndon Johnson: Jerry Ford kan niet tegelijk kauwgum eten en over straat lopen.
In het Congres klom hij met zijn gematigde conservatisme en zijn geen-vijanden-makende stijl op tot fractieleider van de Republikeinen. In 1953 had hij het initiatief genomen om vijftigduizend door de Watersnood getroffen Nederlanders een vestigingsvergunning te geven.

Ford (r) met vice-president William Rockefeller en minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger (l) in The Oval Office
Doordat Nixons numero twee, Spiro Agnew, een zwendelaar bleek te zijn, werd Ford in de herfst van 1973 gevraagd om vice-president te worden.
Draaikont
Als president bleek nogmaals dat Ford weinig sterke overtuigingen had. Zijn houding tegenover het conflict in Vietnam was altijd bijzonder krijgshaftig geweest. Zo had hij in een laat stadium, tegen de stroom in, nog gepleit voor de ‘Amerikanisering’ van de oorlog.
Maar bij de val van Saigon (1975) legde Ford zich vrij gemakkelijk neer. In het Huis van Afgevaardigden had Ford bezwaar gemaakt tegen de ontspanning met Moskou die Nixon en Kissinger nastreefden.
Als president reisde Ford naar Vladivostok om met Sovjet-partijleider, Leonid Breznjew, een belangrijk wapenbeheersingsakkoord af te sluiten. Zo ging hij in 1975 ook naar Helsinki voor de ondertekening van een verdrag dat de spanning tussen Oost- en West-Europa moest verminderen.
Wat betreft het binnenlandse beleid is Ford nooit een voorloper geweest. Neem de kwestie van de burgerrechten. Meestal probeerde hij nieuwe wetten, zoals het verbod op discriminatie op de huizenmarkt, tegen te houden, om dan voor te stemmen ‘als er toch niets meer aan te doen was’.
Nadat hij met klein verschil door Jimmy Carter was verslagen, trok Ford zich in 1977 uit het openbare leven terug.
Hij werd een veel gevraagd spreker in het lezingencircuit. Vorige herfst kreeg hij last van zijn hart en longen. Gerald Ford stierf op 26 december 2006 in zijn Californische Huis ‘Rancho Mirage’. Hij is 93 jaar geworden.