Nederland

Nederland

Wat iedere zelfbewuste burger moet weten over heden en verleden. Wat is het oudste Nederlandse woord en wie was de eerste koning van Nederland? Dit en meer in het dossier Nederland.

VorigeTerug naar dossierVolgende

Artikel

dossiers

Volkskoning Lodewijk I

door Administrator 16 mrt 2007

Nederland profiteert nog altijd van de enorme erfenis die ’s lands eerste vorst, Lodewijk Napoleon, tweehonderd jaar geleden naliet Keizer Napoleon Bonaparte benoemde zijn broer tot koning van Nederland. Lodewijk I moest de Franse belangen behartigen, maar hij werd Hollander met de Hollanders, en smeedde van het land een eenheid met behulp van een droomploeg van ministers. 'Nimmer zal ik een goed en deugdzaam Volk vergeten, zoo als Gij zijt.'

Op 19 juni 1806 steekt een koninklijke stoet bij het Brabantse Zundert de Nederlandse grens over. In de koetsen Lodewijk Napoleon (27), zijn vrouw Hortense de Beauharnais (23) en hun twee kinderen Napoleon Karel en Napoleon Lodewijk van 3 en 1,5 jaar oud.

Het jonge gezin is de eerste koninklijke familie van het land. Twee weken eerder is Lodewijk Napoleon (1778-1846) tijdens een bliksemceremonie benoemd tot koning van Holland door zijn broer, de Franse keizer Napoleon Bonaparte (1769-1821).


Lodewijk Napoleon

Het gezelschap reist naar Den Haag, waar Lodewijk zijn functie van staatshoofd moet aanvaarden, met tegenzin. 'Ik zal in Holland gaan regeren, omdat deze volken dat wensen en omdat Uwe Majesteit het beveelt,’ zegt hij tegen zijn oudere broer na de kroning op 5 juni 1806 in de Tuilerieën te Parijs. De keizer: 'Wees Hollander met de Hollanders. Maar vergeet nooit Fransman te zijn.’

Afkeer van Nederland
Lodewijks vrouw Hortense, dochter uit een eerder huwelijk van keizer Napoleons echtgenote Joséphine, is ontsteld: 'Men heeft mij bestemd voor Holland, een koninkrijk gehuld in mist, zonder zon en zonder enige poëzie, een koninkrijk van zwaarwichtige en zwaarlijvige burgemeesters.’

Die afkeer van Nederland zal Hortense (1783-1837) nooit kwijtraken. Maar Lodewijks tegenzin maakt snel plaats voor enthousiasme door de onverwacht warme ontvangst in de Lage Landen. Bij Katendrecht krijgt hij de sleutels van de stad Rotterdam aangeboden. In de buurt van Delft voegt zich een escorte huzaren bij het door zes paarden getrokken koninklijke rijtuig. En in Den Haag begroet een erewacht langs de Laan van Nieuw Oost-Indië de koninklijke familie, waarna vanaf de Haagse Koekamp saluutschoten klinken en het carillon van de Sint-Jacob begint te spelen.

De weg naar Huis ten Bosch, waar Lodewijk zijn intrek zal nemen, is verlicht met fakkels. Groepjes mensen zwaaien met vlaggetjes en roepen luidkeels 'leve de koning’. Lodewijk is verheugd. Hij weet niet dat de geestdriftige Hagenaars langs de route worden betaald om hun vorst toe te juichen.

Keizer Napoleon benoemde zijn broer tot koning om de Franse belangen te dienen. Het was zijn persoonlijke wil, die Lodewijk diende te volgen. Maar al gauw ontpopte het nieuwe staatshoofd zich tot een Nederlandse vorst – een die de Nederlandse belangen diende. Hij deed dat zo goed, dat hij gerust de eerste echte vorst van Nederland kan worden genoemd, sinds de gehate Filips II van Spanje (1555-1581) met de afkondiging van het Plakkaat van Verlatinge, in 1581, werd afgezet.

In zijn vierjarige regeerperiode bereikt Lodewijk I meer dan vele Oranjes na hem. 'Vanaf het moment dat ik voet zette op de bodem van het koninkrijk, ben ik Hollander geworden,’ schrijft hij in zijn herinneringen (Documents historiques et réflexions sur le Gouvernement de la Hollande). En: 'Ik ben er zeker van altijd Hollander te blijven.’


Populair
Lodewijk wordt al snel populair. Normaal is dat niet voor een machthebber in Nederland. Zijn voorganger, de weifelachtige stadhouder Willem V (1748-1806), was op 18 januari 1795 nog met zijn gezin in een vissersboot voor het volk naar Engeland gevlucht. Weggehoond door de zogeheten patriotten die, geïnspireerd door de uitgangspunten van de Franse en de Amerikaanse Revolutie – vrijheid, gelijkheid, broederschap – alle macht aan het volk wilden geven.

In tegenstelling tot wat Oranjegezinde geschiedschrijvers ervan maakten, staat het Nederlandse volk niet negatief tegenover hun nieuwe vorst. De Nederlanders zijn in 1806 allang blij dat hun land niet is ingelijfd bij Frankrijk. Daar was alle reden toe, gezien het wanbestuur tijdens de Bataafse Republiek (1795-1805) en het daaropvolgende bijna dictatoriale regime van raadspensionaris Rutger Jan Schimmelpenninck (1805-1806). Dat Lodewijk uit het buitenland komt, is geen bezwaar voor de Nederlanders. De Oranjes zijn tenslotte ook buitenlanders – de latere koning Willem I (1772-1843) regeert van 1802 tot 1806 over het Duitse bisdom Fulda.

Lodewijk wint de liefde van de Nederlanders, omdat hij het advies van zijn broer goed in zijn oren knoopte: hij luistert naar het volk en reist in een gele 'staatsiekoets’ naar Brabant, Gelderland en Overijssel. Niet eerder kenden deze landsdelen zoveel belangstelling vanuit het regeringscentrum.

In het Brabantse Aerle, waar een geheimzinnige 'zweetziekte’ is uitgebroken, bezoekt de vorst zonder angst voor besmetting de zieken. Op eigen kosten stuurt hij de beste artsen naar de getroffen streek.

Bij grote rampen, zoals de ontploffing van een kruitschip in Leiden in 1807, en de overstroming van de rivieren in de Betuwe in 1809, neemt hij persoonlijk poolshoogte – iets wat ook de Oranjes later zullen doen.

Lodewijks hulp bij de ramp in Leiden levert hem de bijnamen 'Lodewijk de Goede’ en 'Vader der Ongelukkigen’ op. De kruit–explosie, die tot in Den Haag te horen is, vernietigt grote delen van de binnenstad en eist ruim 150 levens. Nog diezelfde avond rijdt Lodewijk naar Leiden, waar hij alle bakkers oproept brood te bakken voor het getroffen volk. Hij stelt zich aan het hoofd van een inzamelingsactie en doneert zelf tienduizenden guldens om de nood te lenigen: het eerste nationale rampenfonds is een feit.


Provincialen
De koning wint verder sympathie door Nederlands te leren. Zijn leermeesters Pierre Chevalier en de beroemde dichter Willem Bilderdijk hebben niet altijd succes, getuige de anekdote dat de vorst zich meer dan een keer abusievelijk 'Konijn van Olland’ noemt.

Al heel snel begint de koning de Fransen die in zijn naaste omgeving werken, te vervangen door Nederlanders. Lodewijk deinst er niet voor terug om katholieken en joden – voor het eerst – in 1808 dezelfde rechten te geven als de protestanten, en neemt ze graag op in zijn bestuur.

Bij zijn benoemingen zet hij vooral in op 'provincialen’ (zie ook 'De droomploeg van de Koning’ op pagina 20), zoals minister van Marine Carel Hendrik Ver Huell uit Doetinchem (1764-1845), minister van Financiën Isaäc Jan Alexander Gogel (1765-1821) uit Vught, en de rooms-katholieke patriottenleider Johan Frederik Rudolf van Hooff uit Eindhoven (1755-1816).

Lodewijk I maakt van het land een eenheid. Hij herstelt het centrale gezag, heft een deel van de autonomie van provincies op en voert de burgerlijke stand en het kadaster in. Ook schaft hij de middeleeuwse gilden af en laat hij minister van Financiën Gogel een nieuw, landelijk belastingstelsel opstellen.

De koning 'codificeert’ de Nederlandse juridische gebruiken met de invoering van een nieuw wetboek van strafrecht. Daarnaast richt hij het nog altijd bestaande landelijke stelsel van kantongerechten en gerechtshoven op. Niet langer is het Nederlandse volk onderhevig aan verschillende, traditionele wetten in gewesten, steden of streken.


Lodewijk Napoleon arriveert in Amsterdam

Kwakzalvers

Lodewijks reizen door het land overtuigen hem van de noodzaak van goede gezondheidszorg en openbare hygiëne. Hij laat kerkhoven in binnensteden ruimen en verbetert de riolering. Er komen meer stads- en dorpspompen voor schoon water. Kwakzalverij bestrijdt hij door artsen te verplichten een examen af te leggen. Lodewijk gelast dat patiënten met besmettelijke ziekten voortaan in aparte ziekenhuizen moeten liggen.

In cultureel opzicht laat de koning een indrukwekkende erfenis na. Lodewijk is een verdienstelijk schrijver en groot liefhebber van de schone kunsten. Hij wil Holland de vroegere artistieke roem teruggeven. Tot ergernis van de Fransen in zijn omgeving, bezoekt hij vaker de Hollandse Schouwburg in Amsterdam dan de Franse. Om de Hollandse cultuur in het buitenland te promoten, richt hij het tijdschrift Le Vrai Hollandais (De Ware Hollander) op.

Hij centraliseert de staatszorg voor kunsten en wetenschappen en onder zijn leiding krijgt Amsterdam een koninklijk museum, tegenwoordig Rijksmuseum. Ook stelt hij geld ter beschikking om collecties aan te kopen voor de in 1806 opgerichte Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. De wetenschap profiteert eveneens van Lodewijks bewind: hij richt het Rijksarchief op en het Koninklijk Instituut voor Wetenschappen, nu het Nationaal Archief en de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen.

 Hoe succesvol hij ook is als koning, als vader en echtgenoot is Lodewijk een absolute kneus. Hij leed onder de gevolgen van een slecht behandelde geslachtsziekte, wat leidde tot verlammingsverschijnselen in zijn arm en een vergroeiing in zijn rug. Daarom heet hij ook wel de 'manke koning’. Jagen is al snel onmogelijk, dus beperkt hij zich tot wandelen. In oktober 1807 verhuist hij van Den Haag naar Utrecht – vanwege de vaak kille, Haagse zeelucht.


Goedzak
Lodewijk is een goedzak, een huiselijke koning die door zijn vrouw Hortense wordt bedrogen en die haar op zijn beurt bedriegt. Hun huwelijk is een verstandshuwelijk. 'Nooit was een trouwplechtigheid treuriger,’ schrijft Lodewijk. Zijn twee zoons verblijven meestal bij zijn echtgenote in Parijs. Daar schenkt Hortense ook het leven aan een derde zoon, de latere keizer Napoleon III (1808-1873). Over het vaderschap bestaat zoveel scepsis, dat niemand binnen de keizerlijke familie hem durft te feliciteren. Gedreven door onrust, zwerft de koning van paleis naar paleis. Hij laat ze stuk voor stuk opknappen en uitbreiden.

 


Lodewijk Napoleon in poseerhouding

In 1810 komt er een eind aan het bewind van Lodewijk. De broers Bonaparte vertrouwen elkaar niet langer. Lodewijk ziet in alle Fransen aan zijn hof spionnen van de keizer. Hij weigert de dienstplicht in te voeren om soldaten te leveren voor Napoleons 'Grande Armée’ en verzet zich tegen het Continentale Stelsel, de handelsblokkade van Engeland die Napoleon afkondigt. Nederland handelt intensief met de Engelsen, en een blokkade zou de doodsteek voor de economie betekenen.

De Koning is Nederlander met de Nederlanders geworden. Hij is vergeten Fransman te zijn. Gevolg is dat hij door zijn broer wordt weggepest. Na een Britse inval annexeert de keizer Walcheren en Zuid-Beveland. Hij verlangt de vorming van een dienstplichtigenleger, uitbreiding van de vloot, afschaffing van adellijke privileges en eist de gebieden ten zuiden van de Waal op.

Franse douanebeambten en soldaten bezetten de kuststrook van Holland om de smokkel met Engeland tegen te gaan. In een gesprek met Lodewijk noemt de keizer Nederland 'een grauw stuk aanslibsel.’ Zijn broer betitelt hij als een gierige Amsterdamse kruidenier. 'Ik veeg dat Holland van de kaart,’ zegt de keizer.

Lodewijk Napoleon houdt de eer aan zichzelf. Hij treedt af en benoemt zijn 6-jarige zoon Napoleon Lodewijk tot opvolger. Het kinderkoningschap houdt geen twee weken stand: de keizer lijft Nederland in bij Frankrijk.

Op 1 juli 1810 schrijft Lodewijk I in een proclamatie aan het volk: 'Hollanders! Nimmer zal ik een goed en deugdzaam Volk vergeten, zoo als Gij zijt.’ In de nacht van 2 op 3 juli vertrekt hij via een zijdeur uit zijn Haarlemse paleis aan de Haarlemmerhout.

In Delden, aan de rand van zijn rijk, moet Lodewijk ook afscheid nemen van Tiel, zijn geliefde hond die tijdens de overstromingen in de Betuwe in zijn koets is gesprongen. Als de koetsier de paarden tot vertrek aanspoort, tuimelt Tiel uit de karos, en wordt hij onder de wielen verpletterd.

 


zie ook

0 reacties