door
Anna Dijkman
14 mei 2007
Bij het verstrekken van kunstsubsidies is vaak sprake van vriendjespolitiek
Het kunstsubsidiesysteem in Nederland leidt tot middelmatige kunst en is een zaak van vriendjespolitiek. Het is een vangnet voor armlastige kunstenaars en is nodig aan herziening toe.
Dat schrijven Lex ter Braak en Gitta Luiten, de directeuren van het Fonds BKVB en de Mondriaan Stichting, de twee grootste kunstfondsen in Nederland, in hun boek Second Opinion dat vandaag uitkomt.
In het boek geven dertig mensen uit de kunstwereld hun mening over de kunstsubsidies in Nederland.
Pappen en nathouden
Volgens het duo is het stelsel van subsidieverstrekking contraproductief en heeft het zijn doelstellingen - meer internationale aandacht, hogere kwaliteit, meer bezoekers en grotere maatschappelijke betrokkenheid van de kunst - niet bereikt.
Ter Braak zegt vandaag in de Volkskrant dat de kunstwereld te veel gericht is op de overheid, omdat daar het geld vandaan komt. Volgens hem ligt te veel nadruk op de gelijkmatige verdeling van het subsidiegeld over te veel kunstenaars. Het systeem van 'pappen en nathouden' is volgens hem nog steeds een sociaal vangnet voor armlastige kunstenaars.
Belangenverstrengeling
Opmerkelijk is dat de twee directeuren ook de beoordelingscommissies bij hun eigen fondsen bekritiseren. Ter Braak meent dat het besluit wie subsidie krijgt veelal wordt bepaald door ‘belangenverstrengeling en vriendjes- of vijandenpolitiek’. Volgens Luiten zijn de beoordelingen te vaak gebaseerd op consensus tussen de commissieleden. ‘Het systeem bevordert het compromis, in plaats van excellentie', vindt zij.
Hun kritiek op het kunstbeleid is niet nieuw. Zo zei kunsteconoom Pim van Klink vorig jaar dat het beleid 'inefficiënt en contraproductief' is. Volgens hem ontbrak het de Raad voor Cultuur, die het geld verdeelt, aan 'geobjectiveerde maatstaven voor kwaliteitsbeoordeling’.
In plaats van voorop te lopen, mist Nederland internationaal aansluiting, schreef Elsevier in 2005. Catherine David uit Frankrijk, oud-directeur van kunstcentrum Witte de With in Rotterdam en nu docent aan een Duits kunstinstituut, zei toen dat Nederlanders 'materialistisch en op geld belust’ en 'te veel op Amerika gericht’ zijn. De Belg Chris Dercon, oud-directeur van museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam, vond Nederland naar binnen gekeerd, met kunstenaars met weinig ambities.
Naar de homepage