Willem Holleeder

Willem Holleeder

Lees alles over de ontwikkelingen rond crimineel Willem Holleeder. Op 21 december 2007 werd de beruchte Amsterdammer veroordeeld tot negen jaar celstraf. Alles over de aanloop naar en het verloop van de veelbesproken rechtszaak.

VorigeTerug naar dossierVolgende

Artikel

dossiers

Justitie: Advocatuur onder vuur

door Gerlof Leistra 16 feb 2006

Het is oorlog tussen de 'zware jongens’ van het Openbaar Ministerie – de officieren van justitie Fred Teeven en Koos Plooy van het Landelijk Parket – en advocaat Bram Moszkowicz. Volgens het Openbaar Ministerie (OM) onderhoudt hij een te nauwe band met zijn criminele klantenkring. Tekenend voor de vijandige verhouding tussen beide procespartijen is het dossier in de zaak tegen Willem Holleeder. Deze beruchte Amsterdamse onderwereldfiguur werd maandag 30 januari door een arrestatieteam aangehouden, evenals twaalf medeverdachten.

De verdenking tegen Holleeder luidt voorlopig: het leidinggeven aan een criminele organisatie die zich bezighoudt met afpersing, bedreiging en mishandeling van vastgoedhandelaren, onder wie de in 2004 in Amsterdam geliquideerde zakenman Willem Endstra.

Het dossier tegen Holleeder telt vijf ordners en lijkt tevens gericht tegen diens raadsman, Bram Moszkowicz. De suggestie wordt gewekt dat die volledig in de tang zit van zijn oppermachtige cliënt. Zo bevat het dossier een verklaring van Endstra dat hij eind 2002, nota bene op het kantoor van Moszkowicz, door Holleeder werd afgeperst. Moszkowicz had de zakenman dringend verzocht naar zijn kantoor te komen waar vervolgens Holleeder de verraste Endstra ontving, die zelfs een pistool tegen zijn hoofd kreeg gedrukt. Weliswaar zou Moszkowicz niet tevoren van die bedreiging hebben geweten, maar het incident roept vragen op over zijn rol. In hoeverre is hij verantwoordelijk? En waarom moest dat gesprek zo nodig op zijn kantoor plaatshebben?

Recherche en OM storen zich er al langer aan dat advocaten hun kantoorruimte geregeld beschikbaar stellen aan criminelen. Die maken daar dankbaar gebruik van omdat de politie de kantoren niet mag afluisteren. Holleeder is kind aan huis op het kantoor van Moszkowicz, met wie hij goed bevriend is.

Moszkowicz vat zijn taak als raadsman in dat verband ruim op. Een paar uur na de liquidatie van Sam Klepper, dinsdag 10 oktober 2000, was er 'topberaad’ op zijn kantoor. Aanwezig waren Willem Holleeder, John Mieremet – de vorig jaar geliquideerde partner in crime van Klepper – en Koos Reuvers, tweede man van drugsbaron Johan Verhoek, alias De Hakkelaar.

Een andere ergernis van de opsporingsinstanties is dat een handjevol strafpleiters voor gigantische bedragen – vaak drugsgeld – vrijwel alle grote criminelen verdedigt. Daardoor beschikken zij over een schat aan informatie uit oude en lopende zaken. Moszkowicz is een van de spinnen in het web.

Mede dankzij zijn raadsman is Holleeder uitstekend geïnformeerd over wat er allemaal speelt. Mogelijk nog beter zelfs dan Moszkowicz besefte, aldus het dossier. Holleeder zou zijn advocaat twee jaar lang hebben bespied met camera’s. Daarmee wekken Teeven en Plooy – verantwoordelijk voor de samenstelling van het dossier – de indruk dat Holleeder exact op de hoogte was van de gang van zaken op het kantoor.

Moszkowicz erkent tegenover Elsevier dat er aan de voor- en zijkant van zijn kantoor camera’s zijn geïnstalleerd door 'een techneut’ die hem was aangeraden door Holleeder. 'Aan de buitenkant, dus! Wat zou het belang van mijn cliënt zijn mij te bespieden?’Maar dat is nog niet alles. Het dossier van het Openbaar Ministerie bevat een proces-verbaal van de Criminele Inlichtingeneenheid van de Amsterdamse recherche met voor Moszkowicz ronduit beschadigende informatie over de omgang met een van de verdachten. Zelf spreekt de advocaat van 'roddel en achterklap’.

De prominente rol van Moszkowicz in het dossier is hoogst opmerkelijk, want ondanks zijn vermeend innige banden met zijn criminele clientèle, is de bekende strafpleiter voor het OM geen verdachte. Daarvoor ontbreekt elk bewijs. Ook andere, minder ingrijpende stappen hebben Teeven en Plooy niet durven nemen. Zo kan een raadsman bij een 'ernstig vermoeden’ dat hij zijn positie zou misbruiken tijdens het gerechtelijk vooronderzoek de toegang tot de verdachte worden ontzegd. Ook bestaat de mogelijkheid een klacht in te dienen bij de deken van de Orde van Advocaten. Geen van beide stappen heeft het OM ondernomen. Desondanks heeft het OM belastende informatie over Moszkowicz in het dossier opgenomen en verspreid onder alle advocaten van de verdachten.

Moszkowicz is woedend over de 'actie beschadiging’ door het OM. Via een brief heeft hij Fred Teeven verzocht het dossier te 'schonen’. Een kopie daarvan stuurde hij naar de twaalf advocaten van de medeverdachten van Holleeder. Maar het OM heeft al laten weten dat het omstreden verbaal van de Criminele Inlichtingeneenheid (CIE) gewoon in het dossier blijft.

Als ook de rechter-commissaris en de zittingsrechters geen gehoor geven aan het verzoek van Moszkowicz kan die een strafklacht indienen wegens smaad. Nadeel van zo’n procedure is dat de zaak daarmee op straat komt te liggen. Ook kan de advocaat een kort geding aanspannen omdat het OM in zijn ogen onzorgvuldig en onrechtmatig heeft gehandeld door onjuiste en niet-relevante feiten in het dossier op te nemen. Maar door de verspreiding van het CIE-stuk naar onder anderen de advocaten van Holleeders medeverdachten is het kwaad al geschied.

De Utrechtse strafpleiter Piet Doedens, in deze zaak advocaat van de weduwe van Sam Klepper, vindt de tactiek van het OM laakbaar. 'Als je een keiharde zaak hebt, strooi je niet met dergelijke niet-relevante ouwehoerverhalen. Het hele dossier drijft, naast de verklaringen van Endstra, op CIE-informatie. Het OM probeert op deze manier een wig te drijven tussen Moszkowicz en Holleeder. Het wil onrust veroorzaken.’

'Vuile oorlog’
De 'vuile oorlog’ via het strafdossier past in een patroon, zegt de Amsterdamse strafpleiter Nico Meijering. 'De advocatuur ligt onder vuur.’ Tot zijn verbijstering werd hijzelf er vorige maand van beschuldigd dat hij de Hells Angels zou hebben getipt over de landelijke inval op 17 oktober 2005.

Meijering zou die tip hebben gekregen van zijn cliënt Hans van E. Deze oud-rechercheur op zijn beurt zou die informatie hebben ontvangen van een corrupte rechercheur van de Nationale Recherche. Na de aanhouding van Hans van E. werd Meijering de toegang tot zijn cliënt ontzegd. Die maatregel van het OM werd echter vier dagen later op een besloten zitting door de rechtbank weer tenietgedaan. 'Het OM had niet aannemelijk gemaakt dat ik had gelekt.’

Meijering is furieus over de werkwijze van het OM. 'Ze wanen zich onaantastbaar. Alles lijkt geoorloofd. Er zat een observatieteam op ons kantoor en gesprekken tussen mijn cliënt en mij werden getapt.’ Het is volgens Meijering niet uitgesloten dat het OM het lek over de inval bij de Hells Angels zelf heeft veroorzaakt. Voorafgaand aan de inval was er intensief contact met de Volkskrant, die op de hoogte was van het tijdstip. In het nog geheime dossier tegen Hans van E. beweren twee rechercheurs dat er vervolgens een contract is gesloten met de krant over de primeur. In datzelfde dossier verklapt het OM de naam van de advocaat die een paar jaar geleden Koos Plooy tipte over een mogelijke aanslag op diens leven. 'Foutje’ of niet, met deze onthulling brengt het OM het leven van de advocaat in gevaar.

Voor Meijering is het geen toeval. Het OM is volledig doorgeschoten, vindt hij. 'Wij zijn doodsbang voor alle verdachtmakingen. Waar houdt dit op?’

Zolang de verdachten in de Holleeder-zaak nog 'in beperkingen zitten’ – behalve met hun advocaten mogen ze geen contact hebben met de buitenwereld – wil het OM niet reageren. Een woordvoerder: 'Wat ons betreft zal het straks allemaal tijdens de zitting ter sprake komen.’


Kader bij artikel:

'IRRITATIE EN FRUSTRATIE’
Advocaat en hoogleraar strafrecht Theo de Roos vindt dat het Openbaar Ministerie met zijn strategie verdediging belemmert

Theo de Roos (57) is hoogleraar strafrecht en strafprocesrecht aan de Universiteit van Tilburg en advocaat in Amsterdam. De Roos treedt geregeld op als deskundige in radio- en televisieprogramma’s en publiceerde diverse boeken op zijn vakgebied.

Elsevier Is er sprake van verruwing tussen het Openbaar Ministerie en de Nederlandse advocatuur?

Theo de Roos: 'De signalen wijzen er wel op. Er is duidelijk sprake van irritatie en frustratie aan de kant van het Openbaar Ministerie. Dat heeft ook met de aard van de zaken te maken: in dit geval de echte onderwereld in combinatie met de vastgoedsector. Het kost veel tijd en inspanning om dit soort zaken in beeld te krijgen. Naar goud zoeken waar het mogelijk niet is. Voor het Openbaar Ministerie lijkt het al snel alsof raadslieden hun klanten faciliteren, terwijl ze meestal gewoon hun werk doen. Uitwisseling van stukken kan in het belang van de cliënt zijn. Advocaten die veel grote jongens als klant hebben, maken zelf wel uit of er sprake is van tegenstrijdige belangen.’

Elsevier Mag het Openbaar Ministerie 'zachte’ informatie van de criminele inlichtingeneenheid in het dossier opnemen die beschadigend is voor de raadsman, in dit geval Moszkowicz?

De Roos: 'Stukken moeten relevant zijn voor de waarheidsvinding tegen de verdachte. Als er stukken worden toegevoegd die criminaliserend zijn voor de raadsman, legt dat een zware verantwoordelijkheid bij het Openbaar Ministerie.

'De suggestie wordt gewekt dat de advocaat instrumenteel is voor zijn cliënt. Zo’n strategie als in de zaak-Holleeder belemmert de verdediging. Als de informatie niet relevant is, moet die uit het dossier worden gehaald. Dan is het in strijd met een goede procesorde en een inbreuk op de privacy. Maar door de verspreiding van het dossier aan collega-advocaten is het kwaad al geschied.’

Elsevier Moet het college van procureurs-generaal, immers de top van het Openbaar Ministerie, ingrijpen?

De Roos: 'Het college zit niet te springen om zich te mengen in lopende zaken. Maar als belastende informatie in een dossier niet relevant is, hoort het er niet in thuis. Als niemand ingrijpt, de officieren noch de rechters, is het ook de verantwoordelijkheid van het college van procureurs-generaal om in te grijpen.’

zie ook

0 reacties