Nederland

Nederland

Wat iedere zelfbewuste burger moet weten over heden en verleden. Wat is het oudste Nederlandse woord en wie was de eerste koning van Nederland? Dit en meer in het dossier Nederland.

VorigeTerug naar dossier

Artikel

dossiers

Natuurkunde: Koudste plekje op aarde

door Administrator 16 mrt 2007

Proefschrift over Nobelprijswinnaar Kamerlingh Onnes roept heimwee op naar Tweede Gouden Eeuw toen Nederland, dankzij de hbs, dé kenniseconomie was

Eigenlijk zou Jan Peter Balkenende het proefschrift van Dirk van Delft over Heike Kamerlingh Onnes moeten lezen. De CDA-premier zou de technische beschrijvingen over cryostaten en getordeerde nicols vermoedelijk overslaan, maar terloops toch veel opsteken.

Nederland heeft zich immers achter de Europese ambitie geschaard, uitgesproken in het Verdrag van Lissabon, om een toonaangevende kenniseconomie te worden. Welnu, honderd jaar geleden wás Nederland zo’n toonaangevende kenniseconomie.


In Spanje wordt Kamerlingh Onnes met een postzegel geëerd

Nederlandse Nobelprijswinnaars
Achter elkaar ontstonden pionierende hightechbedrijven als Philips, Koninklijke Olie (Shell) en Unilever. Bovendien regende het Nobelprijzen. In één gebouw van de Leidse universiteit werkten op een gegeven moment vier (!) Nederlandse Nobelprijswinnaars tegelijkertijd: Kamerlingh Onnes, Pieter Zeeman, Hendrik Lorentz en Willem Einthoven.

Wellicht dat er in de Verenigde Staten universiteiten zijn waar iets dergelijks later ook gebeurde, maar dit had zich in een klein land nog nooit voorgedaan. Het zal ook nooit meer terugkomen.

De gerenommeerde Engelse natuurkundige James Clerk Maxwell raadde zijn studenten aan om zich in de Low-Dutch language te verdiepen. Is dat niet het dianegatief van de huidige situatie, waarin zelfs op de vaderlandse universiteiten het Nederlands in de knel komt?

Het proefschrift van Dirk van Delft heet Heike Kamerlingh Onnes en gaat over deze Nederlandse Nobelprijswinnaar natuurkunde, de man die Leiden tot het koudste plekje op aarde maakte.

Maar het gaat ook over wat wel de Tweede Gouden Eeuw van Nederland is genoemd. De periode rond 1900, toen iedereen die meetelde in de wereld een kijkje kwam nemen in Nederland, zoals momenteel iedereen afreist naar Sjanghai om het wonder van China waar te nemen.

De 22-jarige jongeman met de naam Albert Einstein piekerde er in 1901 echter niet over om naar Sjanghai te gaan. Hij wilde naar Leiden. Einstein schreef Kamerlingh Onnes een briefje of hij zijn assistent mocht worden. Daar heeft hij overigens nooit een reactie op gekregen – al werden de twee, toen Einstein in 1920 bijzonder hoogleraar was in Leiden, goede bekenden. Einstein was niet de enige. Allerlei wereldberoemde geleerden kwamen naar Leiden: Marie Curie, Niels Bohr, Enrico Fermi, Lord Kelvin.


Thorbecke
Interessante vraag natuurlijk is hoe Nederland het succes van de Tweede Gouden Eeuw zou kunnen reproduceren.

Les één: Balkenende moet in de leer bij de grote liberale staatsman Johan Thorbecke en als de wiedeweerga de Hoogere Burger School en de ambachtsschool weer invoeren. Dat laatste begint overigens zo langzamerhand door te dringen. Menigeen beseft dat jonge mensen die wel intelligentie in de vingers hebben, maar wat minder tussen de oren, op de ambachtsschool een goed vak leerden.

Ook het succes van Kamerlingh Onnes stoelde op een uitstekende vakopleiding. Die heeft de natuurkundige zelfs eigenhandig opgezet. Op de werkplaats van het Leidse laboratorium liepen op zeker moment tientallen 'blauwe jongens’ (vernoemd naar de kleur van hun werkkleding) rond. Overdag construeerden ze pompen en instrumenten en ’s avonds kregen ze scholing.


Ooit schreef Einstein een brief aan Kamerlingh Onnes, met het verzoek of hij assistent mocht worden van de Nederlander

Als je dat leest, denk je onwillekeurig aan sommige jonge Marokkaantjes van tegenwoordig, zonder zelfrespect, waardering of fatsoenlijk salaris. Bestond de ambachtsschool of een vergelijkbare vakopleiding nog maar, waar jongeren een degelijk ambacht leerden, zoals de toenmalige Duitse immigrant Oskar Kesselring, die als glasblazer de doorbraken van Kamerlingh Onnes mogelijk maakte.

Misschien nog wel triester dan het verdwijnen van de ambachtsschool is dat de Partij van de Arbeid in haar behoefte om het middelbaar onderwijs te vernieuwen met de invoering van de Mammoetwet ook de hbs om zeep heeft geholpent.

De hbs, en dan vooral wat vroeger hbs-b (de exacte richting) heette, is de beste opleiding die Nederland ooit heeft gehad. Ouders doen tegenwoordig alle moeite om hun kinderen op het gymnasium te krijgen, maar de waarheid is dat hbs-b altijd een betere opleiding was dan het gymnasium. Van de zeven vooroorlogse Nobelprijswinnaars voor natuurkunde, scheikunde en geneeskunde kwamen er zes van de hbs en was de zevende (Johan van der Waals) leraar op een hbs.


Excellent
Les twee: zorg dat er in Nederland universiteiten en laboratoria komen die echt excellent zijn. Niet de tweederangs-leerfabrieken die we nu hebben, maar universitaire laboratoria die werkelijk kunnen concurreren met Amerikaanse universiteiten als Stanford en het Massachusetts Institute of Technology.

In 1896 schreef het toen al roemruchte Britse blad Nature over het laboratorium van Kamerlingh Onnes: 'De plek staat vol apparaten en instrumenten en is een van de best voorziene (en productiefste) onderzoekslaboratoria ter wereld.’

Leiden heeft een belangrijke rol gespeeld in het ontstaan van wat later Big Science is gaan heten: een amalgaam van intellect, ambacht en organisatievermogen, met het doel om unieke prestaties tot stand te brengen.

Diverse Nederlandse concerns zijn daar schatplichtig aan. Zowel Gerard Philips, Hugo Tutein Nolthenius (directeur Calvé) als Gilles Holst, de eerste directeur van het Natuurkundig Laboratorium van Philips, heeft bij Kamerlingh Onnes gestudeerd. Kamerlingh Onnes schreef in 1914: 'Ik heb Philips – een oud-leerling uit Delft van mij – voor eenige jaren de raad gegeven wetenschappelijk gevormde jongelui van aanleg aan zijn fabriek te verbinden.’

Theekopje met helium
De systematische Leidse aanpak betaalde zich op 10 juli 1908 uit. Kamerlingh Onnes slaagde er in zijn 'koudefabriek’ in om het edelgas helium vloeibaar te maken. Het was niet veel, een theekopje vol helium dat verdampte terwijl je ernaar keek, maar het was vloeibaar en 269 graden Celsius onder nul.

Leiden was het koudste plekje op aarde. Later scherpte Onnes het record nog aan tot 0,8 graad Celsius boven het absolute nulpunt (min 273 graden Celsius). Tot 1923, toen Toronto onder Leiden dook, bleef het laboratorium van Kamerlingh Onnes zelfs het koudste oord in het heelal.

Toen Onnes in 1911 ook nog eens het merkwaardige natuurkundige verschijnsel van supergeleiding ontdekte – materialen verliezen bij zeer lage temperatuur hun weerstand tegen elektrische stroom –, stond Leiden definitief op de wereldkaart. In 1913 kreeg Kamerlingh Onnes een ongedeelde Nobelprijs voor de natuurkunde – merkwaardig genoeg niet voor supergeleiding (wat in retrospectief toch een belangrijker prestatie is dan het doorbreken van een record), maar voor het maken van vloeibaar helium.

Kamerlingh Onnes is ook verantwoordelijk voor de beroemdste spreuk uit de Nederlandse wetenschap: door meten tot weten. Daarmee bedoelde hij dat elke theorie moet stoelen in experimenten en observaties.

zie ook

0 reacties