Af en toe wisselen van baan is goed voor u
Wie vaker een nieuwe baan zoekt, werkt langer en blijft productiever én gezonder, volgens de Sociaal-Economische Raad (SER). Ook neemt met elke nieuwe baan de kans toe dat die optimaal aansluit bij de talenten van een werknemer. Tijd voor actie dus!
In opdracht van het vorige kabinet, Balkenende IV, boog de Sociaal-Economische Raad (SER) zich over het onderwerp arbeidsmarkt en mobiliteit. Conclusie van de adviesraad is dat werknemers en werkgevers zich allebei meer zouden moeten inspannen om overstappen naar een andere baan normaal en makkelijk te maken.
Gezond blijven
Werknemers die regelmatig van baan veranderen, presteren beter en kunnen langer gezond blijven werken, aldus de SER in haar concept-advies, dat zij enkele dagen geleden publiceerde.
Niet onhandig, gezien de vergrijzingsgolf die eraan zit te komen. Bijkomend voordeel van een nieuwe baan is dat die vaak beter aansluit bij iemands talenten en capaciteiten. Dat laatste is nu vaak een probleem, met als gevolg gedemotiveerde werknemers.
Omdat ook de werkgever baat heeft bij employees die regelmatig van functie wisselen, moet hij zich meer inspannen om zijn werknemers in beweging te krijgen, vindt de SER blijkens haar rapport, dat luistert naar de tenenkromme titel 'Werk maken van baan-baan-mobiliteit'. Zo moet de baas meer zijn best doen om personeel bij- of zelfs omscholingscursussen aan te bieden.
Aansluiting
De SER heeft een punt: al eerder bleek uit wetenschappelijk onderzoek dat veel te winnen valt als een baan echt goed aansluit bij wat een werknemer kan. Voor een onderzoek onder het personeel van een autofabrikant werden eerst de sterke kanten van elke werknemer in kaart gebracht, en vervolgens werden in twee werkploegen de werktaken opnieuw verdeeld, op basis van de uitkomsten.
Wat bleek? Toen iedereen mocht doen waar hij goed in was, steeg de productiviteit in de twee herziene ploegen binnen een half jaar met maar liefst 50 procent, vergeleken met de afdelingen, waar niks veranderd was! Dat memoreren Wilmar Schaufeli en Pieternel Dijkstra in hun boek 'Bevlogen aan het werk', dat afgelopen jaar uitkwam.
Bevlogen werknemers
In deze publicatie breken zij, mede om die reden, een lans voor bevlogen werknemers. 'Wie bevlogen is, heeft passie voor zijn werk, loopt er warm voor en werkt met plezier,' schrijven Schaufeli en Dijkstra, respectievelijk hoogleraar arbeidspsychologie aan de Universiteit Utrecht en psycholoog en auteur van populair-wetenschappelijke boeken.
'Maar bevlogenheid doet meer,' vervolgen de twee hun pleidooi. 'Bevlogen werknemers voelen zich beter en gelukkiger. Daarmee draagt bevlogenheid dus bij aan onze psychische en lichamelijke gezondheid. Net zo belangrijk is dat bevlogenheid productiever maakt. Door bevlogen werknemers verdient een organisatie dan ook meer geld.'