Drie afzonderlijke afrekeningen in één week: dat gebeurt zelfs in Amsterdam niet vaak. Wat hadden de vorige week doodgeschoten John Mieremet, Evert Hingst en Kees Houtman gemeen? Duidelijk is dat ze zijn omgebracht in een bloedige maffia-oorlog die begon met de liquidatie in 1991 van 'Godfather' Klaas Bruinsma.
Verschenen in Elsevier op 9 november 2005
Het thema van de maffiafilm The Godfather is een vast verzoeknummer op begrafenissen van toonaangevende criminelen. Vijf jaar geleden galmde de muziek over begraafplaats Sint Barbara in Amsterdam-West, als eerbetoon aan de geliquideerde onderwereldfiguur Sam Klepper. En dat zou zeker niet de laatste keer zijn. Vorige week woensdag werd zijn 'bloedgabber’ John Mieremet (44) in Thailand geliquideerd, een dag later was het in Amsterdam-Osdorp de beurt aan hun criminele jeugdvriend Kees Houtman (45) – eigenaar van een bouwbedrijf – en twee dagen eerder werd consigliere – raadsman – Evert Hingst (36) voor zijn huis aan de Gerrit van der Veenstraat in Oud-Zuid vermoord.
Zeker de liquidatie van Mieremet kwam niet als een verrassing. Topcriminelen als hij omringen zich uit voorzorg met bodyguards, rijden in gepantserde voertuigen en hebben hun villa's uitgerust met rolluiken en camerabewaking. Maar geen enkele beveiligingsmaatregel is afdoende.
Daarom hadden Mieremet en Klepper begin 2000 alvast een fraai plekje uitgezocht op Sint Barbara. De twee vrienden waren onafscheidelijk en wilden na hun dood naast elkaar worden begraven.
Wie waren zij en hoe groot was hun macht?
'Denkers'
Rond hun 20ste behoorden de ras-Amsterdammers John Mieremet en Sam Klepper samen met onder anderen Kees Houtman en Chiel O. – de latere leider van de gewelddadige Geldnetbende – tot de beruchte 'Denkers’. Begin jaren tachtig maakte deze misdaadorganisatie bij een aantal spectaculaire (bank)–overvallen tientallen miljoenen guldens buit. De daders werden nooit gepakt.
Midden jaren tachtig werden Mieremet en Klepper actief in de internationale drugs- en wapenhandel. Eind jaren tachtig raakten ze bevriend met maffiabaas Klaas Bruinsma. Die had zijn organisatie onderverdeeld in aparte divisies voor drugs, beleggingen en geweldsmisdrijven. Mieremet en Klepper kregen de dagelijkse leiding over de divisie speelautomaten.
Cafés, coffeeshops en automatenhallen kregen een aanbod 'dat ze niet konden weigeren’. De miljoenen stroomden binnen, maar Bruinsma begon de greep op zijn organisatie te verliezen. Hij was verslaafd aan cocaïne en zocht ruzie met de gevreesde 'Joego’s’. Voor zijn partners in crime werd hij door zijn onvoorspelbare gedrag een regelrecht 'bedrijfsrisico’.
Op 27 juni 1991 schoot ex-rechercheur Martin Hoogland hem dood bij het Amsterdamse Hilton Hotel aan de Apollolaan, mogelijk in opdracht van de Joegoslavische 'moordmachine’ Jotcha Jocic. Deze Jocic was de nieuwe leider van de Joego’s na de liquidatie van Ljubinko Becirovic alias Duja in oktober 1990.
De moord op Bruinsma zorgde voor grote onrust in het milieu. Mieremet en Klepper voelden zich op een gegeven moment zodanig bedreigd door Joegoslavische schuldeisers van de 'erven-Bruinsma’, dat ze zich op 29 augustus 1991 op het parkeerterrein van motel Alkmaar bewust door de politie lieten pakken met een auto vol wapens. Later dat jaar werden de twee wegens verboden wapenbezit veroordeeld tot een gevangenisstraf van anderhalf jaar. Precies wat ze wilden: veilig in de gevangenis.
Na hun vrijlating werden Mieremet en Klepper steeds actiever in de drugshandel. Naast de 'erven-Bruinsma’ – volgens ingewijden geleid door de oud-bankovervaller Stanley Hillis, Mink Kok en Jan Femer – begonnen ze hun eigen business. Ze deden zaken met iedereen, in binnen- en buitenland. Via een wirwar aan bv’s en limiteds in onder meer Ierland, België en Nederland werd het zwarte geld op grote schaal met hulp van de omstreden vastgoedhandelaar Willem Endstra geïnvesteerd in vastgoed en horeca. De heren hadden onder meer financiële be–-lan–gen in de Amsterdamse seksclub Yab Yum. Ze vestigden zich in riante villa’s in het Belgische Neerpelt, vlak over de grens bij Eindhoven.
Vanwege de grondige wijze waarop zij hun zaakjes opknapten, hadden de heren als bijnaam 'Spic en Span’. Van het gevreesde tweetal was Mieremet de driftkikker, Klepper de uitvoerder. Van lastige medewerkers werden de vingers gebroken of ze kregen een pistool in hun mond geduwd. Als dat nog niet hielp of als ze voor de organisatie te veel gevaar opleverden, werden ze geliquideerd. Vlak voor zijn dood vertelde Klepper Elsevier dat zij betrokken waren bij veertien liquidaties.
Een daarvan was de liquidatie van hun 29-jarige collega-crimineel Michael Vane. Zijn verkoolde lijk werd op 3 november 1993 gevonden in een uitgebrande auto in het recreatiegebied Spaarnwoude, tussen Amsterdam en Haarlem. Vane had zijn drugswinst van tientallen miljoenen 'weggezet’ in Zwitserland.
Mieremet en Klepper waanden zich onaantastbaar. Bij wijze van aanvulling op hun riante inkomsten uit de drugs- en wapenhandel persten ze zakenlieden en onderwereldfiguren af, onder wie Heineken-ontvoerder Willem Holleeder. Na de eerste – mislukte – aanslag op zijn vriend en collega-ontvoerder Cor van Hout, in 1996 in de Amsterdamse Deurloostraat, sloot Holleeder zich bij hen aan.
Vertrouwelijk
De strijd met politie en justitie beschouwden Mieremet en Klepper als een spel. Ze wisten alles over lopende onderzoeken en beschikten naar eigen zeggen zelfs over vertrouwelijke memo’s van de toenmalige Amsterdamse hoofdofficier van justitie, Hans Vrakking. Doodleuk reed Klepper eens een auto van een observatieteam aan. Een vermomde rechercheur ontmaskerden ze meteen: 'Hé schatje, wat zie je eruit!’
In december 1999 verklaarde de Nationale Ombudsman een klacht gegrond die de 'toeristen’ Klepper en Mieremet – destijds op papier woonachtig in de Ierse hoofdstad Dublin – tegen de politie hadden ingediend. Ze waren op 13 november 1997 na opzichtig gedrag in de P.C. Hooftstraat – gesjouw met een verdachte doos – klemgereden en gecontroleerd op verboden wapenbezit. Toen de vrienden ongewapend bleken te zijn en de doos peperdure camera’s bleek te bevatten, gingen ze vrijuit. Weer waren ze de politie te slim af geweest: een handlanger was tijdens de achtervolging uit de auto gesprongen en had hun wapens verstopt in het Vondelpark.
In het milieu maakten Spic en Span steeds meer vijanden. Op een gegeven moment 'ripten’ ze een partij hasj van de Keniaanse drugshandelaar Ibrahim Akasha voor de Egyptische crimineel Magdi Barsoum, mede-eigenaar van de Red Light Bar op de Wallen. Nadat Akasha op betaling had aangedrongen, werd hij op 3 mei 2000 om de hoek in de Bloedstraat door een fietser doodgeschoten. Akasha had die ochtend een afspraak met Barsoum, die op zijn beurt weer nauwe contacten onderhield met de Joego’s onder leiding van Jocic. De drugs zouden uiteindelijk voor Jocic bestemd zijn geweest.
Vanwege de ripdeal legt Jocic Klepper en Mieremet een boete van vele miljoenen guldens op, maar zij weigeren te betalen. Bij wijze van waarschuwing wordt op 23 september 2000 hun vriend Jan Femer op de Haarlemmerdijk in zijn auto doodgeschoten. Als ze nog steeds niet willen betalen, is Klepper op 10 oktober 2000 het volgende slachtoffer. Voor de deur van zijn penthouse in Buitenveldert wordt hij door een huurmoordenaar doodgeschoten. Vlak na de aanslag meldt de gealarmeerde John Mieremet zich met Willem Holleeder op de plaats van de moord. Ze worden kort door de politie ondervraagd en mogen dan weer gaan.
Om de dreiging door Jocic af te kopen, besluit Mieremet in het voorjaar van 2001 om 10,5 miljoen Duitse mark te betalen. Holleeder fungeert volgens hem als tussenpersoon, maar zou daarbij enkele miljoenen achterover hebben gedrukt. Dat verklaart Mieremet eind augustus 2002 in een spraakmakend interview met Telegraaf-verslaggever John van den Heuvel.
Nog geen twee jaar na de liquidatie van Klepper is Mieremet bijna zelf aan de beurt. Op 26 februari 2002 wordt hij op de Keizersgracht voor de deur van het kantoor van zijn fiscaal raadsman, Evert Hingst, neergeschoten door een man met een integraalhelm op. De schutter ontsnapt achter op een motor. Mieremet raakt zwaargewond, maar overleeft de aanslag.
In het Telegraaf-interview zegt hij in de val te zijn gelokt door Hingst. Mieremet is ervan overtuigd dat de opdracht voor de moordaanslag op hem uit de hoek komt van vastgoedhandelaar Willem Endstra en diens rechterhand Willem Holleeder.
Via zijn vriendin Ria Eelzak heeft Mieremet circa 23 miljoen euro geïnvesteerd in een BV van Endstra, California Properties. Als hij zijn geld na de aanslag op Klepper terug wil, weigeren Endstra en Holleeder. Daarop noemt Mieremet Endstra 'de bank van de onderwereld’. Vanaf dat moment beseft Mieremet dat zijn leven gevaar loopt.
Naast Jocic, die al enige tijd vastzit in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught, heeft hij nu ook Holleeder tegen zich in het harnas gejaagd. De Heineken-ontvoerder heeft zich ontwikkeld tot de nieuwe Godfather en werkt daarbij nauw samen met onder anderen bankovervaller Stanley Hillis, beter bekend als Stanley H., die ooit vermomd met snor en bril als ontsnapte crimineel optrad in de talkshow van Sonja Barend en eerder een van de leiders was van de 'erven-Bruinsma’.
De rol van vastgoedhandelaar Willem Endstra en fiscalist Evert Hingst – inmiddels beiden geliquideerd – wijst op de verwevenheid van onder- en bovenwereld en laat zien dat Nederland een maffialand is geworden. Vastgoedhandelaren, advocaten en fiscalisten, maar ook accountants en notarissen maken gemene zaak met topcriminelen. Ze raken steeds verder verstrikt in het milieu en weten daardoor te veel. De tentakels van de heren strekken zich over het hele land uit.
Hingst had onder zijn clientèle 'hoge’ onderwereldfiguren als Mieremet en Mink Kok, die andere leider van de 'erven-Bruinsma’. Hij was volgens justitie betrokken bij witwasprojecten en bewaarde voor Kok, die in de gevangenis zit vanwege grootschalig wapenbezit en op verdenking van de moord in 1993 op drugshandelaar Jaap van der Heijden, zelfs drie vuurwapens en naar verluidt een ampul cyanide in zijn kantoorkluis. Stanley Hillis was de buurman van Hingst aan de Gerrit van der Veenstraat. Het hele blok woningen zou van Endstra zijn geweest.
De liquidatie van Hingst vorige week maandagavond heeft vermoedelijk te maken met de 'herinvestering’ van het 'Zwitserse’ drugsgeld van de in 1993 omgebrachte Michael Vane. De miljoenen werden belegd in vastgoed in Amsterdam-Noord. Daarbij waren onder anderen Kees Houtman en mogelijk ook Andy G. betrokken.
Deze 31-jarige baas van een koeriersbedrijfje was op papier eigenaar van vier panden. In april werd hij samen met Hingst aangehouden op verdenking van witwassen. Naast de panden bezat Andy G. bijna een miljoen aan contanten. Ook de naam van een andere beroepscrimineel valt. Deze Marco P. zou Willem Holleeder diverse keren gemaand hebben 'weg te blijven’ uit Noord en daarom een paar weken geleden door diens bodyguards in een kroeg in elkaar zijn geslagen.
Recherchechef Willem Woelders van het regiokorps Amsterdam-Amstelland zegt in een reactie te weten van 'conflicten’ in Noord. Drugshandelaar Marco P. staat bekend als witwasser in Noord.
Huurmoordenaars
Rode draad in al deze ingewikkelde lijnen is de strijd om geld en macht in de hoofdstad. Daarbij kan de vriend van vandaag de grootste vijand van morgen zijn. Criminelen vormen voortdurend coalities. Maar wat de drie recente liquidaties gemeen hebben, is dat alle drie personen een conflict met Holleeder hadden. Zit hij er dan achter? Zoals altijd bij liquidaties valt dat lastig te bewijzen. De al dan niet buitenlandse huurmoordenaars zijn spoorloos en tussen opdrachtgevers en uitvoerders zitten te veel schakels.
De Amsterdamse politie denkt dat de liquidaties het gevolg zijn van door haar veroorzaakte onrust in het milieu. Er lopen diverse onderzoeken naar misdaadnetwerken. Rivalen of voormalige compagnons van de drie slachtoffers waren blijkbaar bang dat die in verhoren uit de school zouden klappen.
Volgens Woelders kunnen de liquidaties uit alle richtingen komen. Hij ziet niets in het in zijn ogen 'romantische beeld’ dat één Godfather de dienst uitmaakt. 'Ik geloof absoluut niet dat één man de hele onderwereld kan aansturen. Dan schieten ze hem meteen af.’
Nu de maffia-oorlog opnieuw is opgelaaid, zal de muziek van The Godfather weer geregeld te horen zijn. Onder meer op Sint Barbara. Het is nog niet bekend wanneer de bloedgabbers Mieremet en Klepper worden herenigd.
Kader bij artikel:
RUZIE ONDER DE GODFATHERS|
De al jaren woedende maffia-oorlog in Amsterdam gaat om geld en macht. Alleen al in de drugswereld gaat het om honderden miljoenen euro’s per jaar. Tot diens liquidatie in juni 1991 was Klaas Bruinsma de Godfather, maar zijn positie werd aangevochten door de 'Joego's; onder leiding van Jotcha Jocic. Toen Sam Klepper en John Mieremet, twee criminelen uit de groep-Bruinsma, eind jaren negentig een partij drugs ripten die was bestemd voor Jocic, was dat het startsein voor een nieuwe serie liquidaties. Klepper werd vermoord in oktober 2000, Mieremet wist naar eigen zeggen zijn dreigende liquidatie af te kopen voor 10,5 miljoen Duitse mark.
Daarnaast ontstonden er conflicten tussen Hollandse criminelen over drugsgeld dat door de in mei 2004 geliquideerde vastgoedhandelaar Willem Endstra was geïnvesteerd. In het geval van Mieremet ging het om 23,5 miljoen euro. Toen hij dat geld na de dood van Klepper opeiste, weigerden Endstra en diens toenmalige 'rechterhand’, Heineken-ontvoerder Willem Holleeder. Die geldt als de nieuwe Godfather en wordt genoemd als opdrachtgever voor de liquidaties van afgelopen week.