door
Maartje Willems
29 nov 2009
De jacht op Bin Laden begon in 2001
Het Amerikaanse leger zat in 2001 vlakbij de leider van terreurorganisatie Al-Qa'ida, Osama bin Laden. Als er andere strategisch keuzes waren gemaakt, had de meest gewilde terrorist opgepakt kunnen worden.
Dat blijkt uit een rapport van de Amerikaanse Senaatscommissie onder leiding van Democraat en oud-presidentskandidaat John Kerry.
'Bin Laden lag voor het grijpen,' zo staat in het zondag gepubliceerde rapport (pdf).
Meer militairen
Volgens de commissie hadden minister van Defensie Donald Rumsfeld en zijn hoogste militaire leider Tommy Franks meer militairen moeten inzetten in Afghanistan.
'In plaats daarvan kozen de bevelhebbers voor luchtaanvallen en de inzet van ongetrainde Afghaanse milities om Bin Laden aan te vallen.'
Tora Bora
In het rapport staat verder dat Bin Laden in december 2001 zeker in Tora Bora in Afghanistan was. Dat berggebied werd dagenlang bestookt door gevechtsvliegtuigen.
'Op of rond 16 december verlieten Bin Laden en zijn mensen echter ongeschonden Tora Bora en verdwenen ze in de ongereguleerde tribale regio's in Pakistan. Veel analisten denken dat hij daar nog steeds is.'
Gevolgen
Als Bin Laden in 2001 wel zou zijn gepakt, zou het volgens het rapport niet de extremistische dreigen hebben wegenomen.
'De besluiten hebben wel de deur geopend voor zijn vlucht naar Pakistan en hebben ervoor gezorgd dat Bin Laden op kon staan als symbolisch figuur, die een stabiele stroom geld aantrekt en wereldwijd radicalen inspireert.'