Jules van Zuylen
De tiende in de serie Alle Nederlandse Premiers: Julius graaf van Zuylen van Nijevelt (1819-1894)
Zondaars die tot inkeer komen, het is een bijzonder slag mensen. Meestal vervallen ze na een ingrijpende aanraking met het geloof in een zeker fanatisme. Dat gold ook voor Julius Philip Jacob Adriaan graaf van Zuylen van Nijevelt, de enige premier in de Nederlandse geschiedenis die een naamgenoot als voorganger had.
Net zoals zijn oudere neef, Jacob baron van Zuylen van Nijevelt (1816-1890), behoorde de graaf tot de Nederlands Hervormde Kerk. Maar bij hem drukte zijn godsdienstige overtuiging een belangrijk stempel op zijn politieke loopbaan. Jules van Zuylen was een antirevolutionaire zendeling, die door zijn traditionele opvattingen grote moeite had met de heersende liberale ideeën en praktijken.
Verlies
Wie denkt dat een adellijke geboorte haast garant staat voor een voorspoedige jeugd, zal ontnuchterd raken door de jeugdervaringen van Jules van Zuylen. Zijn geboorte, op 19 augustus 1819, werd met grote vreugde begroet door zijn ouders, dat wel. Hun eerste kind was niet levensvatbaar gebleken en twee later geboren zoontjes waren jong gestorven.
Maar de stemming in het ouderlijk huis was niet optimaal. Vader Van Zuylen van Nijevelt ging erg gebukt onder het verlies van zijn drie kinderen en kon zijn draai niet vinden in Luxemburg, waar hij, generaal-majoor der cavalerie, als provinciaal commandant de kost verdiende. Een jaar nadat hij ontslag had genomen en was teruggekeerd naar Nederland, overleed hij. Zijn armlastige echtgenote kwijnde weg en stierf niet veel later. Bij de dood van zijn moeder was Jules pas twaalf.
Buitengesloten
Een moeilijke periode volgde voor de jonge edelman. Hij kwam onder voogdij van de broer van zijn moeder, een streng godsdienstige gemeentesecretaris van Rotterdam. Met deze oom Jacques kon Jules weliswaar redelijk goed overweg, maar zijn elitaire opvoeding, inclusief huisonderricht, ging gepaard met een grote afzondering.
Het (gevoel van) isolement werd niet minder op een kostschool in Den Haag. Jules voelde zich met de nek aangekeken en buitengesloten. Bovendien was er bezorgdheid om zijn voogd, die een beroerte had gekregen. Oom Jacques stierf toen Jules in Utrecht Romeins en hedendaags recht studeerde, een studie die hij niet bepaald met veel passie volgde. Nadat een tweede voogd, oom Jan, spoedig was overleden, wist een derde voogd, de diplomaat Hugo van Zuylen van Nijevelt, de weinig ambitieuze jongeling enigszins te interesseren voor de buitenlandse dienst. Buitenlandse Zaken zond hem naar Hannover, Berlijn en Wenen. Als gezantschapssecretaris verveelde hij zich enorm, een verveling die hij probeerde te verdrijven met gokken. Schulden noodzaakten hem met deze kostbare hobby te stoppen.
Cholera
Niets wees erop dat Van Zuylen het ver zou schoppen in het leven. Maar in 1848 kwam de grote ommekeer. Als waarnemend attaché in Brussel zag hij hoe zijn knecht Retel stierf aan de toen in België heersende cholera. Deze schokkende gebeurtenis en de angst zelf besmet te zijn, inspireerden de geschrokken diplomaat tot intensief bidden en studie van de Bijbel.
Als een nieuw mens kwam Van Zuylen uit de geestelijke crisis. Zijn zelfbeklag maakte plaats voor positivisme, zijn getob voor een rotsvast geloof in het evangelie. Het bewandelen van het rechte pad werd vergemakkelijkt door de ontmoeting met de vrouw van zijn leven, Catherine Harriet Nixon. In 1840 trouwde hij met deze calvinistische Schotse. Samen kregen ze drie zoons en twee dochters.
Met veel meer overtuiging dan voorheen kweet Van Zuylen zich van zijn diplomatieke taken. Naast zijn drukke werk trok hij tijd uit voor geloofszaken en liefdadigheid. Soms ging hij naar de mening van zijn superieuren te ver. Als minister-resident in Constantinopel kreeg hij te horen dat zijn geloofsijver grenzen moest hebben: ‘een diplomaat is geen zendeling’.
Minister
De herboren Van Zuylen maakte als diplomaat zo’n goede indruk dat hij de aandacht trok van de politiek. F.A. baron van Hall zag in hem zelfs een uitstekende minister van Buitenlandse Zaken en vroeg hem in 1860 toe te treden tot de regering. Het werd geen succes. Van Zuylen eiste een grote bewegingsvrijheid die de bejaarde en tamelijk autoritaire premier hem niet gunde. De spanningen liepen snel zo hoog op dat de minister van Buitenlandse Zaken in januari 1861, tien maanden na zijn aantreden, al zijn ontslag aanbood.
Het betekende niet het einde van zijn politieke loopbaan. In mei 1861 stuurde de kieskring Zwolle hem naar de Tweede Kamer. Opmerkelijk was dat hij de plaats innam van zijn neef. En dat terwijl Jacob tot het (gematigde) liberale kamp behoorde en Jules een antirevolutionair was, een aanhanger van Guillaume Groen van Prinsterer. Maar toen de jonge Van Zuylen in 1866 op verzoek van Willem III opnieuw minister van Buitenlandse Zaken werd, distantieerde hij zich direct van Groen. Van Zuylen wilde geen partijman zijn. Daarvoor was hij ook te eigenwijs.
Luxemburg
Van Zuylen werd niet alleen minister, hij ging tegelijkertijd het kabinet leiden. Een conservatief kabinet, omdat de liberalen in de Tweede Kamer ernstig verdeeld waren na het conflict tussen Johan Rudolf Thorbecke en Isaäc Dignus Fransen van de Putte. Maar de liberalen hadden nog voldoende macht om Van Zuylen tot de orde te roepen. Bijvoorbeeld toen hij de jurist Pieter Mijer wist te strikken voor de portefeuille van koloniën door de kandidaat-minister het ambt van gouverneur-generaal in Indië in het vooruitzicht te stellen. Dat vond de Kamer geen juiste manier van handelen.
En dan was er nog een hoop gedoe om Luxemburg, het geboorteland van Van Zuylen. Wat was het geval? Toen Luxemburg los kwam te staan van de Duitse Bond, garandeerde Nederland mede de onzijdigheid van het landje. Tot vreugde van Otto van Bismarck, de Pruisische staatsman die de Nederlandse regering liet weten dat ze de vrede in Europa had weten te bewaren: ‘Vous avez sauvé la paix de l’Europe’. Maar de Tweede Kamer vond dat Nederland niets te maken had met Luxemburg en schermde met documenten waaruit zou blijken dat de premier de volksvertegenwoordiging verkeerd had geïnformeerd. Het werd een langdurig steekspel, waarin Van Zuylen het onderspit dolf. In juni 1868 ging zijn kabinet definitief ten onder zonder veel tot stand te hebben gebracht.
Mislukt
Na zijn afgang als premier zette Van Zuylen zich nog lang in voor de publieke zaak. Als gezant in St. Petersburg en Wenen, als lid van de Tweede Kamer en als lid van de Raad van State, een functie die hij tot zijn dood op 1 juli 1894 bekleedde.
Aan zijn premierschap kon Jules van Zuylen moeilijk met plezier terugdenken. Hij had moeite met grote bemoeienis van het parlement met het regeringsbeleid en probeerde de klok terug te draaien. Tevergeefs. In zijn staatkundig-historische standaardwerk Honderd jaren schreef P.J. Oud dan ook: ‘De jaren 1866 tot 1868 zijn eigenlijk te zien als een poging, om tegen de in 1848 begonnen ontwikkeling te ageren. Die poging is definitief mislukt.’
Bestel nu de Speciale Editie Premier van Elsevier - met daarin de biografieën van alle naoorlogse premiers - voor slechts 8 euro (inclusief verzendkosten).