J.M. de Kempenaer
De tweede in de serie Alle Nederlandse Premiers: J.M. de Kempenaer (1793-1870)
De start van het Nederlandse premierschap was niet bepaald voorspoedig. Na een paar maanden geploeter met onwillige ministers haakte Gerrit Schimmelpenninck in mei 1848 ontgoocheld af. De behoudende graaf had nog wel in willen blijven roeien tegen de liberale stroom binnen de volksvertegenwoordiging door een conservatief kabinet te vormen. Maar daarvoor had hij de steun van de koning nodig.
Willem II hakkelde wat nadat hij kennis had genomen van het ondemocratische plan en deed er vervolgens het zwijgen toe. Schimmelpenninck trok zijn conclusie: ‘Die houding was mij genoeg: van dat ogenblik was de zaak verloren.’
Na het vroegtijdige vertrek van de eerste premier ontstaat direct al enige onduidelijkheid over zijn opvolger. Want wie was nu precies de tweede premier? In zijn boeiende boek Wacht op onze daden, over het Nederlandse liberalisme in de negentiende eeuw, betoogt de politicoloog Siep Stuurman dat Dirk Donker Curtius (1792-1864) na de roemloze aftocht van Schimmelpenninck de facto eerste minister was. De invloed van de doortastende Haagse advocaat was als minister van Justitie zeker groot.
Toch wordt doorgaans gesproken van het ministerie-De Kempenaer/Donker Curtius, waarbij het bij de eerste naam gaat om de minister van Binnenlandse Zaken die traditioneel de ministerraad voorzat. Jacobus Mattheüs de Kempenaer (1793-1870) hield het ook – iets - langer vol dan Donker Curtius, die in juni 1849 zou opstappen.
Liberaal
De Kempenaer was een in Amsterdam geboren jurist, die zich in 1816 in Arnhem had gevestigd. De koopmanszoon had een warme belangstelling voor militaire zaken. Zo gaf hij zich op voor vrijwillige gewapende dienst. Als lid van de studentenweerbaarheidsvereniging Leidsche Jagers trok hij in 1815 zelfs naar Frankrijk, waar hij overigens niet aan gevechtshandelingen deel nam.
Maar zijn hart lag vooral bij het recht. Als advocaat maakte hij naam door in geruchtmakende processen de vrijheid van de pers te verdedigen. Met verve verdedigde hij bijvoorbeeld de Arnhemsche Courant. Het Openbaar Ministerie eiste vijf jaar cel tegen de hoofdredacteur omdat een columnist de spot had durven drijven met de troonrede: ‘Wil men die troonrede lezen zonder stuiptrekkingen of flauwten, men houde de azijnflesch in de ene, die troonrede in de anderen hand.’
Niet beledigd
De Kempenaer legde in de rechtbank welsprekend uit dat de Koning zich staatsrechtelijk niet beledigd kon voelen. Hij was immers onschendbaar, ministers droegen verantwoordelijkheid voor de troonrede. De rechter toonde zich onder de indruk van dit pleidooi en sprak de hoofdredacteur vrij.
Toen hij in 1844 voor de provincie Gelderland was toegetreden tot de Tweede Kamer viel De Kempenaer op door liberale denkbeelden. Zo toonde hij zich een voorstander van vrijhandel. Verder behoorde hij tot het belangrijke gezelschap van de Negenmannen. Dit waren negen vernieuwingsgezinde Kamerleden die in december 1844 een voorstel indienden tot een fundamentele wijziging van de Grondwet. De dagen zijn voorbij, zo stelden zij, ‘waarin men liet regeren zonder zich er aan te bekreunen, wie het deed, of welk regt hij er toe had. Regtstreekse verkiezing is, al mogt hare theorie niet de beste zijn, onvermijdelijk geworden.’
Angst
De Negenmannen wilden koninklijke onschendbaarheid: ministers behoorden voor regeringsdaden verantwoordelijk gesteld te worden. Tevens dienden de rechten van de wetgevende macht, het parlement, ten opzichte van de uitvoerende macht, de regering, te worden uitgebreid. De Tweede Kamer moest voortaan niet meer door de Provinciale Staten worden gekozen, maar rechtstreeks door censuskiezers. Dat wil zeggen: personen die minstens een bepaald bedrag aan belasting betalen.
Het voorstel leidde tot het ontwerp voor een grondwetsherziening dat een staatscommissie in 1848 opstelde. Willem II had de commissie ingesteld. Niet uit liefde voor politieke hervormingen, maar uit angst voor de revolutionaire gebeurtenissen die in naburige landen plaatshadden. Johan Rudolf Thorbecke, de invloedrijke liberale hoogleraar en de grote animator van de Negenmannen, mocht de staatscommissie voorzitten, maar werd vooralsnog te radicaal bevonden om toe te treden tot de regering.
Maîtresse
Het ministerie-De Kempenaer/Donker Curtius had als belangrijkste taak de herziening van de Grondwet in goede banen te leiden. Op 19 juni 1848 diende de regering twaalf herzieningsvoorstellen bij de Tweede Kamer in, die in de loop van het najaar werden aangenomen. Op 3 november werd de herziening van de Grondwet plechtig afgekondigd.
Een complicatie voor het ministerie, zoals vroeger een kabinet werd genoemd, vormde op 17 maart 1849 de dood van Willem II, die tegen wil en dank aan hervormingen had meegewerkt. Zijn zoon had niet zoveel zin in het koningschap en vermaakte zich in Londen met zijn maîtresse.
'Koning Gorilla'
Na de dood van de Koning moest een delegatie uit de ministerraad snel naar Engeland om daar de overspelige prins te bewegen de troon te beklimmen. Als vorst zou de grillige, botte Willem III zich ontpoppen als ‘Koning Gorilla’, die grote moeite had met de beperkingen aan zijn macht die de parlementaire democratie oplegde.
Behalve met de op 12 mei 1849 ingehuldigde monarch had De Kempenaer ook veel te stellen met de Tweede Kamer. Veel voorstellen sneuvelden. Een ontwerp-Kieswet en een ontwerp-Gemeentewet werden bijvoorbeeld niet overgenomen. Na al deze nederlagen en het vertrek van enkele teleurgestelde ministers, zoals Donker Curtius, hield het ministerie-De Kempenaer in september 1849 op te bestaan.
Conservatief
De politieke loopbaan van De Kempenaer kende na zijn aftreden als minister weinig glorievolle momenten meer. Hij verloor in december 1849 zijn plek in de Tweede Kamer bij een tussentijdse verkiezing aan een aanhanger van Thorbecke. Pogingen in 1850 en 1852 om zijn zetel terug te winnen leidden steeds tot een nederlaag. Pas in 1853 lukte het hem weer om, via het kiesdistrict Tiel, in de volksvertegenwoordiging te komen. Van enige vernieuwingsgezindheid viel toen weinig meer te bespeuren.
De Kempenaer belandde in conservatief vaarwater en zette zich tot het eind van zijn Kamerlidmaatschap in 1860 vooral in voor de belangen van de Hervormde Kerk en van de Koning.
De Kempenaer stierf op 12 februari 1870. De laatste twee jaar van zijn leven verzette hij zich als secretaris van een conservatieve kiesvereniging in Arnhem tegen de democratisering en politieke modernisering die hij zelf op gang had helpen brengen. Samen met zijn latere opponent, de liberaal Thorbecke. Dat was de sterke man die na het aftreden in 1849 van De Kempenaer als minister de gelegenheid kreeg om te laten zien wat hij waard was.
Bestel nu de Speciale Editie Premier van Elsevier - met daarin de biografieën van alle naoorlogse premiers - voor slechts 8 euro (inclusief verzendkosten).