Ronald Reagan

Amerikaanse presidenten

De Verenigde Staten heeft sinds de inhuldiging van George Washington in 1789 in totaal 44 presidenten gehad. In dit hoofdstuk vindt u al hun biografieën.

Bestel het boek Alle 44 Amerikaanse presidenten. Inclusief de nieuwe president; Barack Obama. Amerika-kenner Rik Kuethe biedt met zijn speelse pen een inzicht in leven en werk van de 44 presidenten.

Terug naar dossier

Nieuws

Buitenland

Jimmy Carter: beter als ex-president

door Administrator 12 aug 2007

De 39ste in de serie Alle Amerikaanse presidenten: Jimmy Carter (1977-1981)

Toen de op een golf van islamisme verdreven en over de wereld dolende ex-sjah van Perzië dringend medische zorg nodig had vanwege zijn dodelijke ziekte, besloot president Jimmy Carter hem in oktober 1979 alsnog toe te laten tot de Verenigde Staten.

Dat gebaar kwam hem duur te staan. Op 4 november bestormde een bende Iraanse heethoofden de Amerikaanse ambassade in Teheran. 52 leden van het diplomatieke personeel werden gegijzeld. De ayatollahs tartten 'de Grote Satan', zoals zij Amerika noemden.

Die wist vooreerst weinig satanisch te bedenken. In april 1980 gaf Carter opdracht voor een militaire reddingsoperatie. Maar Amerikaanse helicopters kwamen boven de woestijn met elkaar in botsing en de poging om de gijzelaars te ontzetten strandde voordat zij goed en wel was begonnen.

Carters populariteit, die toch al niet groot was geweest, maakte een steile duikvlucht. De gijzeling van het ambassadepersoneel was een belangrijke reden waarom in november 1980 de oude ex-acteur Ronald Reagan het Witte Huis veroverde. Enkele minuten na diens inauguratie werden zij vrij gelaten.

First Mother
Jimmy Carter werd op 1 oktober 1924 geboren in het Wise Hospital in Plains, Georgia. Hij was de eerste president die in een ziekenhuis ter wereld kwam. Tijdens zijn presidentschap verlegde hij de scheiding in zijn zandkleurige haar van rechts naar links.

Jimmy Carter
Jimmy Carter en zijn handelsmerk; grijns met parelwitte tanden

Zijn fysieke handelsmerk is een vrijwel permanente grijns met een mond vol parelwitte tanden. Carter, een herboren christen, is introspectief, diep doordrongen van de waarde van positief denken, en steeds geneigd om zijn leven te beteren.

Zo vertelde hij in Playboy dat hij gezondigd had door andere vrouwen in de geest te begeren. Als jonge kornet bij de marine was Carter in 1946 getrouwd met zijn plaatsgenote Rosalynn Smith, die later de boekhouding ging doen van de pindaboerderij die Jimmy van zijn vader had overgenomen.

Haar boek First Lady from Plains, dat in 1984 verscheen werd een bestseller. Van zijn broer Billy, die onder meer louche zaken met Libië deed, had Carter in het Witte Huis veel last.

Dat gold in zekere zin ook voor zijn moeder,'Miz' Lillian. Zij was toen ze bijna zeventig jaar oud was nog in India voor het Peace Corps gaan werken. Toen de Carters in het Witte Huis zetelden, werden zij voortdurend lastig gevallen door 'Miz' Lilian, die genoot van haar status als 'First Mother'.

Van het volk
In 1963 werd Carter in het deelstaatparlement van Georgia gekozen. Acht jaar later was hij gouverneur. In zijn campagne had Carter zich een ouderwetse zuidelijke Democraat betoond. Het paaien van de blanke bevolking ging hem voor alles.

Hij inviteerde George Wallace de 'apartheidsgouverneur' van Alabama voor hem in het strijdperk te treden. Bij zijn aantreden als gouverneur maakte hij een zwenking en verklaarde dat de tijd voor rassendiscriminatie voorbij was.

Tijdens de campagne voor het presidentschap in 1976 ontkende hij ooit George Wallace te hebben gesteund. Een aperte leugen waarmee hij ook zijn belofte aan het Amerikaanse volk om nooit te zullen liegen, schond.

Hij won die campagne onder meer omdat president Gerald Ford het in een televisiedebat door onhandig formuleren deed voorkomen alsof hij niet wist dat Oost-Europa door de Sovjets bezet werd gehouden.

Aanvankelijk stond Carter er op om zijn eigen koffers te dragen. Hij wilde bovenal een president van het volk zijn. Hij riep zijn landgenoten op om 'hun levens te leven alsof Christus dezelfde middag nog komen zou'.

Crisis
Carter had een slagzij makende economie geërfd. De steeds maar stijgende olieprijzen maakten het hem onmogelijk om het schip van staat te rechten. Op 4 juli 1979 had negentig procent van de tankstations in de stad New York geen benzine.

De president mocht de crisis dan niet hebben veroorzaakt, hij werd er wel politiek verantwoordelijk voor gehouden. Carters initiatieven op het gebied van het buitenlands beleid ontmoetten veel verzet.

sadat, Carter, Begin
Sadat, Carter en Begin in Camp David

Toch slaagde hij er in om Panama het eigendom van het Kanaal terug te geven, en de betrekkingen met China te normaliseren. In september 1978 'gijzelde' Carter de Egyptische president Anwar Sadat en de Israëlische premier Menachem Begin twee weken in zijn buitenverblijf Camp David (genoemd naar een kleinzoon van president Dwight Eisenhower en dus niet naar koning David).

Daar werd het fundament voor het vredesakkoord tussen beide landen gelegd. Een tweede akkoord met de Sovjet-Unie over de beperking van strategische atoomwapens werd in de Senaat opgehouden.

Nadat de Amerikaanse ambassadeur in Kaboel was vermoord en de Sovjets in 1979 Afghanistan waren binnengevallen, maakte het verdrag helemaal geen kans meer op ratificatie.

Mensenrechten
De mensenrechten werden de speerpunten om dictatoriale regimes mee in het hart te treffen. Carter ontpopte zich steeds meer als een bijzonder zwakke president.

Zbigniew Brzezinski, Carters Nationale Veiligheidsadviseur, schreef in Power and Principle: 'Carter was niet goed in public relations. Hij bracht het publiek niet tot enthousiasme noch boezemde hij zijn tegenstanders vrees in. Hij werd vertrouwd als persoon - maar hoe onrechtvaardig ook - juist weer niet als een leider.'

Na zijn aftreden keerde Carter terug naar Atlanta en stichtte het Carter Presidential Center. Dat is in zestig landen ter wereld actief op terreinen als gezondheidszorg en mensenrechten.

Carter bemiddelt dikwijls bij conflicten tussen staten, zoals tussen Noord- en Zuid-Korea. In 2002 ontving hij de Nobelprijs voor de Vrede. Zelf heeft hij gezegd een betere ex-president te zijn geweest dan president.

Tags

zie ook

4 reacties

  • Jimmy Carter heeft in de jaren zeventig als President de terrorist Mugabe gesteund. En dit terwijl Rhodesië vocht tegen de communistische invloed in Afrika. Hij heeft nog steeds geweigerd om het beleid van Mugabe te veroordelen terwijl zijn centrum overal bezich is in de naam van mensenrechten. Ze werken niet in Zimbabwe maar terwijl hij vele landen en leiders berispt, weigert hij nog steeds Mugabe tot orde te roepen.

  • Als je het commentaar leest van Alan Dershowitz t.a.z.v.
    J.Carter dan kan je niet anders cocluderen dat deze meneer niets meer of minder is dan een vileine antisemiet.

  • Als je het commentaar leest van Alan Dershowitz t.a.z.v.
    J.Carter dan kan je niet anders cocluderen dat deze meneer een ongekende,niet op argumenten stoelende,een-
    zijdige haat heeft voor de Israelische politiek t.a.z.v.
    de Palestijnse vraagstukken.Het riekt naar een gedachten
    goed van de veertiger jaren.

  • Het merkwaardige was dat Carter, die zich zo fel had afgezet tegen de Nixon- en Fordregeringen op de belangrijkste functies personen neerzette waarvan je in feite geen koersveranderingen hoefde te verwachten, zoals b.v. Cyrus Vance,een man met weinig vernieuwingsdrang die onder Johnson al eens onderminister onderminister was geweeest.