door
van der Sman
14 sep 2005
Wat we voelen en hoe we ons precies gedragen, gebeurt grotendeels onbewust. Dat maakt het ook zo moeilijk om onszelf goed te kennen. Uit onderzoek blijkt dan ook dat mensen beroerd weinig inzicht in zichzelf hebben.
Stel je voor dat er een apparaat zou bestaan waarop wij onszelf zouden kunnen aansluiten om antwoord te krijgen op moeilijke vragen over onszelf. Vragen als: 'Waarom erger ik me zo aan deze man?' Of 'Wat voel ik nou werkelijk voor mijn vrouw?' Wat zou het leven dan gemakkelijk zijn. De Amerikaan Timothy Wilson, hoogleraar psychologie aan de University of Virginia, gebruikte zo'n apparaat, dat hij zelf een 'zielsdetector' noemde, om uit te zoeken met welke vragen zijn studenten worstelen.
Ze mochten de machine alles vragen, uiteraard zonder antwoord te krijgen. De studenten bleken vooral te willen weten wat voor persoonlijkheid, karakter en bijzondere vaardigheden ze hebben, waarom ze zich voelen zoals ze zich voelen, en waarom ze doen wat ze doen. Ze hunkerden kortom naar meer zelfkennis. Het onderzoek bevestigde wat Wilson altijd al dacht: mensen hebben beroerd weinig inzicht in zichzelf.
Freud
In zijn fascinerende boek 'Strangers to Ourselves', dat nu ook in vertaling verkrijgbaar is onder de titel Vreemden voor onszelf (uitgeverij Contact), legt Wilson uit waarom we onszelf zo slecht kennen. Daarvoor begeeft hij zich op het psychologisch riskante terrein van 'het onbewuste', een terrein dat lange tijd door Sigmund Freud bezet is geweest, daarna vervloekt of genegeerd werd, en nu weer voorzichtig wordt betreden door moderne psychologen.
Die beschouwen het onbewuste echter niet meer als een donkere hoek van de ziel waarin we al onze ongewenste seksuele driften en jeugdtrauma’s verstoppen, maar als een dynamisch onderdeel van het brein dat elke seconde van ons leven miljoenen prikkels kan opvangen, selecteren, interpreteren en evalueren, en met die informatie veel van ons gevoel en gedrag aanstuurt. Het moet wel onbewust gebeuren, want het zijn te veel prikkels om bewust te verwerken.
Sociale factoren
Hoe dit onbewuste zijn werk doet is evolutionair bepaald, en dus in eerste instantie gericht op ons lichamelijke en geestelijke welzijn. Verder spelen culturele en sociale factoren natuurlijk ook een grote rol in de werking ervan. Het onbewuste mag volgens Wilson niet worden gezien als een soort gigantische stilstaande archiefkast vol herinneringen, maar is eerder te beschouwen als een uiterst actief onderdeel van het brein dat continu ons 'onbewuste' gevoel en gedrag aanstuurt.
Om meer zelfkennis te verwerven, zou je eigenlijk moeten weten wat er in het onbewuste gebeurt en welke invloed dat heeft op je gevoel en gedrag. Maar hoe kom je daarachter? Volgens Wilson niet door almaar over jezelf te piekeren en te proberen het onbewuste bloot te leggen. Dat lukt namelijk toch niet, want daarvoor is het te complex en te ondoorgrondelijk.
Observeren
Maar we kunnen onszelf wel iets beter leren kennen door het gedrag te observeren en evalueren dat door het onbewuste wordt aangestuurd. De snelle spontane acties en beslissingen, de plotselinge onverwachte en soms heftige emoties, de eerste reacties op andere mensen. Die zeggen iets over onze onbewuste eigenschappen, behoeften, motieven, zoals lichamelijke symptomen en reacties iets zeggen over wat er zich ongemerkt in ons lichaam afspeelt.
Om onbewust gedrag te kunnen begrijpen is wel enige psychologische kennis vereist, net zoals enige medische kennis nodig is om lichamelijke zaken te begrijpen. Door ons eigen gedrag te observeren en met behulp van psychologische kennis te interpreteren kunnen we tot beredeneerde veronderstellingen komen over wat ons onbewust beweegt. We doen dat eigenlijk al voortdurend met anderen: kijken naar hun gedrag en dan proberen te bedenken wat erachter zit.
Verbeteren
Maar zelf als dat lukt, wat hebben we dan eigenlijk aan die zelfkennis? Volgens Timothy Wilson kunnen we die gebruiken om onszelf te veranderen, of liever gezegd, te verbeteren. Veel mensen zijn ontevreden over zichzelf, hebben een negatief zelfbeeld. Ze voelen en gedragen zich angstig en zouden wel wat zorgelozer en dapperder willen zijn. Ze zijn stil en gesloten en zouden meer van zich willen laten horen. Ze zijn schuw en verlegen en zouden juist op mensen af willen gaan.
Volgens Wilson is het heel goed mogelijk om ongewenst gedrag dat door het onbewuste wordt aangestuurd, te veranderen door het eerst te onderkennen en het vervolgens gewoon anders te gaan dóen. Dus niet te lang stilstaan bij de achtergronden ervan, maar degene die je wilt zijn net zolang nabootsen tot het vanzelf oftewel 'onbewust' gaat. Want door oefening wordt het in het onbewuste ingesleten patroon voor bepaald gedrag onderbroken en vervangen door het andere patroon.
Simpel
Het klinkt te simpel om waar te zijn, maar psychologisch onderzoek wijst uit dat het wel degelijk werkt. Wie verlegen is en toch almaar op mensen af stapt, wordt op den duur minder verlegen. Wie hoogtevrees heeft maar toch steeds op die ladder klimt, wordt minder bang.
De Amerikaanse Anonieme Alcoholisten hebben van deze techniek zelfs hun credo gemaakt om alcoholisten van hun verslavingsgedrag af te helpen: Fake it until you make it. Doe alsof tot het echt lukt.
Dit artikel verscheen eerder in Elsevier, 20 augustus 2005