Als ABN AMRO wordt opgeslokt door de Britse bank Barclays, dan heeft dit verstrekkende, negatieve gevolgen voor de Nederlandse financiële wereld
Bestuursvoorzitter Rijkman Groenink van ABN AMRO en zijn evenknie bij het Britse Barclays, John Varley, sturen aan op een snelle overname van de Nederlandse bank door de Britten. De aandelenkoers stijgt, de meeste beleggers zijn blij, maar of ook de rest van Nederland erbij gebaat is dat ABN AMRO in buitenlandse handen valt, is de vraag.
De verkoop zal, zoveel staat vast, leiden tot een verschraling van de Nederlandse financiële wereld.
Fusie
Eerst de feiten. Begin vorige week hebben Barclays en ABN AMRO toegegeven met elkaar in onderhandeling te zijn over een fusie. Of, zoals ABN AMRO stelt in een persbericht, over een 'mogelijke combinatie' van beide ondernemingen.
Een fusie van gelijken zal het echter niet zijn. Als de bestuurders en aandeelhouders van beide banken eruit komen, dan wordt ABN AMRO in de praktijk opgeslokt door het grotere Barclays. De beurswaarde van Barclays bedraagt 72 miljard euro, die van ABN AMRO 61 miljard. Ook wat betreft winstgevendheid moet ABN AMRO zijn meerdere erkennen in Barclays.
In 2006 behaalde de bank een nettowinst van 4,7 miljard euro, Barclays van 6,7 miljard.
Derde bank
De combinatie levert in beurswaarde de derde bank ter wereld op, na het Amerikaanse Citigroup en het Britse HSBC. De gesprekken zijn volgens ABN AMRO 'in een vroeg en verkennend stadium'. Tegelijkertijd zijn de twee het wel al eens geworden over hoe de gecombineerde bank er moet uitzien.
De bank wordt een onderneming naar Brits recht, een zogeheten public limited company, met beursnoteringen in zowel Londen als Amsterdam. Varley mag de nieuwe bank leiden, Groenink wordt voorzitter van het bestuur. Deze functie is min of meer vergelijkbaar met die van president-commissaris in Nederland.
Verder is afgesproken dat het hoofdkantoor in Amsterdam komt. Ook hopen Barclays en ABN AMRO dat de gecombineerde bank onder toezicht komt te staan van De Nederlandsche Bank, en niet van de Britse toezichthouder, de Financial Services Authority (FSA). Of dat lukt, is onduidelijk. De FSA zou zich daartegen verzetten.
Hoe nu verder? Op 26 april staat de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering van ABN AMRO op de agenda. Als de onderhandelingen niet zijn mislukt, zal Groenink op die dag zijn aandeelhouders ervan moeten overtuigen dat een samengaan met Barclays het hoogst haalbare is.
Diep in de buidel
Hoe aandeelhouders zullen reageren, is afhankelijk van hoe diep Barclays (of eventueel een andere kaper op de kust) in de buidel wil tasten voor de Nederlandse bank.
Wel staat vast dat beleggers verheugd zijn dat er eindelijk iets positiefs gebeurt met de koers van ABN AMRO. Rijkman Groenink is er sinds zijn aantreden in 2000 niet in geslaagd de kosten bij de bank onder controle te krijgen, wat tot grote ontevredenheid bij beleggers heeft geleid en tot een haperende beurskoers. Terwijl de andere Nederlandse bankaandelen ING en Fortis goed presteerden, bleef de waarde van het aandeel ABN AMRO jarenlang hangen rond 25 euro.
Pas nadat de Britse activistische belegger TCI medio februari van dit jaar in opstand kwam tegen het magere rendement en in een open brief aan het bestuur van ABN AMRO de opsplitsing of verkoop van de bank eiste, kwam het aandeel in beweging. De koers spurtte met ruim 10 procent omhoog.
Toen daarna bekend werd dat ABN AMRO in gesprek is met Barclays en zichzelf openlijk in de etalage zette, steeg de koers verder. In totaal is het aandeel de laatste weken met 32 procent in waarde gestegen tot een koers van 32,70 euro.
ABN AMRO beklemtoont dat beide gebeurtenissen niets met elkaar te
maken hebben. Ofwel dat de fusieplannen niet zijn bedoeld om opstandige aandeelhouders te paaien. De vraag is of dit klopt. Op 25 januari nog vertelde Groenink tijdens het jaarlijkse World Economic Forum in het Zwitserse Davos geen enkel voordeel te zien 'in het voeren van gesprekken op het gebied van overnames of fusies'. Twee maanden later ligt er een al aardig uitgewerkt plan op tafel.
Het heeft er dus wel degelijk alle schijn van dat het hier gaat om een haastklus onder druk van beleggers. Door zijn bedrijf aan de Britten te slijten, probeert Groenink zijn aandeelhouders te paaien en eventuele reputatieschade te voorkomen. Dat lijkt te lukken. Door de koersstijgingen van de afgelopen weken is Groenink bij aandeelhouders, en ook bij een groot deel van het personeel van ABN AMRO, populairder geworden.
Kenniscentrum
Slim. De vraag is nu alleen nog of ook de rest van Nederland gebaat is bij de verkoop van ABN AMRO. Eén ding is zeker: door deze deal, die de grootste aller tijden zou zijn in de internationale bankensector, neemt het belang van Nederland als financieel kenniscentrum af.
Allereerst is het ondenkbaar dat Barclays de voltallige bestuurlijke teams van de twee banken naast elkaar laat bestaan. Ook al blijft het hoofdkantoor in Amsterdam, het machtscentrum van de bank, en dus ook de belangrijke bestuurlijke functies, verhuizen naar Londen.
Het hoofdkantoor aan de Amsterdamse Zuidas zal hoogstwaarschijnlijk de plek worden waar de administratieve taken van de nieuwe grootbank worden uitgevoerd. Deze degradatie betekent niet alleen kwaliteitsverlies, het lijkt onvermijdbaar dat op het hoofdkantoor van ABN AMRO opnieuw banen verloren gaan. Na een lange reeks saneringen is het personeelsbestand daar reeds gedaald van circa 5.000 tot ongeveer 3.500. Op dit moment is een sanering gaande waarbij nog eens 500 banen verdwijnen.
Verdere ingrepen liggen voor de hand. Ook het Barclays-bestuur zal zijn aandeelhouders moeten overtuigen van het nut van dit samengaan. Analisten rekenen op een verkoopprijs van ABN AMRO van maximaal 77 miljard euro, ofwel circa 35 euro per aandeel. Om deze investering voor Barclays rendabel te maken, zouden de kosten van ABN AMRO met 25 procent moeten dalen.
Dit is niet gemakkelijk. ABN AMRO heeft een groot bankennetwerk in Nederland, Barclays in het Verenigd Koninkrijk. Ook bij de buitenlandse activiteiten van beide banken is er nauwelijks overlap.
Waar valt de winst voor Barclays dan wel te halen? De Britten zouden onverstandig zijn als ze in het Nederlandse kantorennet van ABN AMRO gaan snijden. Daarvoor is het merk ABN AMRO te sterk en het afbreukrisico te groot. Ter illustratie: in 1991 ontstond de ING Groep na de fusie van de NMB Postbank met Nationale-Nederlanden. Pas nu, zestien jaar later, overweegt ING om het merk Postbank te schrappen.
De zaken- en investeringsbankiers van ABN AMRO lopen wel een groot risico. Hun divisie, 16.000 medewerkers groot, is wereldwijd actief, maar de grootste concentraties bevinden zich in Londen en Amsterdam. De zakenbankiers zijn hun baan niet zeker, want laat de zakenbank van Barclays – Barclays Capital – nu net de parel in de kroon van de Britse bank zijn. De divisie is winstgevender en groter dan de zakenbank van ABN AMRO.
Snijden
De Britten zullen na een overname beide divisies in elkaar schuiven en overtollig personeel wegsnijden. Dit is potentieel lucratief: een van de voornaamste redenen waarom de kostenstructuur van ABN AMRO hardnekkig hoog blijft, zijn de jaarlijkse miljoenenbonussen die de investeringsbankiers opstrijken. Een andere bloedgroep binnen ABN AMRO die verlies van banen moet vrezen, is die van de econometristen en andere hoogopgeleiden die voor de bank financiële producten in elkaar knutselen en verkopen. De totale divisie Asset Management telt 1.600 werknemers en het zwaartepunt van de productontwikkeling situeert zich in het voormalige hoofdkantoor van ABN AMRO in Amsterdam-Zuidoost.
Het is nauwelijks denkbaar dat Barclays twee hoofdvestigingen voor productontwikkeling zou willen aanhouden. Ook hier biedt de combinatie van NMB Postbank met Nationale-Nederlanden een mooi voorbeeld. ING en Postbank zijn weliswaar nog twee aparte merken, maar tussen de beleggingsproducten bestaat weinig onderscheid. Het in energie-aandelen gespecialiseerde beleggingsfonds van ING heet voor klanten van ING het ING Energy Fund. Voor de klanten van de Postbank wordt een nagenoeg identiek product aangeprezen onder de naam Postbank Energiefonds.
Ook op een andere manier zou een overname van ABN AMRO tot verarming van Nederland als financieel centrum leiden. De bank is de grootste kweekvijver voor talentvolle bankiers. Topbankiers als bestuursvoorzitter Bert Heemskerk en medebestuurslid Hans ten Cate van de Rabobank, bestuursvoorzitter Jean-Paul Votron van Fortis en topman Sjoerd van Keulen van SNS Reaal leerden het vak bij ABN AMRO. Als het machtscentrum van de fusiebank naar Londen verhuist, zullen talentvolle Nederlanders, zelfs al verhuizen ze mee, ongetwijfeld minder kansen krijgen.
Wat staat er te gebeuren aan de Amsterdamse Zuidas? Het hoofdkantoor van ABN AMRO is nu het epicentrum van dit zakengebied. In het kantoor wordt niet alleen gebankierd, maar worden ook – onder auspiciën van bankiers – contracten tussen multinationals getekend en onderhandelingen gevoerd. Als het hoofdkantoor niet veel meer dan een logistiek centrum wordt, zal de aantrekkingskracht verdwijnen. Nederlandse juristen en adviseurs dreigen in dat geval vette contracten te verliezen.
Door
Philip Willems