door
Shari Deira
2 mrt 2011
Rebellenleiders zijn bang dat volksopstanden onvoldoende zijn om Khaddafi te laten vertrekken
Demonstranten uit verschillende delen van Libië willen woensdag marcheren naar de hoofdstad Tripoli. Zij hebben zich al dagen onder leiding van rebellen voorbereid in trainingskampen waar ze leren hoe ze vuurwapens moeten gebruiken.
Dat meldt de Arabische nieuwszender Al Jazeera woensdag.
Bufferzone
Het gaat om betogers die hevige aanvallen met vuurwapens van de Libische leider Muammar Khaddafi de afgelopen dagen hebben overleefd. Vooral in de tweede stad van het Noord-Afrikaanse land Benghazi hebben vrijwilligers zich verzameld.
Leiders van de betogers zeggen dat zo'n vijfduizend Libiërs zich hebben voorbereid in de zogenoemde bootcamps. Troepen van Khaddafi proberen in kleine steden de controle te bewaren en hopen zo een bufferzone te creëren.
De machthebber heeft inmiddels twee ministers die zich bij de betogers hebben gevoegd, vervangen. Ook is er een nieuwe openbaar aanklager aangesteld.
Wapens
Regeringsfunctionarissen in het noordoosten van Mali menen dat Khaddafi in de Sahara op grote schaal Toearegs, nomadische Berbers, aan het werven is. Zij zouden moeten vechten om zijn regime in stand te houden. In ruil voor hun inzet krijgen de jongeren geld en wapens.
Libische rebellenleiders hebben eerder aangegeven de hoop te hebben verloren dat volksopstanden het bewind van Khaddafi ten val kan brengen. Zij vragen daarom hulp aan de internationale gemeenschap. De rebellencoalitie zou mogelijk een no-flyzone willen en aanvallen op strategische doelen.
Dinsdag is Libië geschorst als lid van de VN-Mensenrechtenraad op basis van unanimiteit. Reden voor de schorsing is 'de grove en systematische schending van mensenrechten'. De 47 lidstaten veroordelen het geweld dat Khaddafi tegen zijn volk gebruikt en eisen dat dit onmiddellijk stopt.