Oud-premiers

Oud-premiers

Wie zijn de oud-premiers van Nederland en welke politieke partijen representeerden zij? Lees hier alles over de oud-premiers.

Terug naar dossier

Artikel

dossiers

Jan Heemskerk, een conservatieve knutselaar

door Gerry van der List 23 okt 2009

Jan Heemskerk
Jan Heemskerk

De dertiende in de serie Alle Nederlandse Premiers: Jan Abrahamszoon Heemskerk (1818-1897)

Het is altijd flink tobben geweest met het Nederlandse conservatisme. De term ‘conservatief’, stelde Johan Huizinga in ‘Nederland’s geestesmerk’, riekt hier naar bekrompenheid en achterlijkheid. Bekend is ook de uitspraak van de katholieke politicus Nolens, die in 1918 vaststelde dat in Nederland niemand zich gaarne laat indelen bij de conservatieve elementen: ‘Er zijn er die misschien nog liever beschuldigd worden van brandstichting dan te zijn conservatief.’

Veel onderzoek naar de rol van Nederlandse conservatieven is er ook niet gedaan. Zij dolven in de negentiende eeuw definitief het onderspit en verliezers worden doorgaans minder interessant gevonden dan winnaars. Wel promoveerde in 2000 Ronald van Raak, een historicus die zich later politiek zou ontplooien als Kamerlid voor de SP, op ‘In naam van het volmaakte’. Dit proefschrift probeert te laten zien dat de conservatieven in de tweede helft van de negentiende eeuw een vrij grote invloed uitoefenden toen zij opponeerden tegen de liberale tijdgeest. Onder meer door het optreden van de behoudende Jan Heemskerk (1818-1897), een capabele minister van Binnenlandse Zaken die er echter niet in slaagde de conservatieven duurzaam te verenigen. De tragiek van Heemskerk staat symbool voor de tragiek van het Nederlandse conservatisme.

Wonderkind

Dat Jan Heemskerk Azn (Abrahamszoon) het ver zal schoppen in het leven, is al vroeg duidelijk. Het op 30 juli aan de Keizersgracht in Amsterdam geboren wonderkind leest op zijn zesde Horatius en weet op zijn zevende haarfijn uit te leggen waarom Corneille een interessantere schrijver is dan Racine. Als enig kind uit een remonstrants koopmansgeslacht is hij voor zijn opvoeding vooral aangewezen op zijn moeder.

Dat is een groot genoegen, zo zal hij later vertellen: ‘Zij had mij lief, boven alles, met eene onbegrensde, ijverzuchtige liefde en vormde mijn verstand en hart. Tot mijn twaalfde aanbad ik haar.’
Zijn literaire belangstelling kan Heemskerk bevredigen in een studie letteren, maar hij doet er Romeins en hedendaags recht bij. Op zijn 21ste promoveert hij op een dissertatie over Montesquieu, de Franse Verlichtingsdenker. Het is een bewijs dat de jonge geleerde openstaat voor liberale denkbeelden. Hij is zeker geen uitgesproken conservatief.

Met de liefde vlot het minder dan met de studie. Veel omgang met meisjes heeft hij niet. Voor een huwelijk laat hij zijn oog vallen op een volle nicht, Anna Maria Heemskerk. De familieleden trouwen in 1846 en zullen in totaal acht kinderen geboren zien worden. Een jongetje sterft op jonge leeftijd, een andere zoon, Theo, zal het tot premier schoppen.
 
Onafhankelijk
Na zijn promotie gaat Heemskerk zijn brood verdienen in de advocatuur. Maar zijn interesse voor de publieke zaak drijft hem naar de politieke arena. Eerst op regionaal niveau: van 1851 tot 1860 maakt hij deel uit van de Provinciale Staten van Noord-Holland. Maar in 1860 verhuist Heemskerk, die dan inmiddels deel uitmaakt van de rechterlijke macht, naar Den Haag om in de Tweede Kamer het kiesdistrict Amsterdam te vertegenwoordigen. Hij houdt zich onder meer bezig met buitenlandse zaken, koloniën en justitie. Een groot spreker is de – ernstig bijziende - politicus niet. Hij heeft een schorre, brommerige, allesbehalve welluidende stem, praat binnensmonds en demonstreert een voorliefde voor geleerde betogen waarbij de toehoorder in slaap dreigt te sukkelen.

Heemskerk stelt zich onafhankelijk op. Hij sympathiseert met de liberalen, maar rekent zich niet tot de volgelingen van Thorbecke. Zo trekt hij zich al lang het lot van de armen aan, een behoeftige bevolkingsgroep waarvoor de staat naar zijn mening meer zou moeten doen. Een in liberale kring niet zo heel vaak geventileerde opinie. De eigenzinnigheid van Heemskerk maakt het hem moeilijk zich met hart en ziel achter een groep of een beweging te scharen. Hij blijft iets ongrijpbaars houden.
 
Agressief
Zijn onafhankelijke positie maakt Heemskerk kwetsbaar. In 1864 verdwijnt hij zelfs uit de Kamer omdat hij onvoldoende steun weet te verwerven voor een herverkiezing. Hij wordt raadsheer van het Provinciaal Gerechtshof in Noord-Holland, waar hij werkt totdat hij in 1866 tot minister van Binnenlandse Zaken wordt benoemd.

Tijdens zijn ministerschap blijkt dat Heemskerk zich bij het conservatieve kamp heeft gevoegd. Hij keert zich tegen liberale pogingen de macht van de vorst te beperken en toont zich afkerig van het beginsel van de volkssoevereiniteit. Regelmatig botst hij met Thorbecke. Vriend en vijand verbaast hij door zijn agressieve manier van politiek bedrijven, die mensen vaak tegen hem in het harnas jaagt.
 
Koorddanser
De rest van zijn professionele leven zal Heemskerk in Den Haag doorbrengen. Onder meer als minister van Binnenlandse Zaken (1866-1868, 1874-1877 en 1883-1888), lid van de Tweede Kamer (1869-1873) en lid van de Raad van State (1879-183 en 1888-1897). Geleidelijk leert hij zichzelf te beheersen en ontpopt hij zich meer en meer als staatsman. Zijn politieke inzicht kan hij vooral etaleren als hij in 1873 voorzitter van de ministerraad wordt.

Het eerste kabinet-Heemskerk brengt een aantal zaken tot stand. Zoals een nieuwe Spoorwegwet (1875) en een Hoger-Onderwijswet (1876), die het onderwijs aan gymnasia en op universiteiten regelt. Maar een wetsvoorstel tot verlaging van de census (de belasting die een burger moet betalen om te mogen stemmen) strandt, wat de val van het kabinet inluidt.

Het tijdschrift ‘De Tijdspiegel’ geeft aan wat er in veler ogen aan de premier mankeert. Heemskerk ‘is een uitstekend danser op het parlementaire koord, een man wiens spel men bewondert, wiens zetten men toejuicht, maar die geen vertrouwen inboezemt’. Hij is niet een man uit één stuk, maar uit veel stukjes.
 
Onrust
De jaren tachtig van de negentiende eeuw zijn een politiek instabiele periode. De liberalen zijn zo ernstig verdeeld geraakt dat ze wederom een door een conservatief geleid kabinet moeten dulden. Een kabinet dat met grote sociaal-economische problemen wordt geconfronteerd. Tijdens het tweede premierschap van Heemskerk is er sprake van een economische recessie en van sociale onrust. Het Amsterdamse ‘palingoproer’, een volksopstand in de Jordaan in juli 1886, is de bekendste manifestatie van de onvrede. Heemskerk moet weer vaak koorddansen.

Op financieel en sociaal-economisch vlak zijn de tegenstellingen, in de samenleving, in het parlement en in het kabinet, te groot om veel te kunnen bewerkstellingen. Maar de premier slaagt er wel in om een herziening van de Grondwet door de Kamer te krijgen die gepaard gaat met een uitbreiding van het kiesrecht (nog alleen voor mannen).

Zijn tegenstanders verwijten de premier een beginselloos pragmatisme, zijn (schaarse) bewonderaars prijzen zijn laveerkunst. De koers van de weinig visionaire Heemskerk is niet altijd even helder, waardoor hij ook niet kan uitgroeien tot de leider van een conservatieve beweging.
 
Veldheer
Na het eind van zijn premierschap zet Heemskerk zich nog negen jaar in de Raad van State in voor de publieke zaak. Totdat hij op 9 oktober 1897 sterft aan een beroerte. Hij raakt na zijn dood snel in vergetelheid en wordt nu niet meer herinnerd als een belangrijke negentiende-eeuwse politicus. In 1973 vormt hij nog wel het middelpunt van een proefschrift. De tweede stelling bij ‘J. Heemskerk Azn’ brengt goed de betekenis van de politicus voor de parlementaire geschiedenis onder woorden. Zij ligt ‘in zijn bereidheid als leider van een niet-parlementair kabinet op te treden en zijn vaardigheid dit geruime tijd vol te houden. Hij voorzag daarmee op zijn wijze in een steeds binnen het parlementaire stelsel bestaande behoefte om in een periode van impasse, bestuur en wetgeving op gang te houden.’

De promovendus, de historicus J.J. Huizinga, legt in de slotbeschouwing van zijn boek uit dat Heemskerk te weinig een bindende en aantrekkelijke persoonlijkheid was om een politieke beweging te leiden. Hij was meer als een veldheer die voor elke veldslag troepen om zich heen verzamelde die hem na de strijd in de steek lieten. Maar door de zwakte van zijn liberale tegenstanders kon hij, slim manoeuvrerend en compromissen sluitend, toch aanzienlijke invloed uitoefenen. Jan Heemskerk, zo concludeert Huizinga, was ‘een erkend knutselaar, groot in het kleine’.

Bestel nu de Speciale Editie Premier van Elsevier - met daarin de biografieën van alle naoorlogse premiers - voor slechts 8 euro (inclusief verzendkosten).

Tags

zie ook

2 reacties

  • Een duidelijke scheiding tussen liberaal en conservatief is in deze tijd niet makkelijk te maken. Kamerleden werden invidivueel gekozen. Er bestonden nog geen echte politieke partijen. Wel sloten kamerleden zich ideologisch bij elkaar aan. De conservatieve kamerleden waren inderdaad meer op de hand van het koningshuis. Liberalen waren voor meer democratie (hoewel beperkt. De meesten waren voor censuskiesrecht)Wat uw opmerking over conservatieven en staatssteun betreft. De conservatieven waren niet zo zeer voor steun van de overheid, maar vonden dat de steun meer via kerken en andere sociale instellingen moest verlopen. Conservatief-liberalen waren voor een nachtwakerstaat (zo min mogelijk overheidsinterventie) en het waren de sociaal-liberalen (Bijv. Samuel van Houten) die de verantwoordelijkheid van de overheid meer wilden uitbreiden.

  • Wat een fijne reeks is dit toch! Hulde!
    En wat jammer dat "Vaderlandsche Geschiedenis" de nek is omgedraaid door decennia linkse afbraak.

    Zelf mis ik het ook. Ben van 1966, dus heb niet al teveel Vaderlandse Geschiedenis gekregen. Daarom kijk ik altijd reikhalzend uit naar de volgende episode.

    Okay: dit commentaar voegt geen moer toe, maar ik wil gewoon de auteur even een pluim in een bepaald lichaamsdeel steken. Moet kunnen, toch?