door
Administrator
5 nov 2007
Mensen met diabetes hebben last van een te hoge bloedsuikerspiegel en een verstoorde stofwisseling. Hoe zit het precies?
De oorzaak van alle problemen is een tekort aan insuline. Dit hormoon, dat door de alvleesklier wordt aangemaakt, zorgt ervoor dat de lichaamscellen glucose uit de bloedbaan kunnen opnemen. Wanneer deze opname niet goed verloopt heeft dat grote consequenties voor het functioneren van het lichaam.
Energie
De aanvoer van glucose is namelijk absoluut noodzakelijk om spieren en organen te laten werken: glucose geeft het lichaam de broodnodige energie. Stokt die aanvoer, dan is moeheid en lusteloosheid het gevolg. Glucose komt trouwens uit koolhydraten. Ze zitten in zoete etenswaren, zoals suiker en fruit, maar ook in sommige groenten, melk, brood en aardappelen.
Onlesbare dorst
Bloedsuikerspiegel
Bij een gebrek aan insuline in het bloed wordt de glucose niet opgenomen door de cellen, maar blijft het in het bloed circuleren. Gevolg: een te hoge bloedsuikerspiegel, ook wel bloedglucosewaarde genoemd. De glucose kan alleen het bloed verlaten via de urine. Dat verklaart dat diabetespatiënten veel moeten plassen en daarom door uitdroging onlesbare dorst hebben.
Een tekort aan insuline heeft nog een ander nadeel: ook de vetstofwisseling raakt verstoord. Daardoor komt er geen energie meer in de cellen van het lichaam. Zonder behandeling heeft diabetes ernstige gevolgen voor deze stofwisseling.
Zie ook de website van de UMCN over suikerziekte.
Door Christie Klaucke