De 37ste in de serie Alle Amerikaanse presidenten: Richard Milhous Nixon (1968-1974)
Toen de Amerikaanse president Richard Nixon in 1972 naar Nederland kwam, sprak het vanzelf dat hij door het staatshoofd op Paleis Soestdijk zou worden ontvangen.
Koningin Juliana voelde daar echter niets voor, tenzij zij haar gast in diens bijzijn een moordenaar mocht noemen, zo schreef de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken Norbert Schmelzer (Katholieke Volkspartij) in zijn mémoires. Daar kon natuurlijk niets van in komen, zei de minister.
Microfoon
‘Staat u mij toe om het dan ten minste een keer zachtjes te fluisteren,’ had ze gesmeekt. ‘Als dit een practical joke was, dan speelde ze goed, geen enkele twinkeling verried of het een grap was of een opwelling van rebelsheid’. Schmelzer had de vorstin erop gewezen dat het risico dat haar woorden door een microfoon zouden worden geregistreerd te groot was. Daarmee was de kous af.

Nixon was op zijn best in zijn meest sentimentele toespraken
Twee jaar later, op 9 augustus 1974, was Nixon de eerste Amerikaanse president die met schande overladen zijn ambt neerlegde vanwege de Watergateaffaire. Ook daar hadden verborgen microfoons een grote rol gespeeld.
Richard Milhous Nixon werd op 9 januari 1913 geboren in het Californische Yorba Linda waar zijn vader een kruidenierszaak dreef. Zijn moeder Hannah was een Quaker, die zo goed was dat ze, volgens haar zoon, nooit een bedelaar de deur heeft gewezen. Twee van haar kinderen stierven vroeg.
Armoede
Richard Nixon groeide op in armoede. Hij moeste elke ochtend de groenten die zijn vader van de markt haalde wassen en aardappels pureren. Toen hij een jaar of tien was, keek hij op een avond op uit de krant waarin prominent aandacht werd besteed aan een schandaal, en zei tegen zijn moeder:‘Later wil ik advocaat worden. Maar dan een eerlijke, zo iemand die niet kan worden omgekocht door oplichters.’
In 1937 werd Nixon toegelaten tot de balie. In datzelfde jaar ontmoette hij Thelma Catherine ‘Pat’ Ryan, die een paar bijrolletjes in Hollywood had gespeeld en die zich toen als lerares in Whittier inzette voor het amateurtoneel.
Nixon speelde het klaar om in The Dark Tower haar tegenspeler te worden, en vroeg haar op de avond van de eerste opvoering ten huwelijk. Zij zouden twee dochters krijgen: Patricia en Julie. Patricia had in 1971 de primeur om in de Rozentuin achter het Witte Huis te trouwen.
De laatste drie jaar van de Tweede Wereldoorlog diende Nixon bij de Marineluchtvaartdienst. In 1946 versloeg de Republikein Nixon een ervaren Democraat in het Twaalfde district van Calfornië en kwam zo in het Huis van Afgevaardigden.
In 1951 bracht hij het tot senator. In beide campagnes schilderde hij zijn tegenstanders af als toegeeflijk zo niet ‘besmet met het Rode Gevaar’. Helen Douglas, met wie hij om een zetel in de Senaat streed, noemde hij ‘The Rose Dame’. Deze praktijken leverden hem de bijnaam Tricky Dick op.
Cocker spaniel
In 1952 vroeg Dwight Eisenhower hem als vice-president. Dat was nog bijna niet doorgegaan. Nixon kwam in opspraak vanwege de financiering van zijn campagne. In een briljante want sentimentele toespraak bezwoer hij dat hij slechts één gift had ontvangen, te weten Checkers, de cocker spaniel van Tricia en dat de familie de hond niet zou af staan.

Nixon en Kennedy tijdens hun legendarische televisiedebat
In 1960 verloor Nixon met miniem verschil de race om het presidentschap van John Kennedy. Hoewel er alle aanleiding was geweest om diens electorale geknoei aan te vechten, liet Nixon dat na, omwille van de rust in het land. Bij Nixons dood bleek jongere broer Edward Kennedy hem daar nog altijd dankbaar voor.
Twee jaar later leek het doek voorgoed te vallen. Nixon verloor de strijd om het gouverneurschap van Californië. Tegen de journalisten zei hij dat ze de Nixon tegen wie ze zo lekker konden aantrappen nog zouden missen, want dat dit zijn laatste persconferentie was.
Bill Clinton wordt vaak ‘The comeback kid’ genoemd, maar Nixon kan met evenveel recht aanspraak maken op die eretitel. Want in 1968 waren die bittere woorden weer vergeten en veroverde Nixon, nadat hij Hubert Humphrey met een neuslengte had verslagen, alsnog het Witte Huis.
Alleen
Nixon is waarschijnlijk de meest ondoorgrondelijke van alle presidenten. Hij was alleen en met de wil om alleen te zijn, schrijft biograaf Richard Reeves in ‘President Nixon, Alone in the White House’. Nixon at vaak alleen, ook als er gasten waren, Nixon bowlde graag alleen.
Nooit was hij meer alleen dan in die meinacht van 1970, toen hij na anderhalf uur slaap was opgestaan, het tweede pianoconcert van Rachmaninoff had opgezet, en zijn huisknecht Manolo Sanchez had verzocht om hem in het aardedonker te begeleiden naar het Lincoln Memorial. Daar onderhield de president zich met studenten die een nachtwake tegen de oorlog in Vietnam hielden.
Vervolgens verschafte Nixon zich om zes uur ’s ochtends toegang tot de vergaderzaal van het Huis van Afgevaardigden, ging op zijn oude stoel zitten, en vroeg Manolo om vanaf het rostrum het woord te nemen. Toen Sancez in de verder lege zaal was uitgesproken, applaudisseerde de president luid voor zijn knecht.
Dat zoeken naar afzondering wijkt scherp af van het gebruikelijke gedrag van de politicus: die zich juist steeds met zoveel mogelijk mensen omringt. Over Nixon zei zijn naaste medewerker Bob Haldeman: ‘Wij kennen hem helemaal niet.’
Henry Kissinger, zijn rechterhand op het gebied van de buitenlandse betrekkingen, schreef dat Nixon in het diepst van zijn ziel altijd verwachtte dat hij de strijd zou verliezen, dat wat hij bereikt had hem alsnog zou worden ontnomen en dat zijn vijanden zouden winnen. Daardoor verwarde het succes dat hij onmiskenbaar heeft gehad hem ook.
Stoutmoedig
Buitengewoon intelligent, vol twijfel aan zichzelf, leugenachtig, een van de weinigen die de architectuur van de gewenste wereldorde voor ogen had, zeer vernieuwend op het gebied van het buitenlandse beleid (de opening naar China en de détente met de Sovjet-Unie), paranoïde, geheimzinnig, en stoutmoedig met zijn economische en sociale maatregelen zoals het loslaten van de gouden standaard of het afschaffen van de dienstplicht. Zoals Nixon tegen senator Robert Dole zei: ‘Ik sta elke ochtend op met de bedoeling mijn vijanden in verwarring te brengen.’
Richard Nixon laat zich niet kennen. Al was hij dan aan een uitstekende universiteit (Duke) afgestudeerd, en lid van beide kamers van het Congres geweest, al had hij acht jaar het vice-presidentschap vervuld en had hij daarna als advocaat op Wall Street gewerkt, toch voelde Nixon zich, zelfs toen hij president was, geen deel van het establishment.
Hij was arm en met wrok opgegroeid en hij smeulde nog altijd van woede als hij in aanraking kwam met ‘die verwijfde intellectuelen’ van Harvard of op het ministerie van Buitenlandse Zaken.
Als eerste officiële bezoekers uit West-Europa (die bij de begrafenis van Eisenhower niet meegeteld) dienden zich in mei 1969 premier Piet de Jong (KVP) en minister van Buitenlandse Zaken Joseph Luns (KVP) zich aan. Bij het afscheid roemde de president de naar buiten gerichte blik van de Nederlanders en de kwaliteiten van ambassadeur Carl Schurmann, die op de drempel van het pensioen stond.
Lees verder...