door
Administrator
2 jun 2005
Economie en niet politiek moet de basis zijn van de Europese samenwerking
Arendo Joustra
Nee dus. En hoe. Het grote Nederlandse nee gevoegd bij het kleine Franse nee betekent dat de Europese Grondwet van de baan is. Een grote ramp is dat niet. De huidige verdragen blijven immers van kracht. Indien nodig kunnen ze de komende jaren lichtelijk worden aangepast aan de veranderde omstandigheden. Dit proces van verdragswijzingen is al gaande sinds de oprichting van de Europese Unie.
Het referendum heeft niet alleen duidelijk gemaakt dat Nederland zich zorgen maakt over ‘het verlies aan soevereiniteit, het tempo van de veranderingen en de financiële bijdrage van Nederland aan Brussel,’ zoals CDA-premier Jan Peter Balkenende het woensdagavond samenvatte. Waarbij het financiële punt wel erg veel aandacht kreeg, ook van VVD-minister Gerrit Zalm van Financiën, terwijl dit punt, anders dan de euro, in de vaak heftige campagne nauwelijks een grote rol heeft gespeeld.
Het referendum heeft ook duidelijk gemaakt dat de Nederlanders willen weten waar Europa ophoudt. De voortdurende uitbreidingen, Roemenië en Bulgarije staan op de drempel en eind dit jaar moeten de onderhandelingen met Turkije beginnen, hebben een rol gespeeld bij de afwegingen van de kiezers.
Maar het referendum maakt, net als de verkiezingen van mei 2002, bovenal duidelijk dat de Tweede Kamer niet goed functioneert als vertegenwoordiging van het volk. Althans, niet als het gaat om de Europese Unie. Anders valt niet te verklaren waarom 85 procent van de Tweede Kamer zich voor de Europese Grondwet heeft uitgesproken, terwijl slechts 38 procent van de kiezers het daarmee eens is.
Economie en niet politiek moet de basis zijn van de Europese samenwerking. Het Franse nee, maar meer nog het Nederlandse nee, toont aan dat voor veel burgers een grens is bereikt aan het overdragen van allerlei bevoegdheden aan besluitvormende organen in Brussel.