Diabetes

Diabetes

Suikerziekte: een epidemie in opkomst. Ruim 600 000 Nederlanders weten dat ze het hebben. Een kwart miljoen nog niet. Alles over diabetes. Hoe voorkomt u het? Wat moet u doen als u het heeft?

VorigeTerug naar dossierVolgende

Artikel

dossiers

Olav Mol zoekt de grenzen

door Administrator 9 nov 2007

Foto: Freek van Asperen/ Kippa
Foto: Freek van Asperen/ Kippa

Regelmatig leven is een van de gouden regels bij diabetes. Kun je een baan met veel zakenreizen dan beter opgeven? 'Onzin', vindt presentator Olav Mol, bekend van de Formule 1. Ondanks zijn diabetes vliegt hij telkens tijdzones in en uit.

Olav Mol kwam eind oktober terug uit Brazilië waar hij de laatste races presenteerde van de FIA Formula One World Championship. Voor dit wereldkampioenschap bezocht hij sinds maart zeventien verschillende landen, van Canada tot Australië. Mol staat bij RTL ook wel bekend als de man die leeft uit zijn koffer.

Nederlandse tijd
Wie insuline spuit en naar een andere tijdzone reist, kan de Nederlandse tijd aanhouden voor de basisinsuline. Voor elke maaltijd kan dan kort werkende insuline gespoten worden. Dit is ook Mol zijn tactiek. ‘In Brazilië zette ik om 1:00 uur ’s nachts de wekker voor de lang werkende insuline.’

Mol hoorde in 1997 dat hij diabetes type 1 had. Dat gebeurde nadat hij op de intensive care belandde met een acute alvleesklierontsteking. Artsen raadden hem zijn onregelmatige leven af. De eerste dagen hield hij zich heel precies aan de tijdschema’s van eten en spuiten. ‘Ik werd er gek van en besloot mijn leven niet voor diabetes op zijn kop te zetten. Dan maar wat eerder dood. Zo vond ik er mijn eigen weg in.’

Koekjes en pinda’s
In het meest extreme geval stopte Mol vier dagen met insuline spuiten. Dat gebeurde toen hij als verslaggever meereed in de Dakar-rally. ‘Dat kon ik alleen doen omdat we zo extreem intensief bezig waren. Om half vijf ‘s ochtends op, de hele dag hard en geconcentreerd werken en ’s nachts vier uurtjes pitten.’

Mol besloot maar helemaal geen insuline te spuiten. ‘Door de grote inspanning verbrandde ik snel de koolhydraten die ik binnenkreeg. Als ik een hypo voelde aankomen, at ik koekjes, pinda’s, chocola. Dat ging prima.’

Verder ontzegt hij zich niets. ‘Ik denk niet: wat mag ik eten? Ik denk: dát wil ik eten! En dan pas ik mijn insuline daarop aan. Kaasfondue vind ik bijvoorbeeld erg lekker, maar het zit vol koolhydraten. Dat ga ik toch niet laten staan omdat ik diabetes heb? Dan voel ik me maar een paar dagen niet zo lekker en spuit ik wat extra insuline.’

Niet bang
Hypo’s heeft hij nooit gehad. ‘Die vallen in de categorie 'koekje bij de koffie'. Ik maak er juist gebruik van. Voor een race kan ik lekker een Snickers eten of Red Bull drinken. Het is een kwestie van naar je lichaam luisteren en niet bang zijn.’ Heeft hij een vervanger wanneer het tijdens een race toch mis gaat? ‘Eh… geen idee. Een andere presentator zoeken?’

Roekeloos vind hij zichzelf niet. ‘Niemand weet hoe vaak je als diabeet in je hoofd bezig bent met je ziekte. Minstens vier keer per dag vraag ik me af: kan dit wel? Ik lijk roekeloos, maar ik denk na over wat ik doe.’

Door Corine de Goede

zie ook

0 reacties