Het regeringsleger is de cruciale stad Aleppo binnengevallen
Door aanhoudend geweld zijn woensdag in Syrië zeker 162 mensen om het leven gekomen. Het regeringsleger is een groot offensief begonnen om de cruciale stad Aleppo in handen te krijgen.
Het leger van president Bashar al-Assad viel woensdag met jachtvliegtuigen en tanks miljoenenstad Aleppo binnen. De stad wordt gezien als belangrijk punt in de burgeroorloog.
Bij de gevechten om Aleppo vielen zeker 37 doden, meldde het Syrische Observatorium voor Mensenrechten. In het hele land kwam het dodental op zeker 162.
Dodelijk
Dinsdag telde de mensenrechtengroep 225 slachtoffers, waarmee die dag een van de dodelijkste was in de zeventien maanden durende opstand.
Ruim tweeduizend Syriërs zijn woensdag Aleppo ontvlucht. Onder hen zouden twee generaals zijn, die naar Turkije zouden zijn uitgeweken.
Premier
Maandag vluchtte de Syrische premier Riyad Hijab, partijgenoot van Assad, met zijn gezin naar Jordanië. Hij koos definitief de kant van de opstandelingen.
Frankrijk heeft de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties bijeengeroepen om eind deze maand over de humanitaire situatie in Syrië te praten.
Blokkades
Eerdere pogingen van de Veiligheidsraad om de druk op het Syrische regime op te voeren, liepen stuk op blokkades van Rusland en China.
Eerder gooide voormalig VN-chef Kofi Annan de handdoek in de ring als speciaal veiligheidsgezant namens de VN en de Arabische Liga. Zijn vredesplan werd door zowel het regime van Assad als door de opstandelingen genegeerd.