Mr. Schelte baron van Heemstra
De achtste in de serie Alle Nederlandse Premiers: Schelte van Heemstra (1807-1864)
Johan Rudolph Thorbecke was in veel opzichten een bijzondere figuur. Bijvoorbeeld omdat de invloedrijkste staatsman uit de Nederlandse geschiedenis een tamelijk conservatieve maatschappijbeschouwing verenigde met een grote hervormingsgezindheid. Hij wilde waardevolle tradities beschermen en probeerde dat te bewerkstelligen door, in zijn ogen onvermijdelijke, veranderingen door te voeren.
In zijn dadendrang sleepte de liberale voorman veel politici mee. Maar een flink aantal raakte geleidelijk vervreemd van de ambitieuze Thorbecke en belandde in steeds conservatiever vaarwater. Dat gold voor Floris Adriaan baron Van Hall en voor Jacobus baron Van Zuylen van Nijevelt. En voor een andere edelman die het tot premier zou brengen: mr. Schelte baron van Heemstra.
Grietman
De Negenmannen hebben een belangrijke rol gespeeld in de vaderlandse politiek. Het ging om negen vernieuwingsgezinde volksvertegenwoordigers die in december 1844 een ingrijpend voorstel indienden tot wijziging van de Grondwet. Thorbecke behoorde tot het gezelschap, maar ook de twee eerste premiers, Gerrit graaf Schimmelpenninck en J.M. de Kempenaer. En een op 14 november 1807 in Groningen geboren jurist, Schelte van Heemstra.
Hij had rechten gestudeerd in Franeker en in zijn geboorteplaats, om daarna achttien jaar de kost te verdienen als grietman. Een heerlijk ouderwetse benaming voor een heerlijk ouderwetse functie. Een combinatie van de taken van burgemeester en rechter in grietenijen, zoals gemeenten vroeger in Friesland werden genoemd.
Bedaard
Vanaf 1844 combineerde de Groningse Fries het grietmanschap in Oostdongeradeel met het lidmaatschap van de Tweede Kamer. Hij sprak in het parlement over tal van onderwerpen, van kiesrecht tot armenzorg, van provinciale belastingen tot pensioenen. In het politiek zo cruciale jaar 1848 stemde hij voor alle voorstellen tot herziening van de Grondwet.
Het optreden van Heemstra kenmerkte zich door de nuchterheid en bedaagdheid die geassocieerd worden met de provincies waar hij opgroeide, en met de Nederlands Hervormde kerk waarvan hij deel uitmaakte. ‘Zijne wijze van spreken was zeer kalm, overeenkomstig zijn geheel voorkomen; iets bedaards, wij zouden bijna zeggen, iets dominésachtigs, lag er in zijn voordragt,’ zo noteerde zijn bewonderaar J. Dirks in een portret voor de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde.
BeloningZijn steun voor de liberale hervormingen leverde een beloning op. In 1848 mocht Van Heemstra toetreden tot de regering. Hij werd minister met een in moderne oren curieus klinkende portefeuille: ‘de Zaken van de Hervormde en andere erediensten, behalve die der Rooms-Katholieke’.
Vreugde om politiek succes ging wel gepaard met persoonlijk verdriet. In 1833 was Van Heemstra getrouwd met Henriëtte Hildegonda de Waal, die hem zes kinderen schonk. Een van hen, Willem Hendrik, stierf in maart 1848. Het huwelijk zou duren tot de dood van zijn echtgenote, op 1 mei 1857. Een jaar later hertrouwde hij. De huiselijke Van Heemstra kon slecht tegen alleen zijn.
Lang duurde het niet, die eerste keer dat Van Heemstra minister was. Op 1 november 1849 was het al afgelopen, waarna de provincie wachtte. De baron werd Commissaris des Konings, eerst in Utrecht (1850-1858), daarna in Zeeland (1858-1860). De provincie trok hem meer dan Suriname. Een benoeming tot gouverneur-generaal in de kolonie wees hij van de hand, wellicht mede vanwege zijn niet zo sterke gestel.
De bestuurlijke ervaring die hij in Utrecht en Zeeland op deed, leek hem geschikt te maken voor een belangrijke post in de regering: op 2 maart 1860 trad Van Heemstra aan als minister van Binnenlandse Zaken. Met ogenschijnlijk flinke tegenzin. Het vertrek uit Zeeland was, meldde hij in een afscheidsbrief, een offer dat hem zwaar viel, alleen gebracht uit besef van plicht jegens de Koning.
Nederlaag
Ondanks het geëtaleerde gebrek aan enthousiasme toonde Van Heemstra een redelijke daadkracht. Hij werkte als minister mee aan de invoering van de Wet tot aanleg van spoorwegen voor rekening van de staat, een prestatie waarvoor hij van de dankbare koning Willem III het Grootkruis der orde van den Nederlandschen Leeuw kreeg. Een ander wapenfeit was de totstandkoming van de Wet op de Nationale Militie.
De echte problemen begonnen pas toen minister-president Van Zuylen van Nijevelt zich door onhandig opereren onmogelijk had gemaakt. Van Heemstra volgde op 10 november 1861 de ‘politieke zelfmoordenaar’ op. En leed ruim een maand later de grootste nederlaag van zijn loopbaan. De Tweede Kamer kritiseerde scherp de stijgende begroting van Binnenlandse Zaken. Door een aantal amendementen leek de schade beperkt te blijven, maar op 16 december 1861 verwierp een kleine meerderheid (37 tegen 33 stemmen) toch de gehele begroting.
Van Heemstra kon niet anders dan zijn ontslag indienen. Op 9 januari 1862 was hij kabinetsleider af. De benoeming tot minister van Staat was een schrale troost. Over het gebrek aan bijval van Kamerleden die hij tot zijn bondgenoten rekende, kon hij nauwelijks uit. ‘Dat ik val, grieft mij minder, want als ik nog lang Minister moest blijven, zooals nu, ging ik er onder dood; maar dat men mij op deze wijze laat tuimelen, doet mij leed. Één ding hoop ik, dat men zeggen zal, dat ik mijne zaken kende.’
Hemel
Na zijn roemloze afscheid als premier keerde Van Heemstra verbitterd terug naar de Tweede Kamer. Zelfs zijn geestverwanten moesten toegeven dat hij zich een slecht verliezer toonde. Hij voerde oppositie om het oppositie voeren, maakte zich druk om allerlei kleinigheden, werd almaar conservatiever.
Betrokken bij de publieke zaak bleef Van Heemstra wel tot aan het eind. Toen hij in december 1864 door hevige koorts werd bevangen, bleef hij zich, tegen doktersadvies, met staatszaken bemoeien: ‘Mijn hersenen zijn nog gezond en niet stram.’ Toen hem duidelijk werd dat er geen kans op herstel meer bestond, reageerde hij laconiek als een noorderling: ‘Welnu, ik ga naar den Hemel, en daar is het ook goed.’
Op 20 december 1864 voer Van Heemstra ten hemel. Op aarde raakte hij snel in vergetelheid. Zijn premierschap was zo onbeduidend dat hij in de geschiedenisboeken nauwelijks voorkomt.
Bestel nu de Speciale Editie Premier van Elsevier - met daarin de biografieën van alle naoorlogse premiers - voor slechts 8 euro (inclusief verzendkosten).