door
Administrator
11 nov 2005
Weer een liquidatie. De politie moet de daders zo snel mogelijk oppakken, maar al te opzichtig opereren levert grote risico's op
Gerlof Leistra
De vierde liquidatie in korte tijd in het Amsterdamse milieu roept vragen op over de aanpak van de politie. Gisteravond werd de 42-jarige George van Kleef in Buitenveldert doodgeschoten. De schutter fietste rustig weg en is spoorloos.
Waarom lukt het vrijwel nooit de daders van criminele afrekeningen te pakken? En welke rol speelt de politie zelf in de al jaren voortslepende maffiaoorlog?
Sinds de moord op maffiabaas Klaas Bruinsma in juni 1991 zijn er alleen al in Amsterdam vele tientallen liquidaties gepleegd. Daarvan is slechts een handvol opgelost. Meestal verdwenen de schutters razendsnel en bleef het daarna stil.
Zelfs als de schutter wordt aangehouden, is het lastig de relatie met de opdrachtgever te bewijzen. De 'contracten' – moordopdrachten – worden niet op papier gesteld.
Vorige week claimde de korpsleiding van de Amsterdamse politie dat de recente liquidaties het gevolg zijn van lopende onderzoeken naar misdaadnetwerken. Criminelen worden daardoor onrustig en zijn bang dat collega's tegen de recherche uit de school klappen.
Mogelijke verraders krijgen zonder pardon de kogel. Na de drie liquidaties van vorige week – op ex-advocaat Evert Hingst, topcrimineel John Mieremet (in Thailand) en vastgoedhandelaar en crimineel Kees Houtman - heeft de politie een groot aantal criminelen persoonlijk gewaarschuwd en daarbij tevens gevraagd om informatie.
Met het risico dat ze door hun omgeving voor verrader worden aangezien. Uiteraard moet de politie voor haar onderzoeken zoveel mogelijk informatie vergaren en de daders zo snel mogelijk oppakken, maar daarbij is voorzichtigheid geboden. Al te opzichtig opereren levert grote risico's op.
Lees ook Drugsgeld oorzaak Amsterdamse liquidatiegolf