door
Administrator
23 jun 2005
Europa mag van geluk spreken dat de Britse premier voorzitter van de Europese Raad wordt: hij is de enige die nog leiderschap durft te tonen
René van Rijckevorsel
'Idealen overleven door verandering. Ze sterven door luiheid als uitdagingen worden genegeerd.'
Tony Blair heeft gesproken. De Britse premier, vanaf 1 juli voorzitter van de Europese Raad, heeft vanochtend in het Europees Parlement in Brussel een toespraak gehouden, waarin hij zijn visie op Europa heeft uiteengezet (lees ook Speech Blair: Europese crisis is een kans).
En wat voor toespraak. Allereerst sprak Blair niet van een 'crisis', maar van een kans om de 'problemen van de hedendaagse wereld' aan te pakken. Er is volgens Blair geen tegenstelling tussen een 'vrije markt-Europa' en een 'sociaal Europa' (lees ook Elseviers commentaar van maandag, De crisis is een buitenkans).
Die tegenstelling is volgens Blair niet alleen een onjuiste voorstelling van zaken, maar ook een poging om 'diegenen die streven naar verandering in Europa te intimideren, door het verlangen naar verandering af te schilderen als verraad aan het Europese ideaal. Een poging ook om een serieus debat over Europa's toekomst te blokkeren, door te claimen dat alleen al het aandringen op zo'n debat gelijk staat aan het omhelzen van anti-Europa.'
Impliciet opende Blair zo keihard de aanval op Duitsland en Frankrijk.
Blair presenteerde in Brussel zijn agenda. Hervorming van de sociale welvaartsstaten die moet leiden tot 'een Europa dat werkt' ('Want hoe sociaal is het om 20 miljoen werklozen in Europa te hebben?'). Een begroting die die ambitie reflecteert ('En niet eentje die over tien jaar nog steeds 40 procent uitgeeft aan landbouwsubsidies'). Plus drie onderwerpen die Blair niet voor niets in één adem noemde: 'misdaad, veiligheid en immigratie'.
'De bevolking van Europa spreekt tot ons. Ze stellen ons vragen. Ze willen leiderschap. Het is tijd dat wij die aan ze geven.'
Het is goed dat, nu de toekomst van Europa op het spel staat, Blair de verlamde Europese Raad mag leiden. Een voorzitter met gevoel voor urgentie en toekomstvisie, eentje die zijn nek durft uit te steken voor Europa, en geen voorzitter als de Franse president Jacques Chirac of de Duitse kanselier Gerhard Schöder, die bij voorkeur uit opportunistisch eigenbelang aan de noodrem hangen.