Europese Grondwet ontneemt Nederland mogelijkheid zelf zijn immigratie te regelen en verzorgingsstaat te beschermen. Er is een noodrem: een nee-stem
Dit artikel verscheen in Elsevier op 5 maart 2005
Het klinkt misschien wat bruut, maar de premiers Kok en Balkenende en hun ministers hebben de belangen van Nederland en de Nederlandse burgers de afgelopen jaren in Europa verkwanseld. Zowel de Tweede als de Eerste Kamer heeft hen daarbij niet tegengehouden. De ministers en de volksvertegenwoordigers zullen dat wellicht met de beste bedoelingen hebben gedaan, maar het resultaat is er niet anders om.
De kabinetten-Kok en Balkenende hebben namelijk zeggenschap weggegeven aan Europa en Europese verplichtingen op zich genomen, die Nederland en de Nederlanders nog duur kunnen komen te staan. En het gaat daarbij niet om onbelangrijke kwesties, maar om zaken die de Nederlandse burger meer dan wat ook bezighouden: de migratie naar Nederland en de Nederlandse sociale zekerheid.
Verplichtingen
In beide gevallen wordt het weggeven van zeggenschap en het aangaan van verplichtingen nog in belangrijke mate versterkt door de nieuwe Europese Grondwet. Die treedt, als het zover komt, op 29 oktober volgend jaar in werking. Eerst kan de Nederlandse bevolking zich op woensdag 1 juni nog over die Grondwet uitspreken.
Vorige week werd bekend dat de vraag voor de Nederlandse volwassen burgers op die eerste junidag luidt: 'Bent u voor of tegen instemming door Nederland met het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa?’ Dat is een juridisch juiste vraag, maar hij bevat geen enkele reden waarom de Nederlandse burger voor of tegen die Grondwet zou moeten zijn. De voorstanders – het kabinet en een meerderheid van de Tweede Kamer – zeggen dat de Grondwet de Europese Unie democratischer en slagvaardiger maakt. Maar wat de Grondwet precies voor gevolgen heeft of kan hebben, blijft vaag.
Het zou heel anders worden als burgers de volgende vraag zouden krijgen: 'Bent u er voor of tegen dat Nederland het recht om zijn eigen immigratie te regelen en te bepalen wie recht heeft op Nederlandse sociale voorzieningen, afstaat aan de Europese Unie (EU) waarin Nederland vrijwel niets te vertellen heeft?’ Want dat is ook een vraag die de Nederlandse burgers op 1 juni beantwoorden, misschien wel de belangrijkste vraag.
Onbestemd
De nieuwe Grondwet zorgt er namelijk niet alleen voor dat er een soort Europese president en een soort Europese minister van Buitenlandse Zaken komen. De Grondwet zorgt er ook voor dat op tal van terreinen waarop dat nu niet het geval is, met meerderheid van stemmen kan worden besloten. Nederland kan daarbij nog gemakkelijker dan nu, volgens het bestaande Verdrag van Nice, worden overstemd. Al was het maar omdat de zes grootste landen van de Europese Unie driekwart van de stemmen krijgen. Als er meer grote landen bij komen – zoals Turkije – stelt de inbreng van kleinere landen als Nederland al helemaal weinig meer voor.
Verder verliest Nederland zeggenschap doordat in de nieuwe Grondwet verdragen zijn opgenomen waarvan Nederland tot dusver nog zelf kon bepalen of het daar helemaal aan meedeed, helemaal niet, of gedeeltelijk. Dat geldt vooral voor het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens en het Geneefse Vluchtelingenverdrag. Het gaat hier om verdragen die in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog werden opgesteld.
Tegenwoordig worden op basis daarvan claims gelegd die een halve eeuw geleden ondenkbaar waren. Niet alleen in Nederland, maar ook elders wordt daarom vaak gedacht aan aanpassing van deze verdragen. Maar dat wordt voor een klein land in de toekomst praktisch onmogelijk als ze verankerd zijn in de nieuwe Europese Grondwet.
Desastreus
Deze combinatie van weggegeven zeggenschap en het aangaan van nieuwe, niet terug te draaien verplichtingen kan voor Nederland desastreus uitpakken. Zo wordt in de nieuwe Europese Grondwet het immigratiebeleid een Europese zaak, waarbij Nederland kan worden weggestemd. Een meerderheid van landen kan dus, zoals de Europese Commissie nu al voorstelt, besluiten dat Europa meer immigranten nodig heeft om de vergrijzing tegen te gaan. En er zijn werkelijk landen, vooral de Zuid-Europese, die denken dat dat een oplossing is – en dat je ook niet hoeft te selecteren op kennis en vaardigheden.
Voor een land als Nederland is dat een zwart scenario. Een keur aan Nederlandse wetenschappers, inclusief regeringsadviseurs van het Centraal Planbureau, het Sociaal en Cultureel Planbureau en de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken heeft het kabinet daarom afgeraden om de zeggenschap over vooral arbeidsmigratie over te hevelen naar Brussel. Het kabinet heeft daar klaarblijkelijk niet naar willen luisteren.
De kern van de bezwaren is dat elk land zijn eigen sociale arrangementen heeft; zijn eigen bevolkingssamenstelling; zijn eigen integratieproblemen en zijn eigen mate van vergrijzing. En verder dat het zeker met de Nederlandse ervaringen niet verstandig is dat er een Europees beleid komt waarvan de gevolgen voor Nederland niet te overzien zijn. Essentieel is ook dat Nederland de hoogste uitkeringen voor niet-werkenden kent (zie 'Aantrekkelijk land’ op deze pagina). Het leidt ertoe dat vooral analfabete en andere kansloze migranten naar Nederland trekken om hier een uitkering te halen, dan wel na verloop van tijd werkloos te worden en alsnog een belasting voor de samenleving te zijn.
Opmerkelijk is dat ook de Tweede Kamer de waarschuwingen van de regeringsadviseurs in de wind heeft geslagen. Een partij als de VVD beweert weliswaar tegen een Europees migratiebeleid te zijn, maar ook deze partij heeft geen enkele moeite gedaan om de Europese Grondwet op dit vlak te veranderen.
Derdelanders
De nieuwe Europese Grondwet ontneemt Nederland niet alleen het recht zelf zijn immigratiebeleid te voeren, maar verleent bovendien aan alle Europeanen en aan alle legale migranten van elders ('derdelanders’) ook nog eens dezelfde rechten als Nederlanders op uitkeringen, gezondheidszorg en sociale huisvesting. Dat zijn geen papieren rechten. Ze kunnen al meteen gevolgen hebben.
Zo hebben illegalen uit Afrika en Latijns-Amerika, die de Spaanse regering op dit moment aan het legaliseren is, in Nederland al binnen enkele jaren recht op een bijstandsuitkering, een huurwoning, gezondheidszorg en huursubsidie. Dat geldt trouwens ook voor de Roemenen en Bulgaren die over enkele jaren EU-burger worden.
De Grondwet kan ook meteen gevolgen hebben voor de 'inburgeringstoets’ die het kabinet eind 2005 wil laten ingaan om importbruiden uit Turkije, Marokko en elders te ontmoedigen hier te komen. Die regeling wringt met bepalingen over de vrijheid om een gezin te vormen. Het kabinet-Balkenende heeft dan wel bedongen dat een land als Nederland de inwoners van Turkije kan blijven weigeren als Turkije lid wordt van de Europese Unie, maar die bepaling is een dode letter. Zij is strijdig met de nieuwe Europese Grondwet.
De Duitse econoom Hans-Werner Sinn, directeur van het toonaangevende Ifo-instituut in München, waarschuwt al jaren dat het recht op vrije vestiging binnen de Europese Unie – in combinatie met het verlenen van de West-Europese verzorgingsstaatsrechten aan iedere Europeaan zoals dat in de Europese Grondwet staat – alleen maar tot grote problemen kan leiden.
Verzorgingsregimes
Sinn stelt dat de Duitse eenwording, die op kleinere, Duitse schaal een sociale en economische ramp werd met veel werkloosheid, te hoge minimumlonen en hoge belastingen, nu op grotere schaal dreigt voor het grote, uitbreidende Europa. En dan heeft Sinn het nog niet eens over de immigratie van buiten Europa naar landen met zulke aantrekkelijke verzorgingsregimes als die van Nederland.
Een geluk bij een ongeluk is dat de Nederlandse burger op 1 juni nog aan de noodrem kan trekken. Als de Nederlandse burgers op die woensdag in meerderheid de nieuwe Grondwet afwijzen – om deze of een andere reden – verschaft dat het kabinet én de Tweede Kamer de mogelijkheid om de lichtzinnigheid te repareren waarmee ze over de Europese Grondwet en eerdere verdragen hebben onderhandeld.
Het zal vervolgens waarschijnlijk niet lukken om de hele Europese Grondwet van zijn fundamentele weeffouten te ontdoen. Maar wat zeker een goede kans maakt, is om na een 'nee' van de Nederlandse burgers uitzonderingen voor Nederland af te spreken. Met een afwijzing van de Grondwet in het referendum heeft het Nederlandse kabinet immers een uitzonderlijk sterke onderhandelingspositie in Europa, zo betoogt de jurist Anton van Schijndel (tevens kandidaat VVD-kamerlid) in het maart-nummer van het diplomatieke vakblad Internationale Spectator.
Na een afwijzing bij het referendum kan Nederland veel gemakkelijker uitzonderingspakketten bedingen – zoals Engeland, Ierland, Denemarken en Zweden dat eerder ook hebben gedaan. Na een 'nee’ van de Nederlandse burger tegen de Europese Grondwet wenkt dan niet een zwart gat, maar juist een nieuwe kans. Een solitaire stap hoeft het niet te zijn. De kans dat Nederland de steun van bijvoorbeeld Duitsland zal krijgen, is zeker niet denkbeeldig.