door
Arne Hankel
7 feb 2011
Zahra Bahrami is gisteren begraven, de familie kon daar niet bij aanwezig zijn
Minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal (VVD) roept de Nederlandse ambassadeur in Iran terug. Voordat de ambassadeur terugkomt, zal hij op verzoek van de bewindsman eerst scherp protest aantekenen bij de Iraanse autoriteiten.
Het protest wordt ingediend vanwege het 'respectloze optreden van de Iraniërs tegen de nabestaanden van Bahrami,' zei Rosenthal maandag in de Jordaanse hoofdstad Amman, waar hij op bezoek is.
De Nederlands-Iraanse Zahra Bahrami die recent in Iran is geëxecuteerd, is zondagmiddag op een locatie 400 kilometer van Teheran begraven. Door de afstand kon de familie niet op tijd bij de begrafenis aanwezig zijn.
Drugsbezit
De Iraanse ambassadeur in Den Haag wordt ontboden op het ministerie voor een gesprek met de secretaris-generaal van het departement. Bahrami werd in Iran ter dood veroordeeld wegens drugsbezit. Vorige week zaterdag werd meegedeeld dat ze was opgehangen.
Het feit dat de dochter van Bahrami niet in staat is gesteld bij de begrafenis van haar moeder te zijn, 'tekent het karakter van het regime', aldus Rosenthal.
De bewindsman had de executie eerder een 'barbaarse daad van een barbaars regime' genoemd. Ook bevroor hij alle contacten met Iran. Hij besloot de Nederlandse ambassadeur in Teheran nog op zijn post te houden, onder meer om de nabestaanden van Bahrami te ondersteunen.
Politieke redenen
Volgens de woordvoerder duidt de gang van zaken erop dat de 45-jarige Zahra Bahrami om politieke redenen is terechtgesteld en niet om drugsbezit. Van politieke gevangenen zouden de lichamen nooit worden teruggegeven omdat het regime bang is dat de begrafenis een manifestatie wordt.
De executie zorgde in Nederland voor veel ophef. Minister Uri Rosenthal van Buitenlandse Zaken erkende donderdag dat hij steken heeft laten vallen in de aanloop naar de executie van Bahrami in Iran.
Zahra Bahrami is in 2003 ook in Nederland veroordeeld voor een drugsdelict. Volgens het programma Nieuwsuur ging het om de invoer van 16 kilo cocaïne vanuit het Caraïbisch gebied naar Nederland. Bahrami kreeg destijds drie jaar cel, waarvan een jaar voorwaardelijk. Ook is zij in 2007 veroordeeld voor het vervalsen van een paspoort.