door
Administrator
9 aug 2005
Er zijn voor politici genoeg creatieve instrumenten om een waardige begrafenis van de hypotheekrenteaftrek mogelijk te maken.
Zomer 2007. De Tweede-Kamerverkiezingen zijn achter de rug. Half Nederland is op vakantie en volgt op afstand en met ietwat verslapte interesse de onderhandelingen over een regeerakkoord. Samen met de hitte sijpelt in caravans aan allerhande costa’s het nieuws door: de hypotheekrenteaftrek verdwijnt.
Een onwaarschijnlijk scenario? Nee. De aftrek van de hypotheekrente mag dan als gevoelig politiek onderwerp te boek staan, heilig is dit huisje allang niet meer. Politici van links tot rechts lieten zich de afgelopen jaren kritisch uit over de subsidie op de eigen woning. Een enkeling werd voor de vorm nog weleens teruggefloten, maar de geesten tonen zich duidelijk gerijpt.
Mythes
Dat bleek afgelopen maand toen economenblad Economisch Statistische Berichten (ESB) een heel nummer wijdde aan het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek. Een trits artikelen gaat in op de nadelen van de aftrek en ontmaskert mythes en misverstanden. Als klap op de vuurpijl presenteert fiscaal econoom Leo Stevens een uitgewerkt plan om de aftrek ten grave te dragen. Inclusief koopkrachtplaatjes en 'flankerende maatregelen’.
En wat gebeurde er? Niets. Hoewel kranten uitgebreid berichtten over het voorstel van Stevens en andere artikelen in ESB hield de politiek zich rustig. De PvdA liet en passant weten wel wat te zien in het voorstel van Stevens, maar de geijkte afwijzende reacties van rechts bleven uit. Alleen Geert Wilders roerde zich. Wat hem betreft wordt aan de hypotheekrente niet getornd.
De aftrek gaat eraan – zo is de sfeer. En terecht, zo laat het ESB-nummer nog een keertje zien. Sinds de nieuwe Belastingwet van 2001 ontbreekt elke logica achter de renteaftrek. De eigen woning huist geforceerd in belastingbox 1 (inkomen uit werk) in plaats van in de vermogensbox 3. De aftrek is nu niet meer dan een ordinaire subsidie die haar doel voorbijschiet. Zo laat Sybille Grob, econoom van De Nederlandsche Bank, in ESB zien dat de aftrek nog nauwelijks tot een groei in het eigenwoningbezit leidt. Omdat het aanbod van huizen nauwelijks groeit, gaat een overgroot deel van de subsidie 'op’ aan hogere huizenprijzen. Van het voordeel komt bovendien 83 procent bij de 30 procent rijkste Nederlanders.
Monster
Daar komt bij dat de aftrek een miljardenmonster is geworden dat last begint te krijgen van zijn eigen omvang. Zo groeide het aandeel van de hypothecaire schuld als percentage van het bruto binnenlands product van ruim eenderde in 1990 tot bijna driekwart in 2003. De kosten voor de schatkist stegen in dezelfde periode van 3,4 miljard euro naar 9 miljard (zie 'Eigen huis heeft zijn prijs’ op deze pagina). 'De aftrek is budgettair gezien onhoudbaar en verstoort de werking van de kapitaal- en huizenmarkt,’ concludeert hoogleraar economie Flip de Kam dan ook in ESB.
Het economenblad biedt nauwelijks argumenten tegen het afschaffen van de hypotheekrenteaftrek. In een artikel met de kop 'Ben jij ook zo bang?’ ontkracht Ivo Arnold (Nyenrode) de mythe dat het afschaffen van de rentesubsidie voor huiseigenaren in Zweden, begin jaren negentig, de aanzet vormde voor het ineenstorten van de Zweedse economie. Ook de berekeningen van economen Peter Boelhouwer en Paul de Vries helpen tegenstanders niet. Zij laten zien dat er allerhande varianten te bedenken zijn waarbij afschaffing van de aftrek slechts een heel beperkt effect heeft op de huizenprijzen.
Natuurlijk: zomaar ineens de aftrek helemaal afschaffen zal rampzalige gevolgen hebben. Zo zullen de huizenprijzen volgens Boelhouwer en De Vries in dat geval zo’n 23 tot 30 procent dalen. Om nog maar te zwijgen van de inkomensachteruitgang die botweg schrappen oplevert.
Maar politici zijn geen kamikazepiloten die met gevaar voor eigen leven het mes in de grootste subsidiepot van Nederland zetten. Gelukkig voor hen is het niet nodig om de huizenmarkt te laten instorten, dan wel hele families het inkomen te ontnemen.
Mogelijkheden
Eerder al liet het ministerie van Financiën zien dat de renteaftrek op verschillende manieren kan worden begraven. Politici kunnen naar hartelust vissen in een bad vol mogelijke maatregelen. Ze kunnen de eigen woning overhevelen naar belastingbox 3 om dan allerlei inkomenseffecten in box 1 te repareren. Ze kunnen plafonds stellen aan hypotheekbedragen, rente of looptijd. En ze kunnen korte of lange overgangsperiodes instellen.
Zeker, afschaffen van de aftrek zal niet pijnloos zijn. Zeker snel afschaffen niet. Zo leidt het gegoochel met plafonds, extra heffingskortingen en een overgangsregime van fiscalist Leo Stevens in ESB tot een inkomensachteruitgang voor huizenbezitters die oploopt tot liefst 5,5 procent voor hogere inkomens. Maar een uitfasering, een geleidelijke afschaffing in bijvoorbeeld dertig jaar, kan ook. Naar keus, met of zonder allerhande plafonds en douceurtjes.
Zoveel is duidelijk: voor politici die van de aftrek afwillen, zijn er volop mogelijkheden. Een beetje draaien aan knoppen levert miljarden op, die kunnen worden herverdeeld. Voor politici is het niet erg aantrekkelijk om zo’n technische herverdelingsexercitie in het openbaar te bespreken. Maar warme Haagse achterkamertjes in de zomer van 2007 lenen zich er prima voor.
Door Esther van Rijswijk
Dit artikel verscheen in Elsevier, 2 april 2005