door
Administrator
25 jul 2005
Shoot-to-kill-incident in Londen is te betreuren, maar in elke oorlog vallen nu eenmaal onschuldige slachtoffers
Oene van der Wal
Het kan snel gaan. Afgelopen vrijdagmiddag verkeerde de Londense politie nog in een overwinningsroes na het doodschieten van een terreurverdachte in de metro. Achttien uur later moest worden toegegeven dat het ging om een Braziliaan die niets met terrorisme te maken had en wordt de betrokken politiemannen moord ten laste gelegd.
Een tragedie. De politie had voor zover bekend goede redenen de man uit te schakelen. Hij kwam die middag uit een pand lopen dat onder observatie staat van inlichtingendienst MI5 en ging ervandoor toen de politie hem staande probeerde te houden. Wat hem bovendien verdacht maakte, was de dikke jas die hij droeg op een zomerse dag. Mogelijk verborg de man een bom.
Zoals alle politiekorpsen in democratische landen opereert de Britse politie onder strikte richtlijnen en mag zij niet bij het minste of geringste het vuur openen. En als het nodig is, is het doel het onschadelijk maken van een verdachte. Anders is dat bij mogelijke zelfmoordterroristen: die mogen sinds de aanslagen van 11 september 2001 in de Verenigde Staten met gerichte schoten in het hoofd worden gedood. Kogels op het lichaam, waar mogelijk een bom op zit, zijn te gevaarlijk.
Dat de politie nu zelf voorwerp van onderzoek is, is normaal in een democratische rechtsstaat. Maar onder ogen moet worden gezien dat de jacht op terroristen in de straten van een grote stad niet met een boekje in de hand gebeurt. Bovendien moeten bij de politie mensen bereid blijven om het vuile werk op te knappen zonder het risico zelf gecriminaliseerd te worden. De navrante waarheid is ten slotte dat in elke oorlog onschuldige slachtoffers vallen, ook in de zenuwenoorlog tegen terrorisme waarin Londen sinds 7 juli is verwikkeld.