Oud-premiers

Oud-premiers

Wie zijn de oud-premiers van Nederland en welke politieke partijen representeerden zij? Lees hier alles over de oud-premiers.

Terug naar dossier

Artikel

dossiers

De eerste katholiek: Ruijs de Beerenbrouck

door Gerry van der List 15 jul 2010

Ruijs de Beerenbrouck
Ruijs de Beerenbrouck

De vierentwintigste in de serie Alle Nederlandse Premiers: Charles Ruijs de Beerenbrouck (1873-1936)

Nederlandse politici inspireren zelden tot poëzie, maar de opvolger van Cort van der Linden als premier leeft onder meer in de herinnering voort door de dichtregels ‘Wie maakt onze centen zoek/ dat is Ruijs de Beerenbrouck’. Het ging hier om een klacht van de arbeidersbeweging, die meende dat de minister-president te veel bezuinigde en ten onrechte het loon van het overheidspersoneel verlaagde.

Bij Nederlanders met enige kennis van hun parlementaire geschiedenis is Charles Ruijs de Beerenbrouck nog om meer dingen bekend. Zij weten dat hij de eerste rooms-katholiek was die zich premier mocht noemen. In een tijd dat protestanten, liberalen en koningshuis van een krachtig antipapisme blijk gaven, was de benoeming van een aanhanger van Rome tot minister-president uitzonderlijk.

En dan is er die hoge plek op de lijst van langstzittende premiers. Maar liefst 3906 dagen hield Ruijs het vol aan het roer van het schip van staat. Slechts zijn geloofsgenoot en bewonderaar Ruud Lubbers scoorde beter (4309 dagen). Hoe kwam het dat deze roomse edelman zo lang aan de macht bleef?

Emancipatie 
Net zoals zijn vader worden, dat lijkt lange tijd het ideaal van Charles Joseph Maria Ruijs van Beerenbroek. De op 1 december 1873 in Roermond geboren jonkheer is de zoon van Gustave Ruijs van Beerenbroek die als kamerlid, minister en gouverneur van de provincie Limburg een prominente katholiek is.

In navolging van zijn vader studeert Charles rechten in Leiden. Als hij bij de ontgroening moet knielen voor het vaandel van het Leidse studentencorps, weigert hij: ‘Ik kniel alleen voor God.’ Vervolgens sticht hij een eigen vereniging, Sanctus Augustinus. Hij beseft dat de emancipatie van zijn volksdeel gebaat is bij vitale eigen organisaties.

Droombaan
Ruijs is overtuigd van de maatschappelijke verantwoordelijkheid die de elite heeft. Geïnspireerd door ‘Rerum Novarum’, de pauselijke encycliek uit 1891 over de sociale kwestie, vragen katholieken zich af hoe ze moeten reageren op de industriële revolutie en haar gevolgen. Ze wijzen de klassenstrijd af, maar zijn wel overtuigd van de noodzaak van het lenigen van sociale noden. Ruijs bijvoorbeeld adviseert katholieke vakverenigingen en voelt zich sterk betrokken bij de strijd tegen drankmisbruik. Op zijn 24ste is hij al landelijk voorzitter van Sobrietas, de katholieke organisatie die zich inzet voor alcoholische onthouding. Noblesse oblige, adel verplicht.

Na zich te hebben warmgedraaid in de gemeenteraad van Maastricht, vertrekt Ruijs (wiens naam dan inmiddels verfranst is van ‘van Beerenbroek’ naar het deftiger klinkende ‘de Beerenbrouck’) naar Den Haag, waar hij dertien jaar in de Tweede Kamer zit. Hij maakt als volksvertegenwoordiger niet echt een onuitwisbare indruk, maar ontwikkelt wel een sociaal, progressief profiel. Zijn droombaan ligt echter in Limburg. In mei 1918 wordt hij, 44 jaar oud, getrouwd met een jonkvrouw en vader van drie kinderen, daar aangesteld als gouverneur (commissaris van de Koningin). Een mooie functie, waar Ruijs maar kort van zal genieten. Want het landsbelang roept hem een paar maanden later al weer terug naar Den Haag.

Regent
De uitslag van de verkiezingen van 1918 toont de gevolgen van de invoering van het algemeen (mannen)kiesrecht en van de verandering van de tijdgeest. De liberalen verliezen steeds meer terrein en zijn verdeeld over een aantal splinterpartijen. De grote winnaar zijn de katholieken. Met dertig (van de honderd) zetels in de Tweede Kamer vormen ze verreweg de grootste groepering. Tijd dus voor een katholieke minister-president.

De leider der katholieken acht zichzelf niet geschikt. W.H. Nolens beweegt zich liever achter de schermen en is bovendien priester, wat hem moeilijk acceptabel maakt voor wantrouwige protestanten, socialisten en liberalen. Zij vrezen sowieso al een te grote invloed van de paus op de Nederlandse politiek.

Nolens gaat op zoek naar een geestverwant die minder weerstand zal oproepen en komt uit in Limburg. De gouverneur lijkt een degelijke, voor bijna alle partijen aanvaardbare regent. De plichtsgetrouwe Ruijs kan niet weigeren en verlaat met pijn in het hart zijn geliefde geboortegrond.

Onrust 
Het kabinet van Ruijs kent geen eenvoudige start ten gevolge van nationale en internationale spanningen. Zo zoekt de Duitse keizer zijn toevlucht in Nederland na de nederlaag van zijn land in de Eerste Wereldoorlog. De overwinnaars in de oorlog eisen op dwingende toon de uitlevering van de vorst, maar minister van Buitenlandse Zaken H.A. van Karnebeek houdt het hoofd koel en gaat niet op de eis in.

Met een koel hoofd treedt de regering eveneens de binnenlandse onrust tegemoet. Socialistenleider Pieter Jelles Troelstra is dermate enthousiast over het linkse oproer in Duitsland dat hij ook in eigen land al de arbeiders aan de macht ziet. De regering denkt toch niet, zegt hij dreigend, ‘dat straks de revolutie bij Zevenaar ophoudt’? De regering laat voor alle zekerheid de voornaamste openbare gebouwen in Den Haag met troepen bezetten, maar het loopt allemaal met een sisser af. Een ontgoochelde Troelstra moet publiekelijk erkennen dat hij de machtsverhoudingen verkeerd heeft ingeschat. Nederland gaat over tot de orde van de dag.

Productief
Het kabinet dat Ruijs leiding geeft, is tamelijk productief. Zo neemt de katholiek Piet Aalberse, de eerste minister van Arbeid, belangrijke sociale maatregelen, waaronder de invoering van de achturige werkdag. Op Binnenlandse Zaken staat Ruijs zelf aan de basis van een herziening van de Grondwet en verder wordt de onderwijswet herzien. In 1922 wordt het vrouwenkiesrecht ingevoerd.

Na de verkiezingen van 1922 regeert Ruijs gewoon verder, maar het gaat allemaal wat moeizaam. Na de verwerping van de in 1923 door het kabinet ingediende Vlootwet, die een uitbreiding van de marine beoogt, dient de premier zelfs zijn ontslag in. Als koningin Wilhelmina het ontslag weigert, zwoegt het kabinet nog een tijd voort.

Intussen waakt Ruijs ervoor de vooroordelen jegens katholieken voeding te geven. Hij is een vroom man, hij gaat het liefst elke dag naar de kerk. Maar hij houdt bewust afstand tot het Vaticaan. Door zijn neutrale betrouwbaarheid, zijn integriteit en verzoenend karakter bewijst hij de katholieke emancipatie een grote dienst.

Crisis
In 1925 valt het kabinet toch. Vier jaar lang is Ruijs vervolgens een gewaardeerde voorzitter van de Tweede Kamer om in 1929 voor de derde keer premier te worden. Het is het jaar van de beurskrach en de nieuwe regering moet vooral proberen de crisis onder controle te houden. Een zware opgave. Ruijs heeft de prettige neiging zijn ministers veel ruimte te geven, maar krijgt nu de kritiek te weinig leiding te geven.

Als hij in 1933 is uitgeregeerd, wordt Ruijs weer voorzitter van de Tweede Kamer. Maar twee jaar later wordt hij terminaal ziek. ‘Leven zonder te werken, dat kan ik niet. Dan heb ik liever dat God mij roept,’ zegt Ruijs op 17 april 1936. Een dag later wordt zijn wens vervuld.

Tijdens zijn begrafenis op 21 april 1936 trekt een onafzienbare rouwstoet met prominenten uit de Nederlandse politiek en maatschappij van het buitenhuis van Ruijs, Suideras, naar de Sint Willibrorduskerk in het Gelderse Vierakker. De grote kracht van de overledene, zegt premier Hendrikus Colijn, was de ‘saambindende invloed die van hem uitging’.

Tags

zie ook

4 reacties

  • Een moedig, wijs en rechtvaardig man. Ten onrechte denken veel mensen dat de sociale wetten door socialisten zijn gekomen. Maar veel verdiensten op sociaal gebied komen van de katholieken.

  • Die laatste zin is omineus, in het licht van de gebeurtenissen in 1923, en de recente bijlage van de vice-president van de RvS bij het verslag van zijn informatieronde.
    Ik neem aan dat u dat ook zo bedoeld heeft.

  • IK HERINNER ME NOG DE SLOGAN VAN DE TEGENSTANDERS VAN DEZE MINISTER :
    WIE MAAKT ONZE CENTEN ZOEK ,
    MINISTER RUYS DE BERENBROUCK !!

  • ik ben het helemaal eens met Gert Jurre,

    dit laat bijvoorbeeld het nos journaal niet zien...

    maar hopenlijk wel steeds meer, dat het RTL4 nieuws dit laat zien...

    een Warme groet van Egbert
    uit het mooie 's gravenhage