door
Administrator
19 apr 2005
AIVD gaf terreurverdachte Samir A. een week lang vrij spel. Geklungel roept vragen op over professionaliteit geheime dienst
Gerlof Leistra
Hebben ze weer zitten slapen bij de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD)? Vorig jaar maakten ze een verkeerde risicoanalyse van Mohamed Bouyeri, de latere moordenaar van Theo van Gogh. Nu lijkt terreurverdachte Samir A. na zijn vrijlating op 6 april een week lang spoorloos te zijn geweest.
De Rotterdamse rechtbank sprak de 18-jarige Marokkaan ondanks een vracht aan belastend materiaal vrij van het voorbereiden van moord, doodslag of een bomaanslag. Ruim vier uur later sloeg hij voor het huis van bewaring in Nieuwegein, waar hij zijn spullen had opgehaald, Telegraaf-fotograaf Oscar Flos tegen de grond. De politie rekende hem pas een week later - tijdelijk - in, toen de moslimextremist in het huis van bewaring in Rotterdam op bezoek ging bij een andere terreurverdachte, Ismaïl A.
Normaal zou het zijn geweest als de geheim agenten van de AIVD Samir A. in de gaten hielden, maar hem in de waan lieten dat hij vrij spel had. Maar het is helaas waarschijnlijker dat ze hem niet hebben gevolgd. Iedereen, inclusief verantwoordelijk minister van Binnenlandse Zaken Johan Remkes (VVD), nam dan ten onrechte aan dat de AIVD de levensgevaarlijk geachte Samir A. 24 uur per dag volgde.
Dat de AIVD verrast was door zijn vrijlating, is een slap excuus. Mocht dat waar zijn, dan hadden ze altijd nog vier uur om geheim agenten op te trommelen. Bovendien hoort een geheime dienst op alles voorbereid te zijn. Het geklungel roept vragen op over de professionaliteit van de AIVD.
Gebeurtenissen als deze ondersteunen het pleidooi van Elsevier voor preventieve hechtenis. Met terreurverdachten als Samir A. mag de samenleving geen enkel risico lopen.