door
Administrator
19 apr 2006
Afschaffing renteaftrek én huursubsidie goed voor woningmarkt. Maar let op neveneffecten
Paul de Hen
Dit artikel verscheen in Elsevier, 21 januari 2006
De woningmarkt moet op de schop. Minister Sybilla Dekker van Volkshuisvesting (VVD) schetste in 2004 een liberalisering van de huurmarkt. Daar heeft de Tweede Kamer nogal wat aan afgedaan, maar vanaf juli dit jaar komt er toch een beginnetje. Dat zal niet voldoende zijn. Huur- en koopmarkt hangen samen en moeten samen worden hervormd. Ook het vreselijke 'h’-woord, beperking van de hypotheekrenteaftrek, moet door verantwoordelijke politici worden uitgesproken. Dekker publiceert begin april een 'visie’ op de hele woningmarkt.
Ambtelijke adviseurs van de regering werken al aan munitie. Scheidend directeur Henk Don van het Centraal Planbureau (CPB) noemde de woningmarkt 'het vergeten hervormingsdossier'. Volgens een CPB-onderzoek uit 2001 genoot de gemiddelde bewoner van een koopwoning 17 procent fiscaal voordeel op zijn totale woonkosten. Op een gemiddelde huurwoning zou het voordeel zelfs 39 procent zijn, niet alleen dankzij de individuele huursubsidie, maar ook omdat het CPB meent dat dankzij de huurprijsregulering de huur ver is achtergebleven bij de marktwaarde van huurwoningen. Dons opmerkingen zijn een opmaat voor nieuw onderzoek waar het CPB aan werkt.
Insiders
Secretaris-generaal Jan-Willem Oosterwijk van Economische Zaken voerde in zijn nieuwjaarsartikel in het blad Economisch-Statistische Berichten de woningmarkt op als een van de voorbeelden van een markt waar insiders – de mensen die een huis hebben in dit geval – dankzij de hun toegekende voordelen de toegang belemmeren aan outsiders, de mensen die een huis zoeken.
Door de huurregeling, vinden de economen, blijven huurders in de sociale sector te lang zitten als ze hun goedkope huis niet meer nodig hebben. Daardoor ontstaan wachtlijsten voor nieuwkomers.
Er is alle reden om de kostbare subsidiëring van het wonen voor kopers en huurders eens tegen het licht te houden. Regels en subsidies beïnvloeden de marktwerking. De koopsubsidies via hypotheekrenteaftrek dreven vrijwel zeker de prijzen op – met hoeveel, daaraan waagt ook het CPB zich tot nu toe niet. Subsidies aan huurders en beperking van huurstijgingen houden een koopkrachtige vraag in stand die groter is dan op een vrije markt het geval zou zijn. Deels is dat ook zo bedoeld, maar of het moet in de huidige omvang, is de vraag. Minder regels en minder subsidies zijn goed voor de woningmarkt. Als de ingrepen maar vaardig worden gedaan, en met oog voor niet-economische effecten.
Dat laatste luistert nauw. Een van de redenen om in de grote steden geen drukte te maken over goedverdienende bewoners van goedkope woningen is dat daardoor buurten een minder eenzijdige samenstelling krijgen. Wie de woningmarkt al te onbekommerd vrijgeeft, schrijft daarmee een recept uit om armenwijken te laten ontstaan.